Wonden

Een wond is een beschadiging van de huid, onderliggend bindweefsel, bloedvaten, zenuwen of organen. Meestal komt er ook bloed of weefselvocht vrij. De aard en de ernst van wonden is sterk afhankelijk van de plaats, grootte, diepte en verontreiniging. Een wond heet ook wel trauma of letsel.

Er zijn verschillende soorten wonden. Acute wonden zijn blaren, kneuzingen, schaaf-, snij-, bijt- en brandwonden. Wanneer een wond na tien dagen nog niet is genezen, is het een chronische wond. Dit zijn onder andere decubituswonden, een open been en een diabetisch voet.

De Hartlijn: voor al uw vragen bij chronisch hartfalen

Acute wonden

Acute wonden zijn er in veel verschijningsvormen. De meest voorkomende wonden worden hieronder behandeld.

Schaafwonden
Een schaafwond ontstaat doordat een deel van de huid verdwijnt door schuren. De huid is als het ware afgeschaafd. De diepte van een schaafwond is uiteraard afhankelijk van de omstandigheden. Er zijn kleine puntbloedingen waar de kleine bloedvaatjes kapot zijn gegaan. De hele wond is lichtroze. Een schaafwond geeft een flinke scherpe pijn als de zenuwuiteinden in de huid zijn beschadigd.

Schaafwond verzorgen

  • Een gewone schaafwond kan schoongemaakt worden met lauw stromend water. Het zichtbare vuil kan verwijderd worden onder het stromende water.
  • Als de wond bloedt en er geen water voorhanden is, laat de wond dan goed doorbloeden om het vuil te verwijderen.
  • Maak het gebied rond de schaafwond schoon met een washandje met zeep of betadine scrub. Zorg ervoor dat dit niet in de wond komt.
  • Dep daarna de wond droog met een steriel gaasje of een droge doek.
  • Desinfecteer de wond met een ontsmettingsmiddel zoals jodium, alcohol of betadine. Dan infecteert de wond niet.
  • Dek daarna een grotere schaafwond af met een pleister of een dekverband. Kleine schaafwondjes kunnen onbedekt blijven. Verschoon het verband een tot twee per dag gedurende drie dagen.
  • Bij een grotere schaafwond is het verstandig om contact op te nemen met een (huis)arts. Zeker als er straatvuil in de wond is gekomen. De arts kan beoordelen of een vaccinatie nodig is tegen tetanus.

Blaren
Een blaar is een holte op of onder de opperhuid waarin vocht en soms bloed zit. De meest voorkomende oorzaken van blaren zijn langdurige wrijving op één plaats en verbranding door hitte of afkoeling van de huid.

Blaar verzorgen

  • Een gesloten blaar hoeft niet doorgeprikt te worden. Dat is alleen nodig als diegene er veel last van heeft, bijvoorbeeld tijdens het lopen. Een blaar doorprikken geeft meer kans op infecties.
  • Als de blaar open is, spoel hem dan goed af met lauw stromend water. Desinfecteer daarna met een ontsmettingsmiddel.
  • Dek de blaar goed af met een pleister of steriel gaas om infectie te voorkomen.
  • Vervang de pleister een à twee keer per dag zolang de blaar nog open is.
  • Probeer zo veel mogelijk wrijving te voorkomen.

Blaar doorprikken

  • Desinfecteer de huid rond de blaar met een ontsmettingsmiddel zoals jodium voorafgaand aan het doorprikken van de blaar.
  • Prik dan de blaar op een paar plekken open met een steriele naald. Hou hierbij de naald evenwijdig aan de huid.
  • Duw met een schoon watje of steriel gaasje het vocht uit de blaar.
  • Verwijder de huid niet, zo geneest de blaar sneller.

Brandwonden
Brandwonden ontstaan door extreme kou of extreme hitte als gevolg van vuur, elektriciteit, chemische stoffen, of straling. Brandwonden zijn vaak te voorkomen. Ze vereisen onmiddellijk medisch ingrijpen om verdere schade en complicaties tegen te gaan.

Brandwonden zijn ingedeeld als eerste-, tweede- en derdegraads, afhankelijk van de ernst van het letsel.

  • Eerstegraads verbranding is licht letsel, alleen de bovenste huidlaag is dan aangetast.
  • Bij een tweedegraads verbranding zijn zowel de bovenste als de onderliggende huidlaag aangetast.
  • Derdegraadsverbranding is zeer ernstig letsel, dat diep in het onderhuidse bindweefsel doordringt.

Brandwond verzorgen
De behandeling van brandwonden is afhankelijk van de ernst en grootte van de wond. Houd brandwonden allereerst minimaal tien minuten onder stromend, lauw water. Eerstegraads brandwonden kunnen daarna onbedekt blijven.

Een (huis)arts stelt vast of er sprake is van tweede- of derdegraads brandwonden. Deze worden meestal door een arts behandeld. Afhankelijk van de oorzaak, ernst en de grootte van het verbrande oppervlak kiest de arts een behandeling.
Op de pagina brandwonden leest u meer over het behandelen van eerste-, tweede- en derdegraads brandwonden.

