Kwaadaardige tumoren van de slokdarm (slokdarmkanker)

Een kwaadaardige tumor is een gezwel met daarin abnormale weefselgroei, kortom: kanker. Kwaadaardige tumoren kunnen doorgroeien in omringende weefsels en deze vernietigen. De kanker kan zich ook verspreiden naar andere plaatsen en organen in het lichaam (uitzaaiingen of metastasen) en is dan vaak moeilijker te behandelen.
Tumoren in de slokdarm – die overigens niet zo heel vaak voorkomen – bevinden zich meestal in het onderste deel van de slokdarm.
Slokdarmkanker treft vooral mensen van middelbare leeftijd en ouder (vooral tussen de 50 en 70 jaar) en aanzienlijk meer mannen dan vrouwen. Voorbeelden van kwaadaardige tumoren van de slokdarm (slokdarmkanker) zijn: plaveiselcelcarcinoom, adenocarcinoom en barrett-slokdarm.

De Hartlijn: voor al uw vragen bij chronisch hartfalen

Oorzaken

De precieze oorzaak van slokdarmkanker is niet bekend. Wel is een aantal risicofactoren bekend, dat de kans op slokdarmkanker vergroot. Roken en overmatig alcoholgebruik, en vooral de combinatie van deze twee factoren, verhoogt het risico op slokdarmkanker, vooral op het plaveiselcelcarcinoom.
Een andere belangrijke factor die met slokdarmkanker in verband wordt gebracht, is langdurige irritatie van de slokdarm. Als maagzuur vanuit de maag de slokdarm binnenkomt, kunnen op den duur de cellen van de wand van de slokdarm veranderen. Deze verandering wordt barrett-slokdarm genoemd. Patiënten met een barrett-slokdarm hebben een verhoogd risico op het ontstaan van slokdarmkanker, vooral het adenocarcinoom. Voedsel slecht kauwen en meteen doorslikken, het eten van voedsel dat nog erg warm is en het eten van sterk gekruid voedsel zouden mogelijk hetzelfde irriterende effect kunnen hebben.
Ook bestaat het vermoeden dat eenzijdige voeding, arm aan groente en fruit en rijk aan dierlijke vetten, een oorzaak kan zijn, net als overgewicht.

Verschijnselen

Over het algemeen ontstaan de klachten heel geleidelijk en daardoor wordt de diagnose vaak pas laat gesteld. In een vroeg stadium geeft slokdarmkanker vaak helemaal geen klachten.
De klachten bestaan voornamelijk uit slikproblemen, het gevoel alsof er iets in de keel zit en het niet goed willen zakken van voedsel. Andere verschijnselen kunnen zijn: de hik, verminderde eetlust, gewichtsverlies en vermoeidheid.

Diagnose

Om slokdarmkanker vast te stellen, is een aantal onderzoeken mogelijk. Meestal wordt begonnen met een röntgenfoto van de slokdarm (slikfoto) en een endoscopie waarbij biopten kunnen worden genomen.
Bij een slikfoto krijgt de patiënt een drankje met barium, een stof die op een röntgenfoto zichtbaar is. Omdat het barium zich tijdelijk hecht aan het oppervlak van de slokdarm, kunnen op deze manier mogelijk aanwezige tumoren zichtbaar worden op de röntgenfoto.
Endoscopie is een onderzoek waarbij een flexibele buis van glasvezel (met een lichtbron aan een van de uiteinden) in de slokdarm wordt gebracht. De arts kan elke mogelijke afwijking direct zien. De procedure is meestal pijnloos, omdat de patiënt vóór de ingreep een oplossing met pijnstillers (plaatselijke verdoving) te drinken krijgt. Als de arts tijdens de endoscopie iets ziet dat aan kanker doet denken, kan hij via de endoscoop een klein stukje van een verdacht knobbeltje of zweer wegnemen (biopt ). Het weefselmonster wordt daarna onder de microscoop onderzocht. Een biopt kan ook tijdens een operatie worden genomen.

