Structuur van het sympathische zenuwstelsel

Structuur van het sympathische zenuwstelsel

Het sympathische zenuwstelsel is één van de twee onderdelen van het autonome zenuwstelsel. Het andere onderdeel is het parasympathische zenuwstelsel). Het sympathische zenuwstelsel bestaat uit vezels die aan het centrale zenuwstelsel ontspringen en zich voortzetten in een reeks zenuwcellichamen (ganglia) die zich dicht bij het ruggenmerg bevinden. Deze vezels geleiden de van het centrale zenuwstelsel ontvangen signalen naar belangrijke organen, zoals hart, longen, darmen, bloedvaten, huid en zweetklieren. Het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel verschillen van elkaar in bouw en werking. Normaalgesproken werken ze tegengesteld, om het evenwicht in het lichaam in stand te houden. Een belangrijke taak van het sympathische zenuwstelsel is de activiteiten te sturen van de verschillende organen en klieren die niet onder controle van de wil staan (onwillekeurige activiteiten). In stresssituaties heeft de werking van dit stelsel de overhand. Het bevordert de functies die nodig zijn voor zware lichamelijke inspanning en bereidt het lichaam voor op een serie reacties die bij elkaar de alarmreactie (fight-or-flight response) worden genoemd.

App de Dokter: altijd online bereikbaar

Geen zin in gedoe met inloopspreekuren en wachtkamers? Download App de Dokter en krijg binnen 1 uur antwoord.

Heb je een vraag over je gezondheid?
- Bijvoorbeeld over koorts die maar niet over gaat? 
- Een raar plekje op je huid? 
- Of een ingewikkelde bijsluiter? 

Chat met een medisch deskundige via App de Dokter. Gewoon vanaf je bank. 

Download App de Dokter

Plaats van het sympathische zenuwstelsel

Het sympathische zenuwstelsel bestaat uit twee groepen zenuwvezels: preganglionaire en postganglionaire. De preganglionaire zenuwvezels ontspringen aan het ruggenmerg (op borsthoogte en ter hoogte van de onderrug) en eindigen in een verzameling zenuwcellen, de sympathische ganglia. Deze ganglia vormen als het ware een streng aan beide zijden van het ruggenmerg. Aangezien de ganglia dicht bij het ruggenmerg liggen, zijn de preganglionaire zenuwvezels kort. Normaal gesproken zijn er 22 ganglia in elke streng langs de wervelkolom.

De postganglionaire zenuwvezels ontspringen aan deze sympathische ganglia aan beide zijden van het ruggenmerg. Beide typen zenuwvezels kunnen op die plaats dan ook informatie aan elkaar doorgeven. De postganglionaire vezels verspreiden zich vervolgens over het hele lichaam naar de organen, waaronder de huid, de zweetklieren, de bloedvaten, het hart, de longen, de darmen, de nieren en de blaas, de lever, de bijnieren en de pupillen.

De relatie tot andere delen van het zenuwstelsel

Het sympathische zenuwstelsel staat wat betreft bouw en werking in nauwe relatie met sommige delen van het zenuwstelsel. De hypothalamus is het belangrijkste regelcentrum voor de werking van het sympathische zenuwstelsel. Dit deel van de hersenen staat in verbinding met het sympathische zenuwstelsel via zenuwvezels. De zenuwvezels lopen van de hypothalamus naar de sympathische centra in het ruggenmerg.

Afwijkingen van het sympathische zenuwstelsel

Afwijkingen van het sympathische zenuwstelsel kunnen aangeboren (congenitaal) zijn of later in het leven ontstaan.

Familiaire dysautonomie is een aangeboren aandoening die wordt veroorzaakt door een stoornis in de functie van het hele autonome zenuwstelsel, waardoor de algehele gezondheidstoestand wordt aangetast.

Letsel als steekwonden of schotwonden die de ganglia treffen aan een zijde van het ruggenmerg, zorgen voor een onderbreking van de prikkeloverdracht. Ook bepaalde aandoeningen van de hersenstam en het ruggenmerg kunnen de oorzaak hiervan zijn. Gevolg is bijvoorbeeld het syndroom van Horner en sympathische reflexdystrofie.

De zenuwen van het autonome stelsel kunnen degenereren, wat kan leiden tot aandoeningen als autonome neuropathie. Dit kan voorkomen door diabetes. Ook het zeldzame shy-drager-syndroom is een voorbeeld van schade van de zenuwen van het autonome zenuwstelsel.

Afgezien daarvan zijn er mensen bij wie het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel niet met elkaar in evenwicht zijn. Het gevolg is dat het gehele autonome zenuwstelsel niet goed werkt. Verder kunnen zowel goedaardige als kwaadaardige tumoren voorkomen in verschillende delen van het autonome zenuwstelsel, waardoor dat systeem afwijkend gaat werken en het evenwicht verstoord is.

Meer informatie

Algemene informatie sympathisch zenuwstelsel
nl.wikipedia.org/wiki/Orthosympathisch zenuwstelsel

(Engels) Informatie en afbeeldingen over het verschil van (para)sympathicus, van de Universiteit van Washington (USA)
faculty.washington.edu

(Engels) Informatie en afbeelding autonome neuropathie (USA)
www.nlm.nih.gov

Blackburn, S.T. (2003), Maternal, Fetal and Neonatal Physiology – A Clinical Perspective, 2nd ed, Saunders, St. Louis.

Drake, R.L., Vogl, W. and Mitchell, A.W.M (2005), Gray’s Anatomy for Students, Elsevier-Churchill Livingstone, London.

Marieb, E.N. (1998), Human Anatomy & Physiology, 4th ed, Addison-Wesley, Harlow.

Seely, R.R, Stephens, T.D. and Tate, P. (2000), Anatomy & Physiology, 5th ed, London.

Snell, R.S. (1997), Clinical Neuroanatomy for Medical Students, 4th ed, Lippincott-Raven, Philadelphia.

Tortora, G.J. and Grabowski, S.R. (2003), Principles of Anatomy & Physiology, 10th ed, John Wiley & Sons, New York.

Waugh, A. and Grant, A. (2001), Ross and Wilson Anatomy and Physiology, 9th ed, Churchill Livingstone, London.

Young, J.B. and Morrison, S.F. (1998), “Effects of fetal and neonatal environment on sympathetic nervous system development”, Diabetes Care, vol. 21, suppl. 2, August, B156-60.