Borstkanker

Borstkanker

De meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in Nederland is borstkanker. Ongeveer één op de tien vrouwen krijgt te maken met de ziekte. Borstkanker kan ook voorkomen bij mannen.

Bij borstkanker is er sprake van ongeremde en ongecontroleerde wildgroei (woekering) van cellen in de borst. Meestal (ongeveer bij zeventig procent) begint de kanker in de melkgangen. Dit heet ductaal carcinoom. Als het begint bij de melkklieren in de borst, dan is de naam lobulair carcinoom. Er is nog een aantal andere vormen van borstkanker, maar deze komen weinig voor.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

De precieze oorzaak van borstkanker is niet bekend. Uit onderzoek blijkt wel dat bepaalde factoren het risico op borstkanker verhogen:

  • Leeftijd. Vanaf het dertigste levensjaar neemt de kans op borstkanker jaarlijks toe.
  • Erfelijkheid. Het is bekend dat er veranderingen (mutaties) kunnen zijn van twee stukjes erfelijk materiaal (genen). Deze verhogen het risico op borstkanker. Dit zijn mutaties in het BRCA1-gen (60 procent meer kans op borstkanker) en het BRCA2-gen (30 procent meer kans op borstkanker). Vrouwen met deze mutaties krijgen bovendien vaak jonger de ziekte en ook vaker aan twee borsten. Ook de kans op kanker van de eierstokken is hoger. De genen kunnen zowel via de moeder als via de vader geërfd worden.
  • Voortplanting. De volgende drie groepen hebben meer kans op borstkanker: o Vrouwen zonder kinderen. o Vrouwen die laat hun eerste kind kregen. o Vrouwen die geen of kort borstvoeding hebben gegeven.
  • Hormonale veranderingen. De volgende twee groepen hebben een verhoogde kans op borstkanker: o Vrouwen die al jong voor de eerste keer menstrueerden. o Vrouwen die laat in de menopauze kwamen.
  • Hormonale middelen. Het gebruik van de anticonceptiepil en het (jarenlang) gebruik van oestrogenen rondom de overgang (menopauze) verhogen de kans op borstkanker licht.
  • Alcohol. Het gebruik van alcohol lijkt het risico op borstkanker te verhogen.
  • Overige. Chemische stoffen, bestraling en virussen lijken een rol te spelen bij het ontstaan van borstkanker.

Symptomen borstkanker

Bij de melkgangen ofwel het ductaal carcinoom kan een knobbel (soms meerdere) in de borst voelbaar zijn. De knobbel heeft vaak een onregelmatig oppervlak, zit vast aan het borstweefsel en is niet pijnlijk. Bij de melkklieren vorm ofwel het lobulair carcinoom hoeft geen knobbel voelbaar te zijn. Deze vorm van kanker groeit meestal verspreid door de borst.

Andere symptomen van de borst die kunnen wijzen op borstkanker:

  • Verdikking van de borst en onderarm.
  • Veranderingen in de vorm van de borst en in de huid van de borst, zoals roodheid en warm aanvoelen (inflammatoir carcinoom).
  • Sinaasappelhuid op de borst.
  • Kuiltjes of rimpels in de huid of tepel.
  • Een ingetrokken of verplaatste tepel.
  • Ongewone pijn, jeuk, schilfering, of uitslag vooral rond de tepel (ziekte van Paget).
  • Bloederige afscheiding uit de tepel.
  • Een niet-genezend zweertje op de borst.
  • Dikke lymfeklieren onder het sleutelbeen of in de oksel.

Diagnose

De diagnose start meestal nadat een vrouw tijdens zelfonderzoek van haar borsten een knobbeltje of andere afwijking heeft ontdekt. Of na het constateren van een afwijking die tijdens het bevolkingsonderzoek op borstkanker is vastgesteld.

Naast het bekijken en palperen (bevoelen) van de borst zijn er andere tests. Deze hebben tot doel om te onderzoeken of een afwijking goedaardig of kwaadaardig is, zoals:

  • een röntgenfoto van de borst (mammografie).
  • echografie.
  • een MRI.
  • een dunnenaaldbiopsie, waarbij wat vocht uit de afwijking wordt gezogen en onderzocht.
  • een algeheel lichamelijk onderzoek naar tekenen van uitzaaiing. Eventueel aangevuld met een bloedonderzoek, een echo van de lever en een scan van de botten.

