Delier

Delier

Een delier (delirium) is een plotseling optredende, ernstige verwardheid. De verwardheid is vergelijkbaar met het ijlen van een kindje met koorts. De aandoening kan zich op elke leeftijd voordoen, maar komt vooral voor bij senioren. Zij kunnen bijvoorbeeld een delier krijgen als ze worden opgenomen in het ziekenhuis. Maar ook thuis kunnen ze een delier krijgen.
Een delier kan er op wijzen dat er iets ernstig aan de hand is. Hoogbejaarden of mensen met een hersenbeschadiging kunnen al een delier krijgen van een min of meer onschuldige ziekte, zoals een blaasontsteking.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

Een delier ontstaat als de hersenen prikkels (geluiden, beelden, geuren, gevoelens) niet goed meer verwerken. Ze kunnen er geen logisch geheel meer van maken. Vaak wordt een delier veroorzaakt door meerdere omstandigheden. Alle lichamelijke ziekten kunnen een delier veroorzaken, vooral bij mensen met een verhoogd risico. Veel voorkomende oorzaken van een delier zijn:

  • infecties, zoals een longontsteking, hersenvliesontsteking of een blaasontsteking
  • niet meer kunnen plassen (blaasretentie)
  • uitdroging
  • lage bloeddruk, hartritmestoornissen en/of een hartinfarct
  • hoge of lage bloedsuikers
  • zuurstoftekort bij ademhalingsproblemen
  • medicijnen
  • een beroerte
  • het plots stoppen met alcohol of slaapmiddelen (onttrekkingsdelier). Bij alcoholonthouding heet dat een ‘delirium tremens’

Risicofactoren

Senioren hebben een verhoogd risico. Bij hen komen vaak meerdere risicofactoren voor. Mensen hebben kans op een delier als ze:

  • last hebben van geheugenproblemen en hersenaandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer of de ziekte van Parkinson
  • vaak veel medicijnen gebruiken
  • slecht zien en horen
  • al eerder een delier hadden
  • hulp nodig hebben bij wassen en aankleden
  • last hebben van slaapstoornissen
  • verslaafd zijn aan alcohol of drugs
  • (plotseling) worden opgenomen in een ziekenhuis of andere zorginstelling
  • worden geopereerd
  • in de laatste levensfase verkeren

Verschijnselen

Of een delier plotseling (acuut) of geleidelijk (subacuut) optreedt, is afhankelijk van de oorzaak. De verschijnselen wisselen vaak snel en verergeren meestal tegen de avond. Onderstaande voorbeelden kunnen verschijnselen van een delier zijn.

  • Een gestoord bewustzijn. De patiënt is suffer, kan zijn aandacht minder goed richten of is snel afgeleid.
  • Verwardheid, geheugenverlies en onsamenhangende gedachten. De patiënt weet vaak niet dat hij verward is.
  • Geen goed besef van tijd, datum en plaats hebben. De patiënt is vaak ’s nachts wakker en onrustig en overdag suf.
  • Onrustig gedrag, zoals plukken aan de lakens.
  • Terugtrekken en niet reageren. Dit laatste heet een ‘stil delier’ en wordt vaak minder goed herkend.
  • Wanen en hallucinaties: de ideeën die de persoon heeft en de beelden die hij ziet, zijn vaak erg beangstigend.

Diagnose

De arts bekijkt de verschijnselen en luistert naar het verhaal van de patiënt zelf. Hij kijkt naar de medische voorgeschiedenis en doet onderzoek. Omdat een delier veel voorkomt bij senioren die opgenomen zijn in een ziekenhuis, letten verpleegkundigen extra op de verschijnselen. Vaak gebruiken ze speciale observatieschalen. Als een arts een delier vermoedt of vaststelt, gaat hij altijd op zoek naar mogelijke lichamelijke oorzaken.

Als iemand thuis een delier krijgt, kan opname op de ouderenafdeling van het ziekenhuis (geriatrie) nodig zijn.

Behandeling

De artsen behandelen de onderliggende oorzaak (hetgeen wat het delier veroorzaakt). Ze geven vaak medicijnen die angst, onrust en hallucinaties verminderen (antipsychotica) en het slapen bevorderen. Ook zorgen ze voor een rustige omgeving waar ze de patiënt goed in de gaten kunnen houden. Met een duidelijke kalender en klok zorgen ze dat de patiënt zich goed kan oriënteren. Ze bevorderen het normale dag- en nachtritme door activiteiten zoveel mogelijk overdag te plannen en de patiënt een goede nachtrust te gunnen.
De behandelaren geven voorlichting over het delier aan de patiënt en zijn naasten. Als de patiënt onrustig is, zorgen ze ervoor dat hij zichzelf of anderen niet verwond. Soms gebruiken ze daarbij tijdelijk vrijheidsbeperkende middelen, zoals een Zweedse band in bed of een gordel in de rolstoel.

Vooruitzichten

Mensen met een delier kunnen helemaal herstellen als de artsen de onderliggende oorzaak snel vaststellen en behandelen. Soms gaan de geestelijke vermogens achteruit. Mensen met een delier hebben een verhoogde kans op dementie en overlijden. Ook hebben ze meer kans op andere ziektes, zoals doorligwonden of longontsteking. Als behandeling uitblijft, is het vooruitzicht slecht.

Het verschil tussen een delier en dementie

Iemand met een delier, is niet meteen ook dement. Wel is de kans op dementie groter na een delier. Mensen met dementie hebben een grotere kans op een delier. Hieronder leest u wat de verschillen zijn tussen deze aandoeningen.

  • Een delier ontstaat meestal plotseling, dementie geleidelijk.
  • De verwardheid wisselt bij een delier; op sommige momenten kan de patiënt dus helder zijn.
  • Iemand met een delier heeft vaak een verlaagd en wisselend bewustzijn; iemand met dementie niet.
  • Voor een delier bestaat altijd een lichamelijke oorzaak; voor dementie niet.
  • Een delier kan helemaal verdwijnen na behandeling; dementie geneest niet.

Tips voor het omgaan met iemand met een delier

Als iemand plotseling verward is, kan dat erg beangstigend zijn. Als u thuis bent, belt u uw huisarts. Als u in het ziekenhuis bent, overlegt u met een arts of verplegkundige over het delier, de oorzaak en hoe er mee om te gaan.

Algemene tips:

  • ga niet met teveel mensen tegelijk op bezoek
  • praat rustig en gebruik korte zinnen
  • help de patiënt met het oriënteren, benoem bijvoorbeeld de dag en het tijdstip
  • leg uit waarom de patiënt in het ziekenhuis ligt
  • lach de patiënt niet uit als deze met verwarde verhalen komt
  • zorg dat de patiënt overdag zijn bril en gehoorapparaten draagt (indien van toepassing)
  • neem eventueel wat eigen spullen mee, zoals foto’s, kleding of beddengoed
  • ga niet in op hallucinaties, maar praat over de gevoelens die ze oproepen
  • praat achteraf over het delier als de patiënt zich ervoor schaamt

Meer informatie

Website van het Universitair Medisch Centrum Groningen
www.delirant.info/

Informatiefolder van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
ADHD bij kinderen">www.nvvp.net/publicaties/folders/

Patiëntenbrief van Nederlands Huisartsen Genootschap
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven/NHGPatientenbrief/PBP7a.htm

Brown, C. and Berkenblit, G.V. (2003), Delirium, in: Cheng, A. and Zaas, A. (eds), The Osler Medical Handbook, 1st ed, Mosby, Philadelphia. (Engels)