Bijholteontsteking

Bijholteontsteking

Bij een acute bijholteontsteking (rhinosinusitis) is het slijmvlies van de bijholten, meestal de neusbijholten, ontstoken. De neusbijholten bestaan uit de voorhoofdsholten, de bovenkaakholten, de wiggenbeensholten en de zeefbeenholten.

Door het opzwellen van het slijmvlies wordt de opening naar de neus afgesloten, waardoor een voedingsbodem ontstaat voor micro-organismen. Als er sprake is van onvoldoende afweer, ontstaat een infectie.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaak

Een acute bijholteontsteking wordt meestal veroorzaakt door een virusinfectie. Maar de ontsteking kan ook het gevolg zijn van een allergie of een infectie met bacteriën.

Virussen die een acute bijholteontsteking kunnen veroorzaken, zijn onder andere verkoudheidsvirussen of griepvirussen (influenzavirussen). Bacteriën die vaak een acute bijholteontsteking veroorzaken, zijn Streptococcus pneumoniae en Haemophilus influenzae.

Symptomen

Veelvoorkomende symptomen bij een acute bijholteontsteking zijn een verstopte neus of een loopneus en pijn op de plaats waar de bijholte zich bevindt, zoals de wangen en het voorhoofd. De pijn verergert vaak bij bukken.

In ernstige gevallen heeft de patiënt hoge koorts en riekende neusafscheiding. Andere symptomen zijn pijn in het gezicht, een opgezet gezicht, kiespijn en hoesten. Een acute bijholteontsteking heeft vaak te maken met andere infecties van de bovenste luchtwegen. De symptomen van een acute bijholteontsteking zijn meestal binnen 10 dagen voorbij.

Diagnose

De symptomen van een acute bijholteontsteking vergemakkelijken de diagnose.De verschijnselen van een acute bijholteontsteking vergemakkelijken de diagnose. Soms moet de diagnose worden bevestigd met onderzoeken zoals röntgenfoto’s, een CT-scan of een endoscopisch onderzoek van de bijholten.

Behandeling

Bij een acute bijholteontsteking door een virusinfectie is alleen een ondersteunende behandeling nodig. Met middelen tegen neusverstopping wordt het verstoppingsgevoel bestreden. Pijnstillers helpen tegen de pijn en de koorts. Met behulp van geneesmiddelen tegen allergieën worden verdere allergische reacties in de bijholten tegengegaan. De oorzaak van de pijn is de verstopping van de openingen tussen de neus en de bijholten, en geen bacteriële infectie.

Een neus- en bijholteontsteking geneest normaal gesproken vanzelf. Met antibiotica gaat het niet sneller over. Ook worden er geen complicaties voorkomen.Bij mensen bij wie de behandeling geen effect heeft en die last blijven houden van terugkerende of blijvende bijholteontstekingen, kan spoeling van de bijholten (sinusspoeling) of een chirurgische ingreep noodzakelijk zijn. De soort ingreep hangt af van welke bijholte geïnfecteerd is. Het spoelen van de bijholten (sinusspoeling) wordt meestal gedaan onder plaatselijke verdoving.

Alleen bij een afwijkend beloop zijn antibiotica (amoxicilline, doxycycline) zinvol.

Complicaties

Als er geen andere ziekte aan te wijzen is als oorzaak van de ontsteking van de neusbijholten, zijn er vrijwel nooit complicaties te verwachten. Complicaties kunnen ontstaan doordat de infectie zich uitbreidt naar omliggend lichaamsweefsel, zoals ogen of wangen. Plaatselijk kunnen er in het omliggende weefsel ophopingen van pus (abcessen) voorkomen, of kan het weefsel opgezwollen en ontstoken zijn.

In heel uitzonderlijke gevallen kan de infectie zich uitbreiden naar de hersenen of de sinus cavernosus (de belangrijkste bloedafvoerader voor het oog). Daardoor zou zich pus in de hersenen of boven en onder het hersenvlies kunnen ophopen en kunnen hersenvliesontsteking en trombose van de sinus cavernosus ontstaan.

Meer informatie

Behandelstandaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap.
www.nhg.org/standaarden/samenvatting/rhinosinusitis

(Engels) Casiano, R.R. (2000), “Treatment of Acute and Chronic Rhinosinusitis”, Seminars in Respiratory Infections, vol.15, no.3, September, pp. 216-226 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

(Engels) Conrad, D.A. and Jenson, H.B. (2002), “Management of Acute Bacterial Rhinosinusitis”, Current opinion in Pediatrics, vol.14, no.1, February, pp. 86-90 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

Dudley, J. (1996), “Paranasal Sinus Infection”, in: Snow, J.B.Jr. and Ballenger, J.J. (eds) Otolaryngology: Head and Neck Surgery, 15th ed, Williams and Wilkins, Baltimore.