Neussonde

Neussonde

Een neussonde is een flexibel slangetje dat wordt gebruikt om sondevoeding via de neus en de slokdarm naar de maag te brengen. Soms wordt het slangetje voorbij de maag in de nuchtere darm (jejunum ) geschoven. Dit heet een neus-jejunumsonde.
Een neussonde is meestal voor tijdelijke sondevoeding. Voor langdurige sondevoeding wordt een slang gebruikt die via de buikwand rechtstreeks in de maag wordt ingebracht (een PEG-sonde).
Een maaghevel is een speciale neussonde. Door deze slang worden maagsappen afgevoerd. Meestal is deze slang dikker dan een voedingssonde.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Toepassing

Patiënten die ondervoed zijn of dreigen ondervoed te raken, krijgen sondevoeding. Ondervoeding kan komen door neurologische afwijkingen met slikstoornissen, kanker of aandoeningen aan het maagdarmkanaal. Ook na een operatie aan het maagdarmkanaal krijgen patiënten vaak tijdelijk een sonde.
Een maaghevel wordt ingebracht als de patiënt hevig braakt, bijvoorbeeld bij een afsluiting van de darm (ileus).
Vroeger werden neussondes vaak gebruikt om de maag te spoelen vergiftigingen of bij een overdosis medicijnen. Dit gebeurt nu alleen nog als de patiënt binnen een uur in het ziekenhuis is.

Procedure

Het inbrengen van een sonde via de neus kan vervelend zijn, maar is meestal niet pijnlijk. Een verdoving is niet nodig. Alleen een bevoegde verzorgende, verpleegkundige of arts brengt de sonde in. De dikte van de sonde is afhankelijk van de aandoening. Voor het inbrengen van de sonde kan de patiënt het beste gaan zitten. Liggen kan eventueel ook. De behandelaren meten eerst hoever de sonde moet worden ingebracht. Om de slang makkelijk door de neus naar de keel te leiden, wordt deze met warm water natgemaakt. Als de sonde de keel voorbij is, mag de patiënt meeslikken zodat de sonde gemakkelijk via de slokdarm tot in de maag glijdt. Een slokje water helpt vaak. Als de patiënt hoest tijdens het inbrengen van de sonde, wordt deze direct teruggetrokken.
Om te kijken of de sonde echt in de maag zit, wordt er met een spuit lucht ingespoten. Tegelijkertijd luistert de arts met de stethoscoop naar de maagstreek. Met de spuit wordt daarna maagsap opgezogen. Die wordt gecontroleerd op zuurgraad. Pas daarna wordt voorzichtig wat water via de sonde gegeven. Zo nodig wordt met een röntgenfoto bekeken of de sonde goed ligt.
Als het slangetje op zijn plaats zit, wordt het met tape aan de neus of wang vastgemaakt.

Complicaties

Bij het inbrengen van een sonde moet een patiënt soms kokhalzen. De eerste dagen gaat het slikken moeizaam.
Een sonde kan bij het inbrengen per ongeluk in de luchtpijp terechtkomen. De meeste patiënten hoesten dan, maar ernstig zieken soms niet. Ook later kan een sonde zich verplaatsen. Als daardoor sondevoeding in de longen terechtkomt (aspiratie) kan de patiënt een ernstige longontsteking krijgen.
Wanneer bij het inbrengen de neusholte, de slokdarm of het maagslijmvlies wordt beschadigd, kan het bloeden.

Meer informatie

http://www.mlds.nl/brochures/
Informatie van de Maag Lever Darm stichting

Gomes, G.F., Pisani, J.C., Macedo, E.D., et al. (2003), “The Nasogastric Feeding Tube as a Risk Factor for Aspiration and Aspiration Pneumonia”, Current Opinion in Clinical Nutrition and Metabolic Care, vol. 6, no. 3, May, pp. 327-33. Available [Online]
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=12690267&dopt=Abstract&itool=iconabstr

Randall, H.T. and Caldwell, M.D. (1987), Enteral Nutrition: Nasoenteric and Ostomy Feeding in: Scott, H.W. and Sawyers, J.L. (eds), Surgery of the Stomach, Duodenum, and Small Intestine, Blackwell Science, Boston.