Vaccinaties - bijwerkingen

Dagelijks komen we in aanraking met allerlei zeer kleine organismen (onder meer bacteriën en virussen) die ons lichaam kunnen binnendringen en een infectie of schade kunnen veroorzaken. Om dit laatste te voorkomen, heeft het lichaam verdedigingsmechanismen ontwikkeld. Met elkaar vormen die het immuunsysteem, ook wel afweersysteem genoemd. Antilichamen spelen een belangrijke rol in het immuunsysteem, omdat zij lichaamsvreemde stoffen aanvallen en opruimen. Vaccinatie kan de productie van antilichamen bevorderen en zo het lichaam beschermen.

NIEUW: Heb je een vraag over vaccinaties - bijwerkingen

Je kunt nu GRATIS een vraag stellen aan een arts of verpleegkundige via "Dokter Op Zak". We hebben deze app onder de loep genomen.

Lees hier onze review van "Dokter Op Zak"

Wanneer vaccineren

Kinderen krijgen (via het consultatiebureau) volgens het schema van het Rijksvaccinatieprogramma de nodige vaccinaties. Later kan een vaccinatie ook nodig en soms verplicht zijn, bijvoorbeeld bij een bezoek aan een land waar aandoeningen voorkomen die in eigen land onbekend zijn. Ook mensen met een chronische ziekte of mensen bij wie het immuunsysteem niet goed functioneert, kunnen baat hebben bij vaccinaties. Een goed voorbeeld hiervan is de jaarlijkse griepprik.

Wijze van vaccinatie

De meeste vaccinaties worden toegediend door een injectie in de bovenarm, dij of billen. Een enkel vaccin kan ook via de mond worden ingenomen.

Mogelijke bijwerkingen

De meeste kinderen en volwassenen hebben geen last van een vaccinatie. De prik zelf kan wat pijnlijk zijn en kleine kinderen zullen meestal kortdurend huilen. In sommige gevallen wordt de injectieplaats rood en ontstaat er zwelling. Daarnaast kunnen er ook algemene ziekteverschijnselen optreden zoals koorts , stuipen, verkleurde benen en flauwvallen. Allergische reacties treden wat vaker op bij inenting met immunoglobulinen. Bij deze passieve vorm van immunisatie worden vooraf gevormde antilichamen ingebracht. De klachten kunnen variëren van verkoudheid of een loopneus tot misselijkheid, prikkelbaarheid, een lichte huiduitslag en gewrichtspijn. De meeste bijwerkingen treden de dag van de vaccinatie op en duren niet langer dan 24 tot 48 uur na het toedienen van de vaccinatie. De kans op bijwerkingen is het grootst bij het toedienen van de eerste vaccinaties op de leeftijd van twee maanden. Het is goed te beseffen dat ernstige bijwerkingen van vaccinaties zeldzaam zijn en bovendien meestal geen blijvende schade veroorzaken. Dit kan helaas niet gezegd worden van de aandoeningen waarvoor de vaccinaties bedoeld zijn.

Behandeling van bijwerkingen

Bij koorts kan het herstel worden bevorderd door veel te drinken en voldoende te rusten. Zorg voor een niet te warme omgeving en luchtige kleding en beddengoed. Eventueel kan er een pijnstiller, bijvoorbeeld paracetamol, genomen worden tegen de koorts.
Raadpleeg een arts als de koorts oploopt boven de veertig graden of wanneer er sufheid of stuipen ontstaan.

Bijwerkingen kunnen worden voorkomen door de plaats van de prik direct na de vaccinatie te masseren. Hierdoor verspreidt de ingespoten vloeistof zich sneller en wordt de kans op roodheid, zwelling en pijn verkleind. Bovendien leidt masseren het kind af, waardoor het misschien korter huilt. Het gebruiken van een natte doek of ijskompressen op de plaats van de prik is af te raden omdat dit juist klachten kan veroorzaken. Eventueel kan een pijnstiller zoals een paracetamol worden gegeven.

Wanneer er bijwerkingen zijn opgetreden moet dit gemeld worden aan de arts of verpleegkundige die gevaccineerd heeft. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) waar de meldingen terecht komen registreren en onderzoeken meldingen van mogelijke bijwerkingen.

Wanneer niet vaccineren

In de volgende situaties is een vaccinatie niet wenselijk óf pas nadat speciale voorzorgsmaatregelen zijn genomen:

  • bij hoge koorts
  • als een eerdere vaccinatie een ongewenste reactie heeft veroorzaakt
  • als het eten van eieren een ernstige (allergische) reactie teweegbrengt
  • bij epileptische aanvallen in het verleden
  • bij een stollingsstoornis
  • bij behandeling voor kanker
  • bij een aandoening die het immuunsysteem aantast zoals HIV-infectie, of bij kinderen die immunosuppressiva gebruiken na een orgaantransplanta

Meer informatie


Informatie over het Rijksvaccinatieprogramma
www.rivm.nl/rvp/rijks_vp

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.