Onderzoek van de coordinatie

Onderzoek van de coördinatie

Coördinatie is de samenwerking van de verschillende spieren of spiergroepen om bewegingen tot stand te brengen. Voor een normale spiercoördinatie, houding en manier van lopen, moeten verschillende systemen goed met elkaar samenwerken. Het motorisch systeem, het evenwichtsorgaan in het oor en de kleine hersenen (cerebellum) moeten immers goed functioneren.

Het functioneren van de kleine hersenen wordt getest door iemand complexe opdrachten en bewegingen die een goede coördinatie vereisen, uit te laten voeren.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Indicatie voor een coördinatieonderzoek

Het onderzoek van de coördinatie hoort altijd thuis bij een neurologisch onderzoek.

Bij primaire aandoeningen van de kleine hersenen is dit onderzoek extra belangrijk. Voorbeelden van zulke primaire aandoeningen:

  • Een plotselinge afsluiting van de bloedtoevoer naar de kleine hersenen (cerebellair infarct).
  • Tumoren.
  • Bloedingen (hemorragieën).
  • Degeneratieve aandoeningen als multipele sclerose en de ziekte van Parkinson.
  • Aandoeningen ten gevolge van een niet goed werkende schildklier (hypothyroïdie), alcohol en giftige stoffen.

Bij verdenking van één van deze aandoeningen is het extra belangrijk om de coördinatie te testen.

Het uitvoeren van het coördinatieonderzoek

Onderzoek van de manier van lopen begint al op het moment dat iemand de spreekkamer binnenkomt. Daarnaast kunnen er specifieke testen worden gedaan om eventuele evenwichtsafwijkingen aan het licht te brengen. De patiënt wordt gevraagd te gaan staan en de armen naar voren uit te strekken. Dit is de zogenaamde test van Romberg. Om de coördinatie en balans tijdens het lopen te onderzoeken, kan de patiënt verder worden gevraagd om overeind te komen uit zittende positie, in een rechte lijn te lopen, stil te staan en weer te gaan lopen, zich om te draaien, rondjes te lopen enzovoort.

De coördinatie van de armen kan onder meer worden gemeten:

  • met de vingertop-neusproef. Hierbij wordt de patiënt gevraagd de vingertop van de wijsvinger op de neus te plaatsen, zowel met ogen open als met de ogen dicht.
  • met het testen van de diadochokinese. Dat gebeurt door de patiënt te vragen de houding van de hand snel te wisselen, mede om de nauwkeurigheid en snelheid van de bewegingen te beoordelen.

De coördinatie van de benen wordt getest:

  • met de knie-hakproef. Hierbij wordt de patiënt gevraagd zonder te kijken de hak van de ene voet over het scheenbeen van het andere been te bewegen.
  • met de koorddansersgang. Hierbij wordt de patiënt gevraagd voetje voor voetje over een denkbeeldige lijn te lopen.


Evaluatie van het coördinatieonderzoek

Letsel van de kleine hersenen leidt tot een gebrek aan coördinatie bij het lopen en in de bewegingen van de romp. Dit wordt cerebellaire ataxie genoemd.

Bij stoornissen van beide helften van de kleine hersenen worden afwijkingen gevonden tijdens alle coördinatieproeven. De bewegingen zien er onder andere heel onhandig uit.

De manier van lopen geeft ook heel veel informatie bij het coördinatieonderzoek. Mensen met de ziekte van Parkinson hebben daarbij een kenmerkende, gebogen houding, nemen kleine stappen en hebben soms even tijd nodig om op gang te komen. De persoon in kwestie komt nauwelijks vooruit en heeft moeite met bijvoorbeeld snel omdraaien. Mensen met aandoeningen van het perifere zenuwstelsel (ruggenmergzenuwen, perifere zenuwen) tillen hun voeten hoog op bij het lopen.

Vaak is aanvullend onderzoek nodig.

Belangrijke bronnen

Informatie over het neurologisch onderzoek
www.vaardighedenindegeneeskunde.nl/