Stuwing van de urineleider hydroureter

Stuwing van de urineleider (hydro-ureter)

Een opgezwollen urineleider (ureter) onstaat als de urine niet normaal kan afvloeien door een verstopping in de urinewegen. Afhankelijk van de plaats van de verstopping komt de aandoening bij één of beide urineleiders voor. Als de verstopping in één urineleider zit, is alleen deze urineleider gezwollen (unilaterale hydro-ureter). Wanneer bijvoorbeeld de urinebuis (urethra) is verstopt, zijn beide urineleiders gezwollen (bilaterale hydro-ureter).

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

Oorzaken van een unilaterale (eenzijdige) hydro-ureter
Unilaterale of eenzijdige hydro-ureter is het gevolg van een ureterale obstructie (verstopping in de urineleider). Een dergelijke verstopping kan worden veroorzaakt door druk van buiten de urineleider of door beschadigingen van de binnenkant (het lumen) van de urineleider. Druk van buitenaf kan onder meer worden uitgeoefend door tumoren in de naastgelegen organen, zoals de baarmoederhals, prostaat, endeldarm en dikke darm. Bij sommige mensen bevindt zich een deel van de rechter urineleider achter de onderste holle ader (vena cava inferior), een groot bloedvat dat van de buikholte rechtstreeks naar het hart loopt. Dit bloedvat kan zodanig druk uitoefenen dat hierdoor de rechter urineleider bekneld raakt, met als gevolg rechtszijdige hydro-ureter. Idiopathische retroperitoneale fibrose (woekering van bindweefsel achter het buikvlies met onbekende oorzaak) is een zelden voorkomende aandoening, waarbij één of beide urineleiders omgeven zijn door een netwerk van bindweefsel. Dit kan ook de oorzaak zijn van unilaterale of bilaterale hydro-ureter.
Soms is de urineleider bekneld op de plaats waar deze in de blaas uitmondt. In dat geval wordt gesproken van een intramurale obstructie. Hydro-ureter kan eveneens worden veroorzaakt door een aangeboren, te kleine opening van de urineleider naar de blaas, tumoren in de urineleider of de blaas waardoor die opening bekneld raakt, en blaastuberculose.
Als de oorzaak van de verstopping in het lumen (in de holte) van de urineleider ligt, is er sprake van een intraluminale obstructie. Een dergelijke obstructie is dikwijls te wijten aan stenen in de urinewegen of de nieren.

Oorzaken van een bilaterale (dubbelzijdige) hydro-ureter
Hoewel vrijwel alle factoren die de oorzaak kunnen zijn van unilaterale hydro-uteter ook bilaterale hydro-ureter tot gevolg kunnen hebben, wordt bilaterale hydro-ureter meestal veroorzaakt door een urethrale obstructie (verstopping van de urinebuis). Verstopping van de urinebuis kan het gevolg zijn van aangeboren (congenitale) of later in het leven ontstane afwijkingen. In het laatste geval wordt gesproken van verworven hydro-ureter. Aangeboren oorzaken zijn onder meer strictuur (vernauwing) van de uitwendige opening van de urinebuis, contractuur (blijvende samentrekking) van de spieren bij de uitgang van de blaas en bij de man de aanwezigheid van kleppen in de urinebuis. Een enkele keer kan bij mannen ook phimose (een afwijking waarbij de voorhuid strak om het uiteinde van de eikel zit en daarbij de opening van de urinebuis afsluit) de oorzaak zijn van bilaterale hydro-ureter. Verworven hydro-ureter is het gevolg van een ziekte of van externe factoren. De oorzaken van verworven hydro-ureter zijn onder meer goedaardige prostaatvergroting, prostaatkanker en littekenvorming bij de blaasuitgang na een operatie. Infectie van en letsel aan de urinebuis kunnen ook een urethrale strictuur veroorzaken, met bilaterale hydro-ureter als gevolg.