Steek- of prikwonden
Een steekwond is vaak een vrij diepe wond. De juiste diepte is niet direct goed te bepalen en de insteekopening is vaak klein. Daardoor is de onderliggende schade niet zichtbaar. Steekwonden zijn daarom lastig te beoordelen.

Prikwonden ontstaan vaak door koken, tuinieren of klussen. Bijvoorbeeld door met een voet in een spijker te stappen. Ook bij prikwonden is door de kleine insteekopening aan de oppervlakte niet goed zichtbaar hoeveel schade er is aangericht.

Steek- of prikwond verzorgen

  • Spoel de wond schoon met lauw stromend water of maak de wond schoon met water en zeep.
  • Als de wond hevig bloedt, druk dan de wond minstens tien minuten stevig dicht met een schone doek. Bij een wond in arm of been kan het helpen om dit lichaamsdeel hoog te leggen met behulp van kussens.
  • Kleine steek- en prikwonden kunnen gedesinfecteerd worden met een ontsmettingsmiddel als jodium, alcohol of betadine om een infectie te voorkomen.
  • Dek de wond daarna af met een pleister of steriel gaas.
  • Neem daarna contact op met een (huis)arts. Steek- en prikwonden moeten ook beoordeeld worden door een arts in verband met het risico op tetanus.

Bijtwonden
Het woord 'bijtwond' wordt vooral gebruikt als de beschadiging van het weefsel en het risico op infectie de belangrijkste aspecten van de wond zijn. Een bijtwond veroorzaakt een schaaf-, steek- of scheurwond van de huid. Giftige wonden worden vernoemd naar het veroorzakende dier (zoals slangenbeet, spinnenbeet of insectenbeet).

Dieren en mensen kunnen veel organismen bij zich dragen die ziektes veroorzaken. Door een bijtwond kunnen mensen daarmee besmet raken. Een bijtwond van een dier of een mens kan tot ernstige infecties leiden. Bijvoorbeeld bij besmetting door de tetanus -bacterie of het dodelijke hondsdolheid -virus. Een arts kan een bijtwond alleen beoordelen als hij de wond heeft geïnspecteerd en de omstandigheden waardoor de wond is ontstaan duidelijk zijn.

Bijtwond verzorgen

  • Bijtwonden schoonmaken is zeer belangrijk omdat ze altijd besmet zijn met bacteriën. Spoel de wond goed af met stromend lauw water.
  • Als er geen water voorhanden is en de wond bloedt, laat deze dan goed doorbloeden om het vuil te verwijderen.
  • Desinfecteer de wond met een ontsmettingsmiddel zoals jodium, alcohol of betadine.
  • Dek een grote wond af na het uitwassen met een schoon verband of een schone doek.
  • Neem contact op met een arts of Eerste Hulp. Een bijtwond wordt meestal niet gehecht. Bij het hechten van de wond is de kans op een ontsteking groot. In de wond kunnen bacteriën zitten. Bij sommige bijtwonden is een behandeling met antibiotica nodig. Bij beschadiging van een pees, gewricht, zenuw of bot is chirurgische behandeling nodig.
  • Soms heeft het slachtoffer een tetanus- of hondsdolheidvaccinatie nodig, of bescherming met immunoglobuline. Dat is afhankelijk van eerdere vaccinaties. Vaak is niet duidelijk of een dier besmet is. Als het kan, wordt het dier dan tien dagen onder observatie geplaatst om te kijken of het zich normaal gedraagt.

Snijwonden
De meeste snijwonden komen door huis-, tuin- en keukenongelukjes Meestal wordt het hoofd of de ledematen getroffen. De ernst van de snijwond is afhankelijk van de hieronder genoemde factoren.

  • De diepte van de snee.
  • De lengte van de snee.
  • De aard van de bloeding, is het een aderlijke of een slagaderlijke bloeding?
  • De mate van vervuiling.
  • De druk waarmee het voorwerp in het lichaam is gebracht. Aan de oppervlakte is niet altijd goed te zien hoeveel schade er is. Bij een diepe of grote snijwond is het verstandig om contact op te nemen met een (huis)arts. Die kan de wond inspecteren en beoordelen of er een tetanusinjectie toegediend moet worden.

