Cilinderafwijking van het oog astigmatisme

Cilinderafwijking van het oog (astigmatisme)

Astigmatisme is een refractie- of brekingsafwijking van het oog, waarbij de lichtstralen in één as (horizontaal) anders gebroken worden dan in de andere as (verticaal). Meestal is dit het gevolg van een ongelijke kromming van het hoornvlies. Astigmatisme kan op zichzelf of in combinatie met bijziendheid of verziendheid voorkomen. Astigmatisme veroorzaakt een wazig of vervormd, opgerekt beeld. Astigmatisme wordt ook wel een cilinderafwijking genoemd.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaak

Om goed te kunnen zien is het noodzakelijk dat lichtstralen precies op het netvlies achter in het oog vallen. De lichtstralen bereiken als rechte lijnen het oog. Door het hoornvlies en de lens worden deze stralen gebogen. De stralen die boven (aan de kant van het voorhoofd) in het oog vallen, worden naar beneden afgebogen. De stralen die beneden in het oog vallen (aan de kant van de wangen) worden naar boven afgebogen (verticale as). Lichtstralen van rechts worden naar links afgebogen en lichtstralen van links worden naar rechts afgebogen (horizontale as). De stralen die midden in het oog binnenvallen, worden niet gebogen en gaan rechtdoor. Alle stralen komen op deze manier op één punt samen. Dit punt wordt het brandpunt genoemd. Normaal gesproken bevindt dit brandpunt zich precies op het netvlies waardoor scherp gezien wordt.

Bij mensen met astigmatisme worden de lichtstralen in één as (horizontale as) anders afgebogen worden dan in de andere as (verticale as). Hierdoor komen de lichtstralen niet op één punt bij elkaar. Indien lichtstralen in één as precies op het netvlies vallen, komen die lichtstralen in de andere as ofwel voor of achter het netvlies terecht. Er kunnen meerdere oorzaken bestaan waarom lichtstralen ongelijk afgebogen worden door het lenzenstelsel van het oog. Dit zijn:

  • Krommingsafwijking van het hoornvlies
  • Krommingsafwijking van de ooglens
  • Krommingsafwijking van het hoornvlies Meestal ontstaat astigmatisme door een krommingsafwijking van het hoornvlies. Een ideaal hoornvlies zonder astigmatisme heeft de vorm van (een deel van) een perfecte ronde bol (zoals een voetbal) waardoor het licht gelijkmatig gebroken wordt in alle richtingen. Bij astigmatisme is het hoornvlies in de ene richting meer gekromd is dan in de andere richting. Hierdoor ontstaat een een ovale bol (zoals een rugbybal) waardoor de lichtstralen ongelijkmatig worden afgebogen. Dit wordt ook wel regelmatig astigmatisme genoemd. Onregelmatig astigmatisme wil zeggen dat het hoornvlies niet mooi glad is als een bal maar vol zit met hobbels en bobbels. De lichtstralen worden hier echt alle kanten opgebogen. Normaal gesproken groeit het oog tijdens de jeugdjaren volgens een bepaald groeipatroon dat als het ware voorgeprogrammeerd is en grotendeels erfelijk bepaald is. Bij een mensen met regelmatig astigmatisme vindt deze groei van het hoornvlies niet gelijkmatig plaats. Onregelmatig astigmatisme kan onder andere optreden bij een keratoconus. Meestal verschillen beide ogen niet zoveel van elkaar in (sterkte van het) astigmatisme maar in uitzonderlijke gevallen heeft maar één oog een cilindrische afwijking of is het verschil in astigmatisme van beide ogen zeer groot (anisometropie). In dit geval bestaat een behoorlijke kans op het ontwikkelen van een lui oog (amblyopie), indien dit niet op jonge leeftijd gecorrigeerd wordt met een bril.
  • Krommingsafwijking van de ooglens Dit is een zeldzamere oorzaak van astigmatisme, waarbij de eigen natuurlijke ooglens onregelmatig gekromd, gekanteld of verplaatst is. Ook een geïmplanteerde kunstlens kan een astigmatisme veroorzaken wanneer deze wat naar opzij, boven of onder verschoven of gekanteld is.

Verschijnselen

Bij astigmatisme ontstaat een onscherp beeld, zowel bij het veraf als bij het dichtbij kijken. Hoe onscherp het beeld is, hangt af van de sterkte van het astigmatisme (ofwel van de cilinderafwijking). Is het oog daarnaast ook bijziend, dan is het beeld op afstand nog waziger dan dichtbij, en het omgekeerde is het geval bij verziendheid. Het door astigmatisme veroorzaakte wazige beeld wordt soms ook als vervormd ervaren. Het beeld is opgerekt in een bepaalde as of wordt waargenomen als een soort dubbelbeeld (een beeld met een dubbele rand). Bij langbestaand, ongecorrigeerd astigmatisme wordt de optische vervorming vaak onbewust door de hersenen gecorrigeerd (het opgerekte beeld wordt als het ware door de hersenen weer platgedrukt). De vervorming wordt dan pas opgemerkt als het astigmatisme ineens volledig met een bril gecorrigeerd wordt! De hersenen drukken het beeld dat nu wel goed aankomt immers nog steeds plat. In de loop van de tijd passen de hersenen zich weer aan en wordt het beeld niet meer vervormd weergegeven. Een ander verschijnsel bij astigmatisme is het knijpen met de ogen. Door de oogleden iets dicht te knijpen, verandert de kromming van het hoornvlies soms een klein beetje, waardoor het beeld scherper kan worden. Astigmatisme kan ook leiden tot hoofdpijn, pijn rond de ogen en vermoeidheid, met name bij het uitvoeren van visuele taken (zoals lezen of met een beeldscherm werken).

