Slaapmiddel

Slaapmiddelen

Mensen die slecht slapen, zoeken hun toevlucht nogal eens tot slaapmiddelen. Deze nemen de oorzaak van het slechte slapen echter niet weg en werken maar tijdelijk. Slaapproblemen kunnen dan ook beter worden behandeld zonder medicatie. Slaapmiddelen worden bij voorkeur niet te lang achter elkaar gebruikt. De medische term voor slaapmiddelen is ‘hypnotica’.

Snel de juiste hulp bij depressiviteit of een angststoornis | Mentaal Beter Online

Bij Mentaal Beter Online kun je terecht voor online therapie bij depressieve klachten en angststoornissen. Al het contact met jouw psycholoog word gevoerd in een veilige online omgeving via beeldbellen en chat.

Lees hier meer over Mentaal Beter Online

Werking

Slaapmiddelen kunnen het inslapen en het doorslapen tijdelijk bevorderen. Ook kunnen ze ervoor zorgen dat iemand zich tijdelijk wat rustiger voelt, waardoor hij beter kan gaan slapen. Er bestaan veel slaapmiddelen. Het merendeel behoort tot de groep van de zogenaamde benzodiazepinen, zoals temazepam of lorazepam. Deze stoffen hebben een remmende werking op het zenuwstelsel. Hierdoor wordt iemand slaperig. Daarnaast kunnen benzodiazepinen ook worden gebruikt voor kalmering of angstvermindering, en hebben ze een spierverslappende werking. Het gebruik van slaapmiddelen kan nogal wat bijwerkingen hebben.
De middelen zolpidem en zoplicon behoren niet tot de benzodiazepinen. 

Bijwerkingen

Benzodiazepinen kunnen ervoor zorgen dat iemand in slaap valt, maar dit is een niet-natuurlijke slaap. Zo wordt de diepte van de slaap onderdrukt en het optreden van de droomslaap gewijzigd. Een vervelende bijwerking is dan ook sufheid of zelfs slaperigheid overdag. Hierdoor reageert iemand minder snel en kan zich minder goed concentreren. Er ontstaan daardoor eerder (verkeers)ongelukken. Autorijden mag dan ook meestal niet als iemand benzodiazepinen gebruikt. Ouderen die slaapmiddelen gebruiken, hebben meer kans om te vallen en bijvoorbeeld een heup te breken.

Slaapmiddelen werken maar tijdelijk en iemand raakt snel aan het gebruik ervan gewend. Als ze langer worden gebruikt, werken ze steeds minder waardoor iemand steeds meer slaapmiddelen nodig heeft om te kunnen slapen. Dit wordt tolerantie genoemd. Daarnaast kan iemand verslaafd raken aan het gebruik van slaapmiddelen. Door de afhankelijkheid van deze middelen is slapen zonder slaapmiddelen dan niet meer mogelijk en voelt men zich niet meer prettig zonder. Hoe langer iemand slaapmiddelen gebruikt, hoe moeilijker het wordt ermee te stoppen. Tolerantie voor en afhankelijkheid van slaapmiddelen kunnen al binnen een paar weken optreden.
Ook kunnen benzodiazepinen een tegengestelde werking hebben, waardoor iemand dan juist rusteloos, angstig en gespannen wordt, of last krijgt van woede en zich agressief gaat gedragen. Slaapmiddelen kunnen daarnaast onder meer leiden tot coördinatie- en geheugenproblemen, verwardheid, hoofdpijn, duizeligheid, toename van de eetlust, prikkelbaarheid, onverschilligheid, minder spierkracht, vermoeidheid, somberheid en andere emotionele problemen. Ook kunnen ze de werking van andere geneesmiddelen beïnvloeden. Hoe meer slaapmiddelen u neemt, hoe meer last van bijwerkingen u meestal zult hebben. De bijwerkingen worden nog versterkt als u ook alcohol of drugs neemt. 

Stoppen

Slaapmiddelen lossen de oorzaak van het slaapprobleem niet op. Ze worden meestal als tijdelijk hulpmiddel voorgeschreven, bijvoorbeeld om een moeilijke periode door te komen of als aanvulling op een gedragsmatige behandeling. Als u al langer slaapmiddelen gebruikt, is het beter hiermee te stoppen.
Het is echter niet verstandig om er plotseling mee te stoppen, omdat u dan veel last kunt krijgen van ontwenningsverschijnselen. Beter is het om het gebruik af te bouwen. Dat wil zeggen dat de hoeveelheid slaapmiddelen geleidelijk wordt verlaagd, waardoor de kans op ontwenningsverschijnselen zal verminderen. Ga niet zelf afbouwen, maar vraag begeleiding van uw (huis)arts. Hij kan u meer vertellen over het voor u geschikte afbouwschema en dit samen met u opstellen. Ook kan hij uw klachten tijdens het afbouwen in de gaten houden.
De tijd die iemand nodig heeft om af te bouwen, is afhankelijk van de mate en duur van het slaapmiddelengebruik. Als iemand deze middelen bijvoorbeeld maar een paar maanden heeft geslikt, kan het meestal binnen enkele maanden worden afgebouwd. Vaak zijn er dan ook minder ontwenningsverschijnselen. In geval van jarenlang slaapmiddelengebruik kan het afbouwen wel een jaar of langer duren. Het belangrijkste is echter dat u in uw eigen tempo afbouwt en dat is voor iedereen verschillend. 