Verschijnselen

Hydro-ureter kan niet als een op zichzelf staand probleem worden gezien. Aangezien de urineleider in het verlengde ligt van het systeem dat urine in de nieren produceert en verzamelt, veroorzaakt elke verstopping in of onder de urineleider ophoping van urine in één of beide nieren. Van hydronefrose is sprake bij vergroting van het nierbekken en de nierkelken van één of beide nieren als de urine niet ongehinderd kan afvloeien.

Bepalend voor de verschijnselen van hydro-ureter is het feit dat zowel de nieren als de urinewegen erbij zijn betrokken. Het voornaamste verschijnsel van unilaterale obstructie van de urinewegen is een geleidelijk opkomende doffe pijn in de lendenen. De pijn gaat dikwijls gepaard met een drukkend gevoel dat verergert bij overmatig veel drinken. Plotselinge aanvallen van koliekachtige pijn in de lendenen (nierkoliek) kunnen ook optreden. Intermitterende (telkens na korte tijd terugkerende) hydronefrose is een zelden voorkomend verschijnsel van hydro-ureter. Hydronefrose kan worden gekenmerkt door het zwellen van de lendenstreek na een aanval van nierkoliek. Een paar uur later wordt dan een grote hoeveelheid urine geloosd, waarna de pijn en de zwelling verdwijnen. Afhankelijk van de oorzaak is het soms mogelijk door de buikwand heen te voelen of een nier is vergroot. Een kenmerk van een verstopte urinebuis is dat de urine niet vrij naar buiten kan vloeien. Patiënten hebben dan moeite de urinelozing op gang te brengen en de urine stroomt traag. Na de urinelozing kunnen patiënten het gevoel hebben dat er urine in de blaas is achtergebleven, zodat ze weer proberen te plassen. Op den duur raakt de blaas chronisch overvol en kan niet meer goed als reservoir dienen. Dan lekt urine naar buiten, vooral ’s nachts, en moeten patiënten steeds naar het toilet. Tijdens de zwangerschap is het normaal dat de urineleiders en de nierbekkens zijn vergroot. Binnen twaalf weken na de bevalling krijgen die organen hun oorspronkelijke omvang terug.

Diagnose

Echografie is een niet-invasief onderzoek dat wordt gebruikt bij de diagnostiek van hydronefrose of hydro-ureter. Intraveneuze pyelografie is het meest gebruikelijke onderzoek als patiënten zich op de spoedeisende afdeling van een ziekenhuis melden bij een eerste aanval van nierkoliek. Hierbij wordt een contrastvloeistof via een ader in de bloedbaan gespoten. Aan de hand van röntgenopnamen kan deze stof, die ondoordringbaar is voor röntgenstralen, worden gevolgd op zijn weg door de nieren en de urinewegen. De stof verspreidt zich langzaam en verzamelt zich tenslotte boven de plaats van de verstopping. Nucleaire renografie is een vrij nieuwe techniek aan de hand waarvan het mogelijk is vast te stellen of de niervergroting inderdaad door een verstopping is veroorzaakt. Dit onderzoek lijkt veel op excretie-urografie. Alleen wordt bij nucleaire renografie een radioactieve stof (die gammastralen uitzendt) gebruikt in plaats van een voor röntgenstralen ondoordringbare contrastvloeistof. De weg van deze radioactieve stof door de nieren en de urineleiders kan met een gammacamera worden gevolgd. Nucleaire renografie berust op het principe dat de radioactieve stof door een normaal functionerende nier snel wordt uitgescheiden, maar in het nierbekken achterblijft als de urineleider is verstopt. In de zeldzame gevallen dat er nog aan de diagnose wordt getwijfeld, kan de zogeheten Whitaker-test worden gedaan. Via de lendenen wordt dan een holle naald in de nier ingebracht waardoor met constante snelheid een vloeistof in de nier wordt gespoten. De druk in het nierbekken wordt daarbij voortdurend gecontroleerd. Een abnormale verhoging van die druk bevestigt dat er sprake is van verstopping.