Diagnose

De opticien, optometrist of oogarts kan astigmatisme (en andere brekingsafwijkingen zoals bijziendheid en verziendheid) vaststellen door een refractieonderzoek.

Astigmatisme wordt uitgedrukt in sterkte en asrichting (0 tot 180°) en wordt een cilindrische afwijking genoemd. Blijkt het astigmatisme onregelmatig of zeer sterk te zijn, of is het gezichtsvermogen niet helemaal te verbeteren met een correctie, dan is een volledig oogonderzoek door een oogarts noodzakelijk om een eventuele oogaandoening of amblyopie uit te sluiten.

Behandeling

Astigmatisme kan op een aantal manieren behandeld worden. Dit zijn:

  • Bril
  • Contactlenzen
  • Refractiechirurgie

Bril
Brilglazen met een cilindrische correctie kunnen alleen regelmatig astigmatisme corrigeren. Brilglazen hebben vooral bij hogere astigmatisme het nadeel dat het beeld vervormd wordt. Bij een aanzienlijk verschil in brilafwijking tussen beide ogen kan dit verschil in beeldgrootte erg vervelend zijn.

Contactlenzen
Zeer geringe cilindrische afwijkingen (minder dan 1 dioptrie) kunnen met een zachte contactlens gecorrigeerd worden, middelmatige cilindersterktes (1 tot 2 dioptrieën) met halfzachte of harde contactlenzen. Bij hogere cilindrische afwijkingen (meer dan 2 dioptrieën) zijn speciale “torische” contactlenzen nodig om de afwijking te corrigeren. Ook onregelmatig astigmatisme (veroorzaakt door ongelijkmatige vervorming van het hoornvlies) kan dikwijls goed gecorrigeerd worden met een harde of halfzachte contactlens. Contactlenzen hebben meer onderhoud nodig dan een bril en leiden bij langdurig gebruik vaak tot problemen door allergische reactie op lenzen of contactlensvloeistoffen of door bloedvatnieuwvorming aan de rand van het hoornvlies. Bovendien geven contactlenzen, zeker bij slechte hygiëne, meer kans op infecties van het oog.

Refractiechirurgie
Sinds enkele jaren zijn een aantal chirurgische technieken ontwikkeld ter correctie van astigmatisme. De keuze van de techniek wordt bepaald door de sterkte van de cilindrische afwijking, het al dan niet aanwezig zijn van bijziendheid en verziendheid, de ervaring van de chirurg met de specifieke technieken en de wens van de patiënt. De meest gebruikte huidige technieken zijn. De mogelijkheden zijn te verdelen in twee groepen: 

Lasertechnieken

  • PRK (photorefractieve keratectomie)
  • LASIK (laser-in-situkeratomileusis)
  • LASEK (laser epithelial keratomileusis)

Niet-lasertechnieken

  • Intraoculaire lenzen ter correctie van astigmatisme zijn nog niet standaard te verkrijgen, maar de resultaten van deze nog experimentele techniek zijn hoopgevend.

Refractiechirurgie betekent eigenlijk een vrij invasieve en onomkeerbare ingreep uitvoeren op of in een oog dat (op een refractie-afwijking na) “gezond” is. Het is daarom van het grootste belang om de mogelijke risico’s van een dergelijke ingreep in te calculeren. De meeste complicaties kunnen met succes behandeld worden, in een enkel geval kan de kwaliteit van het zicht onomkeerbaar achteruitgaan of zelfs verloren gaan. De kansen op dergelijke complicaties dienen afgewogen te worden tegenover de last en ongemakken van de bijziendheid. Mogelijke hinder veroorzaakt door bijziendheid kan zijn: cosmetische bezwaren tegen het dragen van een bril, beperktheid van het gezichtsveld wanneer men een bril draagt bij zeer hoge cilindrische en sferische afwijkingen, het ongemak van een bril of van een contactlens bij het sporten, intolerantie voor contactlenzen of onderhoudsvloeistoffen, de hoge eisen voor ongecorrigeerde visus in bepaalde beroepen zoals bij piloten. 

Een ander aspect van refractiechirurgie waarvan u van tevoren op de hoogte moet zijn, is dat indien de behandeling optimaal wordt uitgevoerd, d.w.z. de brilsterkte op “0” wordt teruggebracht, vanaf de leeftijd van 40-45 jaar een bril opnieuw noodzakelijk wordt om de kleine lettertjes te kunnen lezen.

Prognose

In het algemeen kan men stellen dat de refractiechirurgietechnieken minder goed ontwikkeld zijn voor de correctie van astigmatisme dan voor bijziendheid; in het eerste geval is er minder kans op een stabiel perfect resultaat.

Meer informatie

Informatie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
www.oogheelkunde.org

Informatie van het Oogcentrum Deventer over contactlenzen
www.oogartsen.nl

Informatie van het Oogcentrum Deventer
www.oogartsen.nl