WolffParkinsonWhitesyndroom

Wolff-Parkinson-White-syndroom

Het Wolff-Parkinson-White-syndroom (ofwel WPW-syndroom) is een aangeboren hartritmestoornis. Bij dit syndroom is er een extra verbinding tussen de boezems en de hartkamers. Door deze verbinding kan het hart op hol raken.

De symptomen kunnen zich op alle leeftijden voordoen, maar worden vaak voor het eerst duidelijk bij jongvolwassenen. Heel soms heeft deze hartritmestoornis een fatale afloop.

Geschat wordt dat in Nederland 20.000 mensen aan het syndroom lijden.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

Normale geleiding
Het hart is afhankelijk van elektrische activiteit om te kunnen werken. Elke hartslag begint met een elektrische prikkel die spontaan ontstaat in de sinusknoop. Deze bevindt zich in de wand van de rechterboezem. Vanuit de sinusknoop verspreidt de prikkel zich over de boezems.

Daarna wordt de elektrische prikkel verder geleid naar de AV-knoop. Deze zit onderin de wand tussen de beide boezems. Vanuit hier gaat de prikkel via een linker- en een rechterbaan (zogenaamde bundeltakken) naar de beide hartkamers. Het hart van een gezonde volwassene klopt in rust ongeveer zeventig keer per minuut.

Geleiding bij WPW-syndroom
Mensen met het WPW-syndroom hebben een extra verbinding (de bundel van Kent) tussen de hartboezems en de hartkamers. De elektrische prikkels die in de sinusknoop ontstaan, kunnen ook via deze extra route lopen. Ze bereiken de hartkamers daardoor veel sneller dan normaal (tachycardie). Dat resulteert in een hartritme van meer dan tweehonderd slagen per minuut.

De prikkels van de hartkamers worden soms weer teruggeleid naar de boezems (cirkeltachycardie). Het samentrekken van het hart kan dan zo inefficiënt zijn, dat er geen bloed meer wordt rondgepompt: een hartstilstand.

Waarom de extra bundel bij sommige mensen bestaat, is niet duidelijk. De aandoening is wel aangeboren, maar meestal niet erfelijk. Mensen met het WPW-syndroom kunnen ook andere aangeboren hartafwijkingen hebben.

Symptomen

Vaak hebben mensen met het WPW-syndroom geen klachten. Maar vanuit het niets kunnen zich aanvallen van hartritmestoornissen voordoen. Deze kunnen seconden tot uren duren. Vaak worden deze aanvallen uitgelokt door inspanning. De klachten die tijdens zo’n aanval optreden zijn:

  • pijn op de borst.
  • duizeligheid.
  • bewustzijnsverlies of neiging tot flauwvallen.
  • hartkloppingen.
  • kortademigheid.
  • zweten.
  • een angstig gevoel.
  • misselijkheid.

De aanvallen van hartritmestoornissen kunnen ook weer vanzelf stoppen. Heel soms treedt een fatale ritmestoornis op (ventrikelfibrilleren) die tot een hartstilstand leidt.

Baby’s met ritmestoornissen door het WPW-syndroom zijn vaak lusteloos en drinken slecht.

Diagnose

Bij bovengenoemde klachten kan een arts de diagnose WPW-syndroom vermoeden. Tijdens een aanval is dan een zeer snelle hartslag te zien op het ECG (hartfilmpje). Maar ook buiten de aanvallen om is het ECG afwijkend en is een WPW-syndroom vast te stellen. Bij sommige mensen zonder klachten wordt het dan ook bij toeval gevonden als om andere redenen een ECG wordt gemaakt.

Met een inspanningstest kan de ritmestoornis worden opgewekt. Met een 24-uurs ECG-registratie (Holter-onderzoek) kan mogelijk een aanval worden vastgelegd. Daarnaast kan elektrofysiologisch onderzoek worden gedaan. Hiermee kan de locatie van de extra verbinding tussen de boezems en de hartkamers worden vastgesteld.

Behandeling

Tijdens een aanval is de behandeling erop gericht om de ritmestoornis te stoppen. Dit kan door:

  • vagale manoeuvres.
  • medicijnen via een infuus.
  • een elektrische shock. Hierdoor gaat het hart weer in het normale ritme kloppen (cardioversie). Daarnaast is de behandeling gericht op het voorkomen van aanvallen. Dat gebeurt met:
  • medicijnen tegen ritmestoornissen
  • geneesmiddelenkatheterablatie

Vagale manoeuvres
Vagale manoeuvres zijn eenvoudige technieken waarmee het mensen soms zelf lukt een aanval te onderbreken. Het doel is om de vaguszenuw te prikkelen. Deze werkt vertragend op de hartslag. Een voorbeeld van een vagale manoeuvre is flink persen en tegelijk de adem inhouden. Maar ook hoesten, het drinken van ijswater, of een ijskompres tegen het gezicht houden, kan helpen.

Medicijnen
Tijdens een aanval worden geneesmiddelen via een infuus gegeven. Deze geneesmiddelen helpen de snelle hartslag te reguleren. Middelen tegen ritmestoornissen kunnen ook als tablet gegeven worden om nieuwe aanvallen te helpen voorkomen.

Cardioversie
Soms werkt een infuus met geneesmiddelen niet, of de behandeling is zeer spoedeisend. Bijvoorbeeld omdat de ritmestoornis al lang duurt of levensgevaarlijk is. Dan is een elektrische shock met een defibrillator nodig.

Katheterablatie
Deze behandelmethode heeft de voorkeur bij het WPW-syndroom. Bij een katheterablatie wordt de bundel van Kent vernietigd. Dat gebeurt via een katheter die via de lies wordt ingebracht.

Meer informatie

Informatie van de Hartstichting
www.hartstichting.nl/hart_en_vaten/hartziekten/ritmestoornissen/wpw_syndroom/

(Engelstalige) informatie van de website Medscape van WebMD (USA)
http://emedicine.medscape.com/article/159222-overview

Informatie van het Leids Universitair Medisch Centrum over katheterablatie
www.lumc.nl/home/0001/12556/19997/805291059302715

Website van de Hart&Vaatgroep, van en voor mensen met een hart- of vaatziekte
www.hartenvaatgroep.nl/

Website van Hartpatiënten Nederland
www.hartpatienten.nl/

Website van Patiëntenvereniging Aangeboren Hartafwijkingen
www.aangeborenhartafwijking.nl/client/15/?websiteid=15&contentid=4487

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.