Behandeling

Bij lichte gevallen van hydro-ureter is geen behandeling nodig. Door middel van echografieën moet echter geregeld worden gecontroleerd of de nier niet verder vergroot raakt. Operatief ingrijpen is nodig als er aanvallen van nierkolieken optreden, de hydronefrose verergert, zich een infectie ontwikkelt of als blijkt dat de nierfunctie verder achteruit gaat. Doel van een operatie is de oorzaak van de verstopping te verwijderen. Tot die tijd moet de urine tijdelijk kunstmatig worden afgevoerd om de nog resterende nierfunctie in stand te houden, de verschijnselen te verlichten en infectie te voorkomen. Dit gebeurt door middel van een urethrale of suprapubische (rechtstreeks op de blaas aangesloten) katheter.

Afhankelijk van de oorzaak kan op verschillende manieren operatief worden ingegrepen om de verstopping van de urinestroom definitief op te heffen. Zo kan het nodig zijn een vergrote prostaat te verwijderen als die op de urinebuis drukt. Aangeboren defecten, zoals een strictuur en bij de man kleppen in de urinebuis of fimose, zijn goed te verhelpen door een operatie. Als nier- of ureterstenen de oorzaak zijn van hydro-ureter of hydronefrose, moeten ze operatief worden verwijderd. Tot nefrectomie (volledige of gedeeltelijke verwijdering van een nier) wordt alleen overgegaan als het nierweefsel voor een groot gedeelte is afgebroken.

Prognose

Zonder behandeling kan chronische hydro-ureter tot een aantal complicaties leiden, waaronder stagnatie van de urinestroom en verhoging van de druk boven de plaats van de verstopping. Hierdoor ontstaat een verhoogd risico op infectie van de urinewegen, steenvorming en nierinsufficiëntie. Volledige verstopping gedurende een paar weken leidt dikwijls tot onherstelbare of slechts gedeeltelijk herstelbare schade aan de nier. Als er maandenlang sprake is van volledige verstopping, heeft dit totale en onherstelbare afbraak van de aangedane nier tot gevolg. Bij gedeeltelijke verstopping is de prognose gunstiger. Als er een bacteriële infectie bij komt, raken de nieren nog sneller beschadigd. Tijdige diagnose en behandeling zijn dan ook van het grootste belang, anders kan de aandoening fataal zijn.

Meer informatie

Informatie van de Isala-klinieken in Zwolle
www.isala.nl

Startpagina over de nier
nier.startpagina.nl

Baker, L. R. I. (1999), Renal disease, in: Kumar, P. & Clark, M. (eds) Clinical Medicine, 4th ed, Harcourt Publishers Limited, Edinburgh, London.

Chen, M. Y., Zagoria, R. J. & Dyer, R. B. (1997), “Radiologic findings in acute urinary tract obstruction”, The Journal of Emergency Medicine, vol. 15, no. 3, pp. 339-343.

Cotran, R. S., Kumar, V. & Robbins, S. L. (1994), The Kidney, in: Robbins Pathologic Basis of Disease, 5th ed, W. B. Saunders Company, Philadelphia.

Davison, A. M., Cumming, A. D. & Swainson, C. P. (1999), Diseases of the kidney and urinary system, in: Haslett, C., Chilvers, E. R. E, Hunter, J. A. A. & Boon, N. A. (eds) Davidson’s Principles and Practice of Medicine, 18th ed, Churchill, Livingstone, London.

Fowler, C. (2000), The kidneys and ureters, in: Russell, R. C. G, Williams, N. S. & Bulstrode, C. J. K. (eds) Bailey & Love’s short practice of surgery, 23rd ed, Arnold, London.

Pocock, G. & Richards, C. D. (1999), The kidney and the regulation of the internal environment, in: Human Physiology The Basis of Medicine, Oxford University Press, Oxford.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.