Ziekte van OsgoodSchlatter

Ziekte van Osgood-Schlatter

De ziekte van Osgood-Schlatter is de meest voorkomende knieklacht bij sportende kinderen. Deze overbelastingsblessure komt vaker voor bij jongens, tijdens of net na de groeispurt. Maar ook meisjes kunnen er last van hebben.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaak ziekte van Osgood-Schlatter

Door sporten ontstaan herhaaldelijk trekkrachten op de voorste dijbeenspier en de kniepees. De kniepees trekt op zijn beurt aan de aanhechtingsplaats aan het scheenbeen. Bij kinderen in de groeispurt groeien de botten sneller dan de pezen en spieren. Daardoor ontstaat bij groeiende kinderen extra spanning op de aanhechtingsplaats. Dit geeft pijn en kan een ontstekingsreactie veroorzaken. Heel soms scheuren kleine stukjes bot zelfs af (avulsiefractuur).

Bij herstel kan er extra botgroei ontstaan, waardoor een botuitsteeksel onder de knie verschijnt.

Risicofactoren

Een combinatie van interne en externe risicofactoren kan het ontstaan van de aandoening veroorzaken.

Interne factoren:

  • Leeftijd. Kinderen in of net na de groeispurt hebben een verhoogde kans op de ziekte van Osgood-Schlatter. Vooral de mate van groei is bepalend. Veel groei geeft een grotere kans op klachten.
  • Overgewicht.

Externe factoren zijn omgevingsfactoren, zoals ondergrond, weersomstandigheden, training en sportuitrusting.

Voornamelijk sporten waarbij gesprongen moet worden, leveren een risico op. Ook een verhoging van de trainingsintensiteit of -omvang vormt een risico. Maar de klachten kunnen ook zonder dit soort veranderingen voorkomen.

Symptomen ziekte van Osgood-Schlatter


De grootste klacht is geleidelijk ontstane pijn net onder de knie. Meestal aan één knie, maar soms ook aan beide knieën. De pijn kan erger worden bij springen, hurken, hardlopen, fietsen, traplopen of met gebogen benen zitten.

In het eerste stadium is er pijn na het sporten die na rust weggaat. Bij het strekken van het been wordt ook pijn gevoeld. Later ontstaat de pijn al tijdens het sporten. Ook kan er een zwelling onder de knie ontstaan. Deze plek voelt warm aan door een mogelijke ontstekingsreactie. De klachten zijn niet constant aanwezig en hebben dus een grillig verloop.

Zelfzorg

Reageer alert op pijnklachten tijdens of direct na de warming-up. Deze zijn niet normaal en kunnen wijzen op een beginnende blessure.

Doortrainen of rust nemen?
In het beginstadium van deze klacht is het nog goed mogelijk om door te trainen. Wel moeten de trainingsomvang en -intensiteit teruggebracht worden om de irritatie te laten genezen. Springen is onverstandig, omdat dit een te grote belasting vormt voor de kniepees.

Pijn moet de beperkende factor zijn. Bij pijn is de belasting te hoog en is het aan te raden de training te staken. In sommige gevallen zijn de klachten te ernstig om door te trainen. Zelfs fietsen en traplopen kunnen dan al een te grote belasting vormen.

Het is wel van belang om de knie (licht) te blijven belasten, zodat de spieren niet verzwakken. De vermindering van de belasting of rustperiode moet gemiddeld drie maanden volgehouden worden, maar kan tot enkele jaren duren. Geduld en rust zijn dus de sleutelwoorden.

Alternatieve training
Er zijn verschillende andere trainingsvormen te bedenken, zoals zwemmen en andere sporten waarbij de knie niet zwaar belast wordt. Activiteiten waarbij de voeten het volledige gewicht moeten dragen, kunnen een te hoge belasting voor de knie vormen. Deze zijn dus minder geschikt. Ook voor deze activiteiten geldt dat er geen pijn mag optreden.

Koelen
Koelen kan helpen om de pijn te bestrijden. De pijnlijke plek kan met een ijsblokje gemasseerd worden of met een coldpack worden gekoeld. Doe dit maximaal tien minuten per keer. Om te voorkomen dat de huid bevriest, moet er een doek tussen het coldpack en de huid zitten. Dit kan drie keer op een dag herhaald worden.

