Structuur van de hersenzenuwen

Structuur van de hersenzenuwen

De hersenzenuwen ontspringen paarsgewijs aan de hersenen en lopen naar tal van weefsels en organen in het lichaam. Het lichaam telt twaalf paar hersenzenuwen, die verschillende organen innerveren (van zenuwwerking voorzien), zoals de zintuigen, de weefsels en organen in de borstkast en de buikholte. Elk paar hersenzenuwen kan zowel met een Latijnse naam als met een Romeins cijfer worden aangeduid. De hersenzenuwen worden op basis van hun werking ingedeeld in drie groepen.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

  • Motorische zenuwen. Zenuwen die signalen van de hersenen naar de spieren zenden.
  • Sensibele zenuwen. Zenuwen die prikkels van organen als de ogen, de neus en de oren naar de hersenen geleiden.
  • Gemengde zenuwen. Zenuwen die zowel de ene als de andere soort prikkels geleiden.


De verschillende hersenzenuwen
Er zijn twaalf paar hersenzenuwen, die zorgen voor de zenuwwerking van verschillende delen van het menselijk lichaam.
Sensibele zenuwen
De nervus olfactorius (I) van de neus en de nervus opticus (II) van het oog zijn beide zuiver sensibele zenuwen. Dit betekent dat zij gevoelszenuwen zijn die prikkels (licht, aanraking, geur) vanuit de organen doorgeven aan de hersenen. Ook de nervus vestibulocochlearis (VIII) van het oor en het evenwicht, is een sensibele zenuw. Deze geeft geluidsprikkels door.
Motorische zenuwen
De nervus oculomotorius (III), trochlearis (IV), abducens (VI), accessorius (XI) en hypoglossus (XII) zijn motorische zenuwen. Dit zijn bewegingszenuwen die prikkels vanuit de hersenen doorgeven aan het orgaan, waardoor iemand kan bewegen.
Gemengde zenuwen
De nervus trigeminus (V), facialis (VII), glossopharyngeus (IX) en vagus (X) behoren tot de gemengde zenuwen. Zij bevatten beide types zenuwen en hebben beide functies tot taak. Elk van deze hersenzenuwen ontspringt aan verschillende gebieden in de hersenen. Ze zorgen voor de zenuwwerking van verschillende delen van het lichaam.

Plaats van de hersenzenuwen in het menselijk lichaam

Alle hersenzenuwen beginnen in de hersenstam, op de nervus olfactorius (geur) en de nervus opticus (zicht) na. De nervus olfactorius ontspringt aan het neusslijmvlies in het bovenste deel van de neusholte. De nervus opticus ontstaat uit de cellen van het netvlies (retina), het lichtgevoelige deel van het oog. Enkele hersenzenuwen (bijvoorbeeld V, VII, VIII en IX), ontspringen aan de hersenen en lopen naar een ganglion (groep zenuwcellen). De ganglia in kwestie bevinden zich in de hersenen of net daarbuiten. Vanuit deze ganglia lopen weer zenuwvezels naar de weefsels en organen in het hoofd en de hals.

Structuur van de hersenzenuwen

Eerste hersenzenuw
De nervus olfactorius (eerste hersenzenuw) is verantwoordelijk voor de reukzin. De vezels van die zenuw ontspringen aan het neusslijmvlies en lopen vandaar naar de twee bulbi olfactorii (uitlopers van de hersenen). Vanuit de bulbi olfactorii lopen de vezels verder naar achteren en gaan over in de tractus olfactorii, zenuwvezelbanen die naar de grote hersenen leiden.

Tweede hersenzenuw
De nervus opticus (tweede hersenzenuw) is bepalend voor het gezichtsvermogen. De vezels van deze zenuw ontspringen aan het netvlies en bundelen zich tot de nervus opticus. De twee nervi optici komen samen en kruisen bij het chiasma opticum, waarna ze verder naar achteren lopen om te eindigen bij de visuele schors. Dit is een deel van de hersenen gespecialiseerd in het zien.

Derde hersenzenuw
De nervus oculomotorius (derde hersenzenuw) ontspringt aan de middenhersenen. Deze splitst zich in een bovenste en een onderste tak, die de talrijke spieren van het oog bedienen.

Vierde hersenzenuw
De nervus trochlearis (vierde hersenzenuw) is de kleinste van alle hersenzenuwen. De vierde hersenzenuw ontspringt aan de middenhersenen en loopt van daaruit naar de musculus obliquus superior (één van de oogspieren). Deze zenuw bevat ook de zenuwvezels van de tastzin (proprioceptoren).

Vijfde hersenzenuw
De gemengde nervus trigeminus is de vijfde en dikste hersenzenuw. Het sensibele deel ervan komt uit het ganglion trigeminale, dat zich in een holte in de dura mater bevindt. Het motorische deel ontstaat uit twee afzonderlijke groepen zenuwcellen (nuclei), een onderste en een bovenste groep. Uit het sensibele deel komen drie takken, een naar de bovenkaak, een naar de onderkaak en een naar de ogen. Op hun beurt vertakken deze zich weer en verbinden talrijke organen en weefsels in het hoofd en het gezicht met de hersenen. Het motorische deel van de nervus trigeminus stuurt de kauwspieren aan.

Zesde hersenzenuw
De nervus abducens (zesde hersenzenuw) ontspringt aan de pons (een deel van de hersenstam) en innerveert een van de spieren van de oogbol.

