Postcoitale bloedingen en contactbloedingen

Postcoïtale bloedingen en contactbloedingen

Bloedingen die zich voordoen na geslachtsgemeenschap (coïtus) worden postcoïtale bloedingen genoemd. Met de term contactbloeding worden bloedingen aangeduid die optreden bij het aanraken van de geslachtsorganen. In Nederland wordt de term contactbloeding overigens vaak gebruikt om postcoïtale bloedingen aan te duiden.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

De eerste keer geslachtsgemeenschap kan gepaard gaan met een vaginale bloeding naderhand. Dit komt veel voor en is normaal. Het kan komen doordat de geslachtsgemeenschap gespannen verliep waardoor de vagina niet vochtig en ontspannen genoeg was. Ook kan het zijn dat er een stukje van het hymen (maagdenvlies) is gaan bloeden.
Overige vaginale bloedingen na de geslachtsgemeenschap kunnen diverse oorzaken hebben waaronder:

  • ruwe geslachtsgemeenschap of verkrachting;
  • urogenitale atrofie (met name na de menopauze);
  • gebruik van hormonale anticonceptie;
  • baarmoederhalskanker;
  • kleine beschadiging in combinatie met een afwijkende bloedstolling;
  • ontsteking ten gevolge van een seksueel overdraagbare aandoening (met name chlamydia);
  • poliep van de baarmoedermond;
  • ectropion en/of erosie van de cervix;
  • recente vagina-operatie.

Verschijnselen

Direct na of op de eerste dag na de geslachtsgemeenschap treedt vaginaal bloedverlies op. De hoeveelheid kan variëren van een paar druppeltjes (bijvoorbeeld bij urogenitale atrofie) tot massaal (bijvoorbeeld na een vrekrachting waarbij de vaginawand is gescheurd). Afhankelijk van de oorzaak kan geslachtsgemeenschap of masturbatie pijnlijk zijn. Postcoïtale bloedingen kunnen gepaard gaan met andere vaginale bloedingen op willekeurige momenten in de menstruele cyclus.

Diagnose

De diagnose postcoïtale bloeding en contactbloeding is gebaseerd op de geschiedenis en een lichamelijk onderzoek van de patiënt. De huisarts verricht een speculumonderzoek en een vaginaal toucher. Tijdens het speculumonderzoek wordt wat cervixslijm afgenomen (uitstrijkje) dat in het laboratorium onderzocht wordt op aanwezigheid van dysplastische cellen die wijzen op (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. Bij het vermoeden op een seksueel overdraagbare aandoening kan ook materiaal afgenomen worden voor bijvoorbeeld een chlamydiatest. Een gynaecoloog kan de baarmoederhals indien nodig tot in detail bekijken via colposcopie) en daarbij een stukje weefsel afnemen (biospie) voor verder onderzoek.

Behandeling

De behandeling is volledig afhankelijk van de onderliggende oorzaak van het vaginale bloedverlies.

Prognose

De prognose van vaginaal bloedverlies na de geslachtsgemeenschap is afhankelijk van de oorzaak. Een aantal oorzaken (bijvoorbeeld urogenitale atrofie en een seksueel overdraagbare aandoening) zijn goed te behandelen. Het bloedverlies zal na de behandeling verdwenen zijn. In het geval van baarmoederhalskanker is de prognose afhankelijk van het moment waarop de diagnose wordt gesteld. Hoe eerder in het ziekteproces dit gebeurt, hoe beter de prognose zal zijn. Twijfel daarom niet bij vaginaal bloedverlies na de geslachtsgemeenschap en maak een afspraak bij de huisarts!

Meer informatie

www.kwfkankerbestrijding.nl
Informatie van het KWF kankerbestrijding (NL)

nhg.artsennet.nl
NHG-standaard vaginaal bloedverlies, Nederlands Huisartsen Genootschap

Heineman et al. Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. Vijfde druk. Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen, 2004.

French, J.I. (1991), “Abnormal bleeding associated with reproductive tract infection”, NAACOGS Clinical Issue of Perinatal Womens Health and Nursing, vol. 2, no. 3, pp.313-321.

Hillard, P.A. (1996), “Benign Diseases of the Female Reproductive Tract”, in: Berek, J.S, Adashi, E.Y, Hillard, P.A. (eds), Novak’s Gynecology, 12th edn, Williams & Wilkins, London.

Padubidri, V.G, & Daftary, S.N. (2000), Injuries of the Female Genital tract”, 12th edn, Shaw’s Textbook of Gynaecology, Churchill, Livingstone, London.

Wentz, A.C. (1988), “Abnormal Uterine Bleeding”, in: Jones III, H.W, Wentz, A.C, Burnett, L.S. (eds), Novak’s Textbook of Gynecology, 11th edn, Williams & Wilkins, London.