Geschikte oefeningen
Na succesvolle bestrijding van de klachten kan begonnen worden met rekoefeningen van de bovenbeenspieren. Het doel van deze oefeningen is de bovenbeenspieren goed op lengte te brengen na de snelle botgroei in de groeispurt.

Voorbeeld van een rekoefening voor de bovenbeenspier:

  • Ga op één been staan en trek de andere voet, met de hand op de wreef, naar de bil.
  • Houd de knieën naast elkaar, blijf goed rechtop staan en kijk naar voren.
  • Er moet rek gevoeld worden. Als dat niet het geval is, kantel dan het bekken achterover om de spier extra te verlengen.
  • Houd deze positie twintig tot dertig seconden vast per keer. Herhaal dit driemaal met een pauze van enkele minuten.

Diagnose

Wanneer iemand veel last van de blessure heeft, is het verstandig een deskundige om advies te vragen. Dat geldt ook wanneer de eigen maatregelen na twee tot vier weken nog geen verbetering geven. Voor deskundig advies kan een patiënt terecht bij de huisarts, een Sportmedisch Adviescentrum (SMA) of een (sport)fysiotherapeut. Ook wanneer twijfel bestaat over de aard van de blessure, is het verstandig een arts of fysiotherapeut te raadplegen.

De diagnose bij de ziekte van Osgood-Schlatter wordt gesteld op basis van de klachten en een lichamelijk onderzoek. De diagnose wordt bevestigd door het maken van röntgenfoto’s waarop afwijkingen of abnormale situaties bij het scheenbeen te zien zijn, die het gevolg zijn van deze aandoeningen. Met echografie kan de diagnose ziekte van Osgood-Schlatter gemakkelijk worden gesteld.

Professionele behandeling

De ziekte van Osgood-Schlatter kan zonder behandeling binnen enkele weken of maanden overgaan.

Mocht een behandeling nodig zijn, dan bestaat deze uit verschillende oefeningen om de bovenbeenspier te verlengen. Met (pijnstillers) kan de pijn worden bestreden.

Soms is extra behandeling nodig, zoals rust houden, het vermijden van sportactiviteiten en het immobiliseren van het aangetaste been. Dit been wordt dan gedurende enkele weken verpakt in gips of een vergelijkbaar materiaal.

Preventie ziekte van Osgood-Schlatter

De volgende preventietips kunnen de kans op het ontstaan van deze knieklachten verminderen.

Training
Begin altijd met een goede warming-up. Beweeg vijf tot tien minuten op een rustige intensiteit waar het lichaam wel warm van wordt. Doe daarna enkele oefeningen om de spieren los te maken. Hierna kan het bewegen kort worden herhaald op een hogere tot maximale intensiteit.

Zorg ook voor een goede trainingsopbouw. Voer de intensiteit en de omvang van de trainingen geleidelijk op. Bouw dus, vooral na een blessure of ziekte, de training weer zeer geleidelijk op tot het oude niveau.

Beëindig de training altijd met een cooling-down. Deze kan bestaan uit enkele minuten rustig bewegen en het uitvoeren van de eerder beschreven oefeningen.

Behalve de veldtrainingen zijn er verschillende spierverlengende oefeningen voor de bovenbeenspieren die thuis gedaan kunnen worden. Een voorbeeld is hierboven beschreven. Deze oefening kan worden gedaan om klachten te voorkomen.

Omgeving
Train zoveel mogelijk op een zachte, maar wel effen ondergrond (bos, gras). Varieer de ondergrond zoveel mogelijk tijdens de training als er geen klachten (meer) zijn. Deze variatie zorgt ervoor dat spieren en pezen zich goed ontwikkelen en zich beter kunnen aanpassen aan de omstandigheden. Vermijd glibberige ondergronden.

Lichaamsgewicht
Sporters met een (te) hoog lichaamsgewicht, lopen een grotere kans op blessures. Bij overgewicht helpt afvallen mee om overbelasting te voorkomen.

Meer informatie


Algemene informatie over sporten en gezondheid
www.sportzorg.nl/upload/Files/Tennis/Knieblessure-osgood%20schlatter.pdf

Informatie over de ziekte van Osgood-Schlatter van de Nederlandse Huisartsen Genootschap
http://thuisarts.nl/osgood-schlatter-knie/ik-heb-osgood-schlatter-knie