Verstopping obstipatie bij volwassenen

Verstopping (obstipatie) bij volwassenen

Obstipatie (ook wel constipatie genoemd) is de medische term voor verstopping.
Dit is een vervelende maar meestal onschuldige kwaal.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaak

De dikke darm duwt de ontlasting naar de endeldarm door samentrekkingen van de darmwand. Terwijl de ontlasting door de dikke darm getransporteerd wordt, worden er water, zouten en mineralen uit opgenomen. Verloopt dit transport te langzaam, dan onttrekt de dikke darm te veel water aan de ontlasting en wordt deze hard en droog. Dit levert dan problemen op met de stoelgang.
Deze traagheid kan veroorzaakt worden doordat de darmen onvoldoende samentrekken of doordat er te weinig afvalmateriaal is. Dit laatste kan weer het gevolg zijn van een gebrek aan vezels of vocht in het voedsel.
Afname van de darmsamentrekkingen kan komen door stress, een zittend leven, zwangerschap of ouderdom. Veranderingen in het dagelijkse patroon, bijvoorbeeld een vakantie of een plotselinge wijziging van het eetpatroon, kunnen eveneens tot verstopping leiden.
Ook bepaalde medicijnen kunnen obstipatie geven, net als te langdurig gebruik van laxeermiddelen, waardoor de normale darmwerking wordt verstoord.
Voorbeeld van medische oorzaken van obstipatie zijn littekenweefsel of gezwellen in het onderste deel van de darmen . Daarnaast kunnen ook neurologische aandoeningen obstipatie veroorzaken, zoals de ziekte van Parkinson, multipele sclerose of als gevolg van een beroerte of ruggenmergletsel. Ook stofwisselingsziekten zoals een traag werkende schildklier kunnen leiden tot obstipatie. Tot slot kan obstipatie voorkomen bij een depressie.

Verschijnselen

Er is een onregelmatige, moeizame en soms pijnlijke stoelgang met harde en droge ontlasting. Soms is er een opgeblazen gevoel of zijn er buikkrampen. Omdat de frequentie van de stoelgang verschilt van mens tot mens, is de norm voor het hebben van obstipatie voor iedereen verschillend. Iemand die normaal gesproken een keer per dag ontlasting heeft, heeft obstipatie als er drie dagen geen ontlasting is geweest. Iemand die normaal maar eens in de drie dagen ontlasting heeft, heeft pas obstipatie als er een week geen ontlasting is geweest.
Soms hebben mensen met obstipatie last van diarree. Dit wordt paradoxale diarree genoemd, of overloopdiarree. Door de obstipatie kan alleen nog waterdunne ontlasting de darm passeren.

Diagnose

Bij kortdurende obstipatie is in de meeste gevallen geen medisch onderzoek nodig. Vaak zorgen veranderingen in het eetpatroon en meer lichaamsbeweging snel voor een normale stoelgang. Als de verstopping langer dan enkele weken duurt en zeker wanneer er bijkomende symptomen zijn, zoals bloed of slijm bij de ontlasting, kan nader onderzoek naar de oorzaak van de verstopping nodig zijn.
Met behulp van een lichamelijk onderzoek kan de arts vaststellen of er afwijkingen in de buik te voelen zijn. Met een rectaal toucher – dit is het met de vinger via de anus voelen aan het laatste stukje van de dikke darm – kunnen eventuele gezwellen van de dikke darm opgespoord worden. Met röntgencontrastonderzoek, waarbij een contrastmiddel via de anus in de darm wordt gebracht, kunnen röntgenfoto’s van de dikke darm worden gemaakt en eventuele afwijkingen worden waargenomen. Een sigmoïdoscopie of colonoscopie is een onderzoek waarbij met een speciale camera de binnenkant van de dikke darm wordt onderzocht.

Behandeling

Obstipatie kan met geneesmiddelen behandeld worden, al is dit meestal niet nodig. Deze geneesmiddelen worden laxeermiddelen of laxantia genoemd. Ze zorgen ervoor dat de ontlasting zachter wordt of dat de darmen meer samentrekken. Hierdoor verloopt de stoelgang minder moeizaam en pijnlijk. In de meeste gevallen is behandeling met laxeermiddelen niet nodig. Is dit wel het geval, dan is het verstandig om deze middelen slechts kortdurend in te nemen omdat de darmen er lui van worden en uiteindelijk niet meer zonder deze medicijnen kunnen.

Complicaties

Obstipatie is over het algemeen niet ernstig. Er kunnen echter complicaties optreden. Doordat er vaak veel en hard geperst moet worden, komt het netwerk van bloedvaten rond de anus onder druk te staan. Als de bloedvaten hierdoor uitzetten, ontstaan er aambeien. Dit zijn een soort spataderen in en rond de anus. Ook kan door hard persen een stukje slijmvlies van de endeldarm uit de anus naar buiten stulpen. Dit wordt rectale prolaps genoemd. In zeldzame gevallen is de verstopping zo ernstig dat een darmafsluiting (ileus) dreigt. In dat geval moet zo snel mogelijk nader onderzoek plaatsvinden.
Langdurige verstopping kan ook leiden tot de vorming van divertikels, uitstulpingen van de darmwand.

Wat kunt u zelf doen?

Verbetering van eetgewoonten en leefwijze vermindert doorgaans de obstipatie. Aanbevolen wordt een gevarieerd eetpatroon met voldoende vezelrijk voedsel , zoals volkorenbrood, zilvervliesrijst, vers fruit en verse groente. Veel drinken en lichaamsbeweging stimuleren de darmwerking. Het is ook van belang naar het toilet te gaan als er aandrang is en de ontlasting niet op te houden. Het is verstandig een arts te raadplegen bij obstipatie die langer dan drie weken duurt. Dit geldt ook wanneer er bloed of slijm bij de ontlasting zit of wanneer u een van de bovengenoemde complicaties heeft. Ook een verandering in het normale patroon van uw ontlasting die niet binnen enkele weken normaliseert, vormt een reden om een arts te bezoeken.

Meer informatie

http://www.mlds.nl/ziekten/39/verstopping-bij-volwassenen/
Informatie van de Maag Darm Lever Stichting

http://www.thuisarts.nl/verstopping
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap

http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/verstopping.aspx
Informatie van het Voedingscentrum over verstopping

Mortensen, McC. N.J., 2000. The small and large intestines. In: R.C.G. Russell, N.S. Williams and C.J.K. Bulstrode, eds. Bailey and Love's short practice of surgery. 23rd ed. London: Arnold, 2000.

Palmer, K.R. and Penman, D.I., 1999. Diseases of the alimentary tract and pancreas. In: C.Haslett, E.R. Chilvers, J.A. Hunter and N.A. Boon, (eds.). Davidson's principles and practice of medicine. 18th ed. London: Harcourt Publishers, 1999.