Bacteriekweek

Bacteriekweek

Het maken van een bacteriekweek is een diagnostische procedure waarbij een monster van een geïnfecteerd deel van het lichaam op of in een kunstmatig kweekmedium (voedingsbodem) wordt geplaatst, om daaruit bacteriekolonies te kweken. Een kweekmedium kan zowel vast, als vloeibaar, als een combinatie van beide zijn. Het bevat de belangrijkste voedingsstoffen die een bacterie nodig heeft om zich te vermenigvuldigen. Op kweek gezet, gaat elke bacterie zich sterk vermenigvuldigen en vormt een kolonie, die gewoonlijk met het blote oog is waar te nemen en onder de microscoop ook geïdentificeerd kan worden.

App de Dokter: altijd online bereikbaar

Geen zin in gedoe met inloopspreekuren en wachtkamers? Download App de Dokter en krijg binnen 1 uur antwoord.

Heb je een vraag over je gezondheid?
- Bijvoorbeeld over koorts die maar niet over gaat? 
- Een raar plekje op je huid? 
- Of een ingewikkelde bijsluiter? 

Chat met een medisch deskundige via App de Dokter. Gewoon vanaf je bank. 

Download App de Dokter

Indicatie

Bacteriekweken worden verricht als men specifiekere kenmerken van een bacterie wil hebben. Bacteriekweken hebben tot doel de infectieverwekkende bacterie te isoleren van alle andere bacteriën die normaal bij een mens voorkomen en ze te kweken om zo de oorzaak van de infectie vast te stellen.

Onderzoek

Monsters voor bacteriekweken worden genomen uit het geïnfecteerde gebied. De verkregen monsters worden op of in het meest geschikte kweekmedium geplaatst om de bacteriën zich te laten vermenigvuldigen en kolonies te laten vormen. Gewoonlijk wordt agar als kweekmedium gebruikt, eventueel verrijkt met verschillende andere voedingsstoffen, zoals bloed of bepaalde zouten, die nodig kunnen zijn voor een aantal bacteriën. Het kweekmedium wordt overgebracht op petrischalen (platronde, ondiepe glazen schaaltjes). De petrischalen met de bacteriën worden vervolgens in een broedstoof geplaatst, een machine waarin de temperatuur en andere omstandigheden bacteriegroei bevorderen. Deze groei wordt nauwkeurig gevolgd. De meeste bacteriën hebben vierentwintig tot achtenveertig uur nodig om zich maximaal te vermenigvuldigen, maar bepaalde typen kunnen daar weken voor nodig hebben.

Resultaat

Hebben de bacteriën eenmaal het gewenste stadium bereikt, dan moeten de petrischalen nader worden onderzocht. De uitkomsten zijn afhankelijk van het kweekmedium en van eventueel gebruikte specifieke groeibevorderaars, zoals temperatuur en zuurstof. Van belang bij de identificatie van de infectieverwekkende bacterie zijn de kenmerken van de bacteriekolonie, zoals grootte (minuscuul, klein, middelgroot of groot), vorm (rond of onregelmatig), randen (glad of grillig) en verder of de bacteriekolonie plat, enigszins verhoogd of vrij hoog is en of ze glanzend, dof of ondoorzichtig is. Andere factoren die het type bacterie helpen te identificeren zijn de veranderingen die de bacteriën in het kweekmedium hebben teweeggebracht en soms een geur die ze verspreiden. Een groot aantal verschillende bacteriën kan echter kolonies produceren die sterk op elkaar lijken. In dat geval kan een tweede bacteriekweek met een ander kweekmedium, een zogeheten subcultuur, nodig zijn. Ten slotte worden de micro-organismen onder de microscoop onderzocht om het resultaat van de bacteriekweek te bevestigen.

Meer informatie

Chaplin, K.C. and Murray, P.R. (2003), Principles of stains and media, in: Murray, P.R. (ed.), Manual of Clinical Microbiology, 8th edn., vol.1, ASM Press, Washington DC.

Forbes, B.A., Sahm, D.F. and Weissfeld, A.S. (2002), Laboratory Cultivation and Isolation of Bacteria, in: Forbes, B.A., Sahm, D.F. and Weissfeld, A.S. (eds.), Bailey and Scott’s Diagnostic Microbiology, 11th edn., Mosby Inc., London.

Thomson Jr, R.B. and Miller, M.J. (2003), Specimen collection, Transport and Processing: Bacteriology, in: Murray, P.R. (ed.), Manual of Clinical Microbiology, 8th edn., vol.1, ASM Press, Washington DC.