Ook beeldvormende technieken als echoscopie en CT-scans kunnen bijdragen aan het stellen van de diagnose. Bij echoscopie wordt gebruikgemaakt van geluidsgolven. Het apparaat bevat een sonde met een zogenoemd ‘piëzo-elektrisch’ kristal, dat geluidsgolven voortbrengt. De uitgezonden geluidsgolven botsen tegen de weefsels van de slokdarm en worden teruggekaatst. Daarbij veranderen hun kenmerken. Deze wijzigingen worden door het apparaat vastgelegd en vertaald in beelden die de arts op het scherm ziet. Bij patiënten met slokdarmkanker kan dit worden toegepast om de verdikking van de slokdarmwand zichtbaar te maken. Ook kan het worden gebruikt om het gebied rond de slokdarm op mogelijke uitzaaiingen te onderzoeken.
Bij een CT-scan wordt gebruikgemaakt van een smalle bundel röntgenstralen die rond het te onderzoeken deel van het lichaam wordt geroteerd. De bundel wordt door de scanner gedetecteerd en door een computer geanalyseerd. De computer stelt uit de afzonderlijke beelden een afbeelding samen. Deze kan op een beeldscherm worden bekeken of worden afgedrukt zoals een foto.

Behandeling

Slokdarmkanker kan op verschillende manieren worden behandeld. Chirurgie is een van de methoden om slokdarmkanker te behandelen. Hierbij wordt de tumor met een groot deel van de slokdarm en eventueel een stuk van de maag verwijderd. Voor een operatie wordt alleen gekozen als uit de onderzoeken blijkt dat de tumor niet is doorgegroeid door de wand van de slokdarm heen en er geen uitzaaiingen zijn. Er is een aantal verschillende operatietechnieken mogelijk:

  • Het verbinden van het overgebleven deel van de slokdarm met de (rest van) de maag, hierbij ontstaat een zogenoemde buismaag. Deze techniek wordt het meest toegepast.
  • Het maken van een verbinding tussen de slokdarm en de rest van de maag met behulp van een stuk van de dikke of de dunne darm.

Een andere behandelmethode is bestraling, ook wel radiotherapie genoemd. Hierbij worden kankercellen vernietigd door bestraling met radioactieve stoffen. Bij ongeveer 35 procent van de patiënten wordt deze methode toegepast.
In zeldzame gevallen wordt chemotherapie gebruikt. Bij deze behandeling worden, via een infuus, medicijnen (cytostatica) toegediend die de groei van kankercellen kunnen afremmen. Vooral bij uitzaaiingen wordt deze methode gebruikt.
Een operatie geeft de beste resultaten bij mensen met slokdarmkanker. Gemiddelde is 20 procent van de patiënten vijf jaar na de operatie nog in leven. Als de slokdarm in een vroeg stadium wordt verwijderd, is het overlevingspercentage 50 tot 80.
Gedeeltelijke of totale verwijdering van de slokdarm is een grote chirurgische ingreep. Complicaties hebben meestal met de ademhaling te maken, zoals vocht in de longen (longoedeem ) of samendrukking van het longweefsel (atelectase ).
Palliatieve chirurgie om symptomen zoals pijn of problemen met slikken te verlichten, wordt uitsluitend uitgevoerd bij patiënten bij wie een curatieve behandeling – gericht op genezing – niet mogelijk is. Als de tumor de doorgang van voedsel naar de maag bemoeilijkt, kan worden geprobeerd de slokdarm op te rekken of een stent te plaatsen. Dit is een stijve buis waar het voedsel doorheen kan. Ook kan met laserstralen worden geprobeerd de tumor gedeeltelijk te vernietigen, zodat de doorgang wijder wordt.

Preventie

Stoppen met roken, weinig of geen alcohol drinken en het eten van veel fruit, groente en volkorenproducten kunnen het risico op slokdarmkanker verkleinen. Ook is het belangrijk om aandoeningen als ontstekingen of zweren van de slokdarm te laten behandelen.

Meer informatie

http://kanker.kwfkankerbestrijding.nl/soorten-kanker/Pages/soorten-kanker-slokdarmkanker.aspx
Informatie van de KWF Kankerbestrijding over slokdarmkanker.

www.mlds.nl/ziekten/?rID=8&aID=21&char=S
Informatie van de Maag Lever Darm Stichting over slokdarmkanker.

www.chirurgenoperatie.nl/pagina/buik_specifiek/slokdarmkanker.php
Informatie van Surgipoort BV (een groep chirurgen) over slokdarmkanker en de behandeling.

www.mlds.nl/ziekten/?rID=8&aID=21&char=S
Informatie van de Maag Lever Darm Stichting over barrett-slokdarm.

www.barrett.nl/
Informatie van het Slokdarm Research Team van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam over barrett-slokdarm,

www.slokdarmkanker.info/pages/view.php?page_id=384
Slokdarmkanker.info

Bancewicz, J. (2000), ‘The Oesophagus’, in: Russell, R.C.G., Williams, N.S. and Bulstrode, C.J.K. (eds.), Bailey & Love’s Short Practice of Surgery, 23rd edn., Arnold, London.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.