Spierverslappers

Spierverslappers

Spierverslappers verlagen de spiertonus (spierspanning in rust), waardoor verlichting wordt geboden bij stijve spieren en bij pijn als gevolg van overbelasting, verstuiking of andere vormen van spierletsel. Door deze geneesmiddelen ontspannen de skeletspieren. Dit komt doordat ze op de hersenen of op de spieren inwerken; respectievelijk worden ze centraal werkende en perifeer werkende spierverslappers genoemd. Centraal werkende stoffen (bijvoorbeeld diazepam en baclofen) verlagen de spierspanning. Dit gebeurt via een ingewikkeld werkingsmechanisme. De stoffen werken in op de signaaloverdracht in het ruggenmerg, zodat prikkels niet kunnen leiden tot een verhoogde spierspanning. Hoewel de spiertonus door deze middelen dus wordt verlaagd, blijft de spierkracht zelf onaangetast. Alle centraal werkende stoffen werken enigszins slaapverwekkend. Ze worden hoofdzakelijk gebruikt bij acute spierspasmen, vooral in de hals, en bij stijve rugspieren. Ook bij verwondingen van het ruggenmerg, multipele sclerose, amyotrofische laterale sclerose, tetanus en dergelijke zijn deze medicijnen bruikbaar.

Perifeer werkende geneesmiddelen hebben een heel ander effect. Voorbeelden van perifeer werkende geneesmiddelen zijn: pancuronium, atracurium, mivacurium, succinylcholine en dantroleen. Afgezien van dantroleen werken al deze stoffen op de plaats waar de zenuw en de spier met elkaar in verbinding staan, het zogenoemde motorische eindplaatje. Ze blokkeren de zenuwimpulsen die door de zenuw naar de spier worden geleid en veroorzaken daardoor verlammingen. Ze veroorzaken dus méér dan spierontspanning zoals bij de centraal werkende spierontspanners.

Dantroleen werkt niet op het motorische eindplaatje, maar direct op de spiercellen. Het blokkeert het vrijmaken van calcium (noodzakelijk voor de spiercontractie), waardoor de spieren zich ontspannen. De perifeer werkende spierverslappers worden voornamelijk toegepast in combinatie met middelen voor algehele narcose. De ademhalingsspieren, die dan ook niet meer functioneren, kunnen worden overgenomen door een beademingsmachine. Deze middelen zijn ook van waarde bij ernstige gevallen van tetanus, status epilepticus en bij spastische aandoeningen van het centrale zenuwstelsel zoals multiple sclerose en amyotrofische laterale sclerose. De dosering van de middelen wordt langzaam opgehoogd totdat het spierspasme is opgeheven.

Volg een webinar over het vinden van de beste zorg

Hoe krijgt u de beste zorg die ook nog eens past bij úw situatie? In de gratis webinars van CZ krijgt u handig advies en praktische tips van professionals.

Bekijk hier de webinars

Meer informatie

Informatie over spierverslappers
nl.wikipedia.org/wiki/Spierverslapper

Mycek. M. J, Harvey. R. A, Champe. P. C. (1997), Cholinergic antagonists in: Harvey R.A, Champe P.C. (Eds), Lippincotts Illustrated Review-Pharmacology’ 2nd Ed, Lippincott-Raven, New York.

Taylor. P, (2001), Agents acting at the neuromuscular junction and autonomic ganglia, in: Hardman. J. G, Limbird .L. E (eds), Goodman and Gillman’s The Pharmacological Basis of Therapeutics, 10th Ed, Mc Graw Hill, London.