Zevende hersenzenuw
De zevende hersenzenuw, of nervus facialis, is ook een gemengde zenuw. Het sensibele en het motorische deel ontspringen beide aan de onderrand van de pons. Het sensibele deel van de nervus facialis innerveert het voorste tweederde deel van de tong en het zachte gehemelte. Het motorische deel geleidt prikkels naar de spieren die verantwoordelijk zijn voor de gezichtsuitdrukking.

Achtste hersenzenuw
De achtste hersenzenuw, de nervus vestibulocochlearis, is een sensibele zenuw die uit twee zenuwvezels bestaat. Het ene deel bedient het evenwicht en het andere deel het gehoor.

Negende hersenzenuw
De gemengde nervus glossopharyngeus, de negende hersenzenuw, ontspringt aan het verlengde merg. Zoals alle gemengde zenuwen, bestaat ook deze uit een sensibel en een motorisch deel. Het motorische deel geleidt prikkels van de hersenen naar de spieren van de tong en het bovenste deel van de luchtpijp (farynx). Het sensibele deel van deze zenuw zorgt voor het overbrengen van prikkels van het achterste deel van de tong, de amandelen (lymfeklieren in de keel) en de keelholte naar de hersenen.

Tiende hersenzenuw
De tiende hersenzenuw, de nervus vagus, heeft een groot bereik. Deze zenuw innerveert delen van de hals, de borstkas en de buikholte. De nervus vagus ontspringt hoofdzakelijk aan het verlengde merg en heeft zowel sensibele als motorische vezels. De motorische vezels zenden signalen naar de spieren van de inwendige organen en de talrijke klieren in de maag en de darmen. De sensibele vezels innerveren de vliezen aan de binnenkant van inwendige organen als het hart, de longen en de darmen.

Elfde hersenzenuw
De nervus accessorius (de elfde hersenzenuw) komt uit de zenuwcellen in het verlengde merg en het ruggenmerg. Deze zenuw heeft twee delen. Het eerste deel ontspringt aan het verlengde merg en het tweede aan het ruggenmerg. De zenuwvezels van de nervus accessorius lopen naar een spier in de hals (de borstbeen-sleutelbeen-tepelspier of musculus sternocleidomastoideus) en een spier tussen de schouder en het bovenste deel van de rug (de monnikskapspier of musculus trapezius).

Twaalfde hersenzenuw
De nervus hypoglossus (de twaalfde hersenzenuw) ontspringt aan het verlengde merg en stuurt de talrijke tongspieren aan.

Afwijkingen in de structuur van de hersenzenuwen

Een aantal genetische afwijkingen kan leiden tot een verstoorde ontwikkeling van de hersenzenuwen.

  • Als de nervus olfactorius en de hypofyse zich afwijkend hebben ontwikkeld, leidt dat tot verlies van de reukzin en hypopituïtarisme (kallmann-syndroom).
  • Slechtziendheid treedt op als de nervus opticus zich gebrekkig heeft ontwikkeld, zoals bij hypoplasie van de nervus opticus.
  • Een verstoorde ontwikkeling van de nervus oculomotorius, de nervus abducens en de nervus trochlearis door genetische afwijkingen, kan leiden tot verlamming van de spieren die de oogbewegingen aansturen (oftalmoplegie). Dit heeft dubbelzien als gevolg. Bij deze aandoening kan er ook sprake zijn van neerhangende oogleden (ptosis).
  • Stoornissen in de ontwikkeling van de nervus trigeminus kunnen leiden tot verminderde gevoeligheid van het hoornvlies.
  • Het möbius-syndroom is te wijten aan een gebrekkige ontwikkeling van de nervus facialis. Deze aandoening wordt gekenmerkt door zwakte van de aangezichtsspieren, kleine en overtollige vingers, platvoeten en een afwijkende manier van lopen.
  • Stoornissen in de ontwikkeling van weefsels rond de nervus glossopharyngeus, waardoor deze niet normaal kan werken, kunnen zich voordoen bij aandoeningen als het syndroom van Eagle.
  • Een verstoorde ontwikkeling van delen van de nervus vagus kan leiden tot verlamming van de stembanden. Bij pogingen tot spreken worden afwijkende geluiden voortgebracht.

Meer informatie

Overzicht en informatie hersenzenuwen
nl.wikipedia.org/wiki/Hersenzenuwen

Informatie over perifere zenuwen
www.nvvn.org

Agur, A.M.R. and Dalley, A.F. (2005), Grant’s Atlas of Anatomy, 11th ed, Lippincott Williams & Wilkins, Philadelphia.

Drake, R.L., Vogl, W. and Mitchell, A.W.M. (2005), Gray’s Anatomy for Students, Elsevier Churchill Livingstone, London.

Moore, K.L. and Agur, A.M.R. (2002), Essential Clinical Anatomy, 2nd ed, Lippincott Williams & Wilkins, Philadelphia.

Marieb, E.N. (1998), Human Anatomy & Physiology, 4th ed, Benjamin/Cummings Publishing Company, California.

Seeley, R.R., Stephens, T.D. and Tate, P. (2000), Anatomy & Physiology, 5th ed, McGraw-Hill, Boston.

Tortora, G.J. and Grabowski, S.R. (2003), Principles of Anatomy & Physiology, 10th ed, John Wiley & Sons, New York.

Waugh, A. and Grant, A. (2001), Ross and Wilson Anatomy and Physiology in Health and Ilness, Harcourt Publishers, London.