Als duidelijk is dat er sprake is van borstkanker, wordt de kanker ingedeeld in een klasse (geclassificeerd). Dat gebeurt aan de hand van kenmerken van de tumor zelf (namelijk grootte, mate van kwaadaardigheid en de locatie). Ook telt mee of de kanker in de lymfeklieren aanwezig is en of er uitzaaiingen aanwezig zijn. Aan de hand van deze classificatie wordt een behandelplan opgesteld.

Behandeling borstkanker

Afhankelijk van de classificatie van de borstkanker vindt een borstsparende operatie of een borstamputatie (mastectomie) plaats. Bij het weggenomen weefsel kijkt de onderzoeker of de randen van het weefsel schoon zijn van kankercellen. Pas wanneer dat het geval is, is de operatie goed uitgevoerd.

Bij beide operaties wordt ook de schildwachtklier in de oksel verwijderd. Dit is de lymfeklier waar de kankercellen zich het eerst naar toe verspreiden. Het opsporen van de klier gebeurt met een radioactieve stof en een kleurstof. Na de operatie wordt de schildwachtklier onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Zijn deze niet aanwezig, dan is de kans erg klein dat de kanker zich via de lymfebanen heeft verspreid.

Zijn er wel kankercellen aanwezig, dan verwijdert de arts in een tweede operatie alle lymfeklieren uit de oksel (okselkliertoilet). Na een borstsparende operatie volgt meestal een periode van bestraling (radiotherapie). Bij de behandeling van borstkanker hoort meestal ook radiotherapie, chemotherapie of hormoontherapie. De keuze van de behandeling is afhankelijk van de eigenschappen van de tumor en de leeftijd en de conditie van de vrouw.

Chemotherapie vindt plaats in een aantal sessies binnen 4 tot 6 maanden. Hormoontherapie blokkeert de inwerking van oestrogeen op een hormoongevoelige tumor. Dit wordt langere tijd gegeven. Een veel gebruikt middel hiervoor is tamoxifen.

Prognose

Borstkanker kan zich door het lichaam verspreiden. Er raken cellen los van de tumor. Deze verplaatsen zich via het bloed of de lymfe en vormen op een andere plaats in het lichaam een nieuwe tumor. Dit worden uitzaaiingen ofwel metastasen genoemd. Bij vrij veel vrouwen heeft dit al plaatsgevonden bij het stellen van de diagnose. De kanker kan zich naar alle delen van het lichaam uitbreiden maar gaat vooral naar de lever, de longen en de botten.

Bij een borstsparende operatie bestaat de kans dat de kanker na een aantal jaren terugkomt. Soms duurt dit tientallen jaren. Vrouwen met borstkanker die een erfelijke aanleg hebben voor het krijgen van borstkanker hebben kans dat ook in de andere borst kanker ontstaat. Uit voorzorg kan deze borst verwijderd worden. Er zijn ook erfelijk belaste vrouwen die ervoor kiezen om al voordat borstkanker optreedt, beide borsten te laten amputeren.

Na elke behandeling van borstkanker volgt een intensieve controle. De eerste jaren vindt deze een aantal keer per jaar plaats en daarna eenmaal per jaar.

De diagnose borstkanker en de behandeling gaan gepaard met hevige emoties, onzekerheid en angst. Veel mensen hebben baat bij steun en begrip uit de omgeving en van contact met lotgenoten.

Meer informatie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
www.rivm.nl/Onderwerpen/B/Bevolkingsonderzoek_borstkanker/

Website van Borstkankervereniging Nederland
www.borstkanker.nl/index.php?33bd9591b2

(Engelstalige) medische website over borstkanker (USA)
www.breastcancer.org/about_us

(Engelstalige) website over borstkanker (USA)
www.imaginis.com/

Heineman et al. (2002) Obstetrie en Gynaecologie. De voortplanting van de mens. Elsevier gezondheidszorg. Maarssen.

Pilnik S. (2003). Common breast lesions. A photographic guide to diagnosis and treatment. Cambridge university press, Cambridge.

Russo, J., Q. Tahin, et al. (2002). Neoplastic transformation of human breast epithelial cells by estrogens and chemical carcinogens. Environ Mol Mutagen 39(2-3): 254-63.

Bulstrode, C.J. (eds.) Bailey & Love’s Short Practice of Surgery, 23rd edn, Arnold, London.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.