Snijwond verzorgen

  • Maak een snijwond schoon onder lauw stromend water. Dep daarna de wond droog met een steriel gaasje of een droge doek.
  • Als de snijwond niet te erg bloedt, kan er een pleister op worden geplakt.
  • Als de wond hevig bloedt, druk dan stevig op de wond met een schone doek gedurende minstens 10 minuten. Bij een snijwond in arm of been kan het helpen om dit lichaamsdeel hoog te leggen met behulp van kussens.
  • Als er iets uit de wond steekt, bijvoorbeeld een splinter of een stukje glas, probeer dit dan met een pincet te verwijderen voordat u verband aanlegt. Een groter voorwerp kunt u beter laten zitten, zodat een arts dit kan verwijderen.
  • Neem ook contact op met een arts bij grote snijwonden. Deze genezen sneller en mooier als ze gehecht worden. Raadpleeg ook een arts bij snijwonden met rafelige randen en als u denkt dat er een pees beschadigd is.
  • Bij ernstige wonden met veel bloedverlies belt u 112 voor een ambulance. Terwijl u wacht, moet u stevig op de wond drukken op de hierboven beschreven wijze.

Wonden hechten

Een wond hechten is het aan elkaar vastmaken van wondranden met hechtmateriaal. Denk hierbij aan naald en hechtdraad, nietjes, wondlijm of zwaluwstaartjes.

Wanneer is hechten nodig?
Grotere en diepere snijwonden genezen sneller en mooier als ze gehecht worden. Artsen hechten eerder op plaatsen waar veel spanning op de huid staat, of op plaatsen waar een litteken ongewenst is om cosmetische redenen. Hechten kan het beste gebeuren binnen zes uur na het ontstaan van de wond. Bij langer wachten wordt het risico op infectie van de wond groter.

Bij wonden waarin veel bacteriƫn zitten, kan er voor gekozen worden om de wond niet te hechten. Door de wond te hechten raken de bacteriƫn opgesloten in de wond en kan een infectie ontstaan Dit is onder andere het geval bij bijtwonden of bij wonden die ouder zijn dan zes uur. Deze wonden worden opengelaten en moeten spontaan genezen. Soms is het mogelijk om de oude wondranden weg te snijden en de wond vervolgens goed te reinigen. Zo ontstaat een verse wond, die wel gehecht mag worden.

Chronische wonden

Als een wond na tien dagen niet is genezen, is het een chronische wond. Dit zijn onder andere decubituswonden, een open been en een diabetisch voet. De behandeling van een chronische wond is vaak intensief en langdurig. Vaak doet een (huis)arts de behandeling of gebeurt het in een ziekenhuis.

Decubituswond
Een decubituswond heet ook wel een doorligwond. Decubitus ontstaat als de huid lang onder druk staat, waardoor de bloedtoevoer vermindert. Hierdoor sterft huidweefsel af en vormen grote, kraterachtige zweren.

De behandeling van doorligwonden bestaat uit verschillende onderdelen. De druk op het aangetaste gebied wordt verminderd, dood weefsel en andere wonden worden verwijderd. Doel is om uitbreiding van de aandoening te voorkomen.

Open been
Een open been heet ook wel ulcus cruris. Een open been is een wond aan het onderbeen die niet of nauwelijks wil genezen. Zo’n wond kan gemakkelijk ontstoken raken. De wond is het gevolg van langdurige problemen met de bloedvaten. Dit kunnen problemen zijn met de toevoer van bloed (vernauwing van de beenslagaders ), of met de afvoer van bloed (spataders). Ook na een trombosebeen kan op den duur een open been ontstaan. Een open been komt vooral voor bij oudere mensen, als er al langdurig vaatproblemen zijn.
De behandeling van een open been bestaat voornamelijk uit het verzorgen van de wond en het stimuleren van de aan- of afvoer van bloed. Zwachtelen van benen of dragen van steunkousen stimuleert de afvoer van bloed. Verder is veel bewegen belangrijk. Bij een vernauwing van de beenslagaders kan een operatie of een dotterbehandeling helpen om de aanvoer van bloed te vergroten. Dan groeit de genezingskans van de wond.

Diabetische voet
Diabetes leidt bij veel mensen tot voetproblemen. Dit komt door een combinatie van factoren: zenuwschade, verslechterde doorbloeding van de benen en een slechtere weerstand. Een bloedsuikerspiegel die lang te hoog is, leidt tot complicaties. Eén daarvan is de
diabetische voet. Dit zijn slecht genezende wondjes aan de voeten, soms met uitgebreide voetinfectie. Dit kan leiden tot het afsterven van weefsel.

De behandeling van een diabetische voet is afhankelijk van de ernst van de wond. Dit kan variëren van wondverzorging tot het chirurgisch verwijderen van dood weefsel of amputatie van het aangetaste deel van de voet.

Als een diabetische voet eenmaal is ontstaan, kan goede behandeling zeer moeilijk zijn. Daarom is de belangrijkste behandeling van voetproblemen gericht het voorkomen ervan. Of de problemen in een vroeg stadium vaststellen. Dagelijkse controle van de voeten is essentieel, net als een goede voetverzorging en het dragen van goed passende schoenen.

Meer informatie

Eerste Hulp bij grote wonden en bloedverlies
www.ehbo.nl/tips/bloedverlies-wonden/

Informatie van Nederlandse dermatologen
www.huidinfo.nl/openbeen.html

Informatie over diabetische voet
www.diabetesfonds.nl/artikel/voeten

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.