Slokdarmvernauwing

Slokdarmvernauwing

De slokdarm (oesofagus) is een gespierde buis die in het verlengde ligt van de keelholte en boven in de maag uitmondt. De slokdarmspieren stuwen het voedsel van de mond naar de maag. Vernauwing van de slokdarm kan verschillende oorzaken hebben. Compressie van de slokdarm treedt meestal op als deze van buitenaf wordt samengedrukt door een weefselmassa, bijvoorbeeld als gevolg van een vergrote schildklier of een gezwel naast de slokdarm.
De vernauwing kan ook door een afwijking in de slokdarm zelf komen. In dit artikel wordt deze vorm van vernauwing verder besproken. Een andere naam voor vernauwing is stenose.
Een slokdarmvernauwing kan moeilijkheden veroorzaken bij het doorslikken van vooral vast voedsel. Ook kan voedsel vanwege de vernauwing teruglopen naar de keelholte. In ernstige gevallen kan de slokdarm zelfs zodanig vernauwd raken dat er sprake is van afsluiting.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

Een vernauwing van de slokdarm kan het gevolg zijn van een aangeboren afwijking.
Bij volwassenen treedt het op als gevolg van een beschadiging van de slokdarm. Bij bepaalde aandoeningen kan een vernauwing optreden, zoals sclerodermie (verharding en verdikking van de huid en andere organen) en slokdarmkanker.
De vernauwing kan ook het gevolg zijn van littekenweefsel dat ontstaan is na een ontsteking. Dit wordt ook wel een strictuur genoemd. Zo’n ontsteking kan veroorzaakt worden door de terugvloed van zure maaginhoud terug naar de slokdarm (refluxoesofagitis ) of door chemische middelen .
Bij sommige behandelingen, zoals sclerotherapie van slokdarmspataderen of bestraling van de borststreek, kan de slokdarm beschadigd worden en daardoor vernauwd raken. Ook na een operatie waarbij een deel van de slokdarm is verwijderd kan een vernauwing optreden ter hoogte van de nieuwe naad.

Verschijnselen

Het belangrijkste verschijnsel van een slokdarmvernauwing is dat voedsel niet kan passeren en achter het borstbeen blijft hangen. Dit betreft in eerste instantie vast voedsel. Bij een zeer ernstige vernauwing kan ook de doorgang van vloeistoffen een probleem zijn. Iemand heeft last van speekselvloed, omdat zelfs het speeksel niet meer kan passeren.
Het slikken gaat gepaard met pijn achter het borstbeen, misselijkheid en braken, en het teruglopen van voedsel naar de keelholte. Er ontstaat een gebrek aan eetlust en gewichtsverlies. Vaak heeft iemand last van een ‘slechte adem’.
Als de vernauwing het gevolg is van chronische reflux , heeft de patiënt meestal al lange tijd last van een brandend gevoel achter het borstbeen.

Diagnose

De diagnose slokdarmvernauwing wordt gesteld aan de hand van de verschijnselen, de medische voorgeschiedenis en aanvullend onderzoek. Zo kunnen er röntgenfoto’s worden gemaakt na het innemen van een contrastmiddel (bariumpap). Ook kan er een kijkonderzoek (oesophagoscopie) gedaan worden waarbij stukjes weefsel kunnen worden afgenomen voor verder onderzoek. Verder kan een CT scan of MRI scan plaatsvinden.

Behandeling

Voor de behandeling van een slokdarmvernauwing zijn verschillende mogelijkheden. De vernauwing kan tijdens een kijkonderzoek worden opgerekt (dilatatie ). Ook kan een stent in de slokdarm geplaatst worden. Dit is een buisje om de slokdarm open te houden. In sommige gevallen is een operatie noodzakelijk, waarbij een deel van de slokdarm wordt verwijderd.
Daarnaast moet de onderliggende oorzaak worden behandeld.

Complicaties

Doordat voedsel terug in de keel vloeit kan dit ook in de luchtpijp terechtkomen. Dit kan een ernstige longontsteking veroorzaken.
Door de passagestoornis van voedsel kan ondervoeding optreden.
Als de oorzaak van de vernauwing niet wordt behandeld, kan deze ook na slokdarmdilatatie terugkomen.

Meer informatie

Informatie over het oprekken van de slokdarm bij kinderen van het Universitair Kinderziekenhuis St. Radboud
www.umcn.nl/Informatiefolders/4881-Oprekken_slokdarm_kinder-i.pdf

Bancewicz, J. (2000), The oesophagus, in: Russell, R.C.G., Williams, N.S. & Bulstrode, C.J.K. (eds), Bailey & Love’s short practice of surgery, 23rd ed, Arnold, London.

Zuccaro, G Jr.(2001),” Esophagoscopy And Endoscopic Esophageal Ultrasound in The Assessment of Esophageal Function”, Seminars In Thoracic And Cardiovascular Surgery, vol.13, no.3, July, pp.226-233.
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11568868?dopt=Abstract (Engels)

Luedtke, P., Levine, M.S., Rubesin, S. et.al. (2003), “Radiologic diagnosis of benign esophageal strictures: a pattern approach”, Radiographics, vol. 243, no. 4, July-Aug, pp. 897-909.
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12853664?dopt=Abstract (Engels)