Ontwenningsverschijnselen

Bij het afbouwen van slaapmiddelengebruik kan iemand te maken krijgen met ontwenningsverschijnselen als onrust, angstige gevoelens, nachtmerries, trillende handen, prikkelbaarheid, somberheid, spierpijn of -kramp, overgevoeligheid voor licht, geluid en aanraking, hoofdpijn, benauwdheid, maag-darmklachten, duizeligheid en transpireren en hartkloppingen. Er zijn ook mensen die erg prikkelbaar, agressief of depressief worden. Daarnaast kan het slechte slapen tijdelijk zelfs erger worden dan voordat u met de slaapmiddelen begon. Het is belangrijk te beseffen dat ontwenningsverschijnselen weliswaar tijdelijk zijn, maar wel enkele weken, en soms nog veel langer, kunnen blijven bestaan.

Tips en adviezen bij het stoppen

Stoppen met langdurig slaapmiddelengebruik is niet gemakkelijk. Onderstaande tips en adviezen kunnen hierbij helpen.

  • Vertel uw naaste omgeving (thuis en werk) dat u gaat afbouwen, zodat die steun kan geven en begripvol is als u tijdelijk wat prikkelbaar bent.
  • Stress kan het moeilijk maken te stoppen. Kies daarom een rustige periode, zonder problemen of spannende gebeurtenissen.
  • Zorg voor een goede start door u voor te bereiden op het stoppen. Bedenk vooraf wat u kunt doen om het vol te houden. Vraag informatie aan uw huisarts.
  • Houd een slaapmiddelendagboek bij waarin u noteert welk middel u neemt, hoeveel en op welk tijdstip.
  • Neem geen vervangende middelen, zoals alcohol of drugs.
  • Accepteer de ontwenningsverschijnselen; deze zijn vervelend maar tijdelijk.

Belangrijk om te weten

  • Neem slaapmiddelen altijd in overleg met uw (huis)arts.
  • Lees voor gebruik de bijsluiter.
  • Verhoog nooit op eigen gelegenheid de dosis.
  • Gebruik slaapmiddelen, onder meer gezien de kans op verslaving, maar kort.
  • Ga na of de gebruikte middelen de rijvaardigheid beïnvloeden en houd hier rekening mee.
  • Gebruik slaapmiddelen niet samen met andere middelen die versuffend werken (bepaalde geneesmiddelen, alcohol of drugs), omdat de werking hierdoor wordt versterkt.
  • Het gebruik van slaapmiddelen kan schadelijk zijn voor een ongeboren baby, en bij borstvoeding komt een belangrijk deel van de werkzame stof in de moedermelk terecht. Neem daarom contact op met uw (huis)arts als u zwanger wilt worden, zwanger bent of borstvoeding geeft en slaapmiddelen gebruikt of wilt gebruiken.
  • Bij veel ouderen werken slaapmiddelen vaak langer en sterker. Zij zijn hierdoor doorgaans gevoeliger voor de werking van slaapmiddelen, zowel voor de bedoelde werking als voor de bijwerkingen.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt zelf veel doen om uw slaap te verbeteren zonder slaapmiddelen.

  • Ga op zoek naar de oorzaak van uw slechte slapen.
  • Zorg voor regelmaat in uw slaappatroon. Dat betekent elke dag op hetzelfde tijdstip gaan slapen en opstaan, ook in de weekenden en vakanties, en geen dutjes doen overdag.
  • Vermijd in de avonduren koffie, alcohol, nicotine en veel eten. Probeer te ontspannen door bijvoorbeeld een korte wandeling te maken, naar rustige muziek te luisteren, een warm bad te nemen of ontspanningsoefeningen te doen.
  • Regelmatige lichaamsbeweging overdag kan helpen beter te slapen. Doe dit echter niet vlak voor het slapen gaan, omdat u dan te wakker bent om te kunnen slapen.
  • Gebruik de slaapkamer niet om te werken, studeren, computeren of tv te kijken.
  • Zorg voor een rustige, donkere, niet te warme en goed geventileerde slaapomgeving en een comfortabel bed.
  • Als problemen u wakker houden, kan het helpen deze op te schrijven of erover te praten.
  • Als het u niet lukt (weer) te gaan slapen, blijf dan niet in bed liggen, maar ga eruit en zoek uw bed pas weer op als u slaperig bent.
  • Om inzicht te krijgen in uw precieze slaapprobleem, kan het helpen een tijdje een slaapdagboek bij te houden. Daarin schrijft u onder meer op wanneer u gaat slapen en weer opstaat, of u cafeïne, alcohol, nicotine, drugs of bepaalde geneesmiddelen hebt gebruikt en welke klachten en gedachten u bezighouden.

Maak u geen zorgen als deze adviezen niet meteen werken. Het kost tijd om nieuwe slaapgewoonten aan te leren en beter te gaan slapen. Realiseer u dat u zo werkt aan het aanpakken van de oorzaak, in tegenstelling tot het gebruik van slaapmiddelen.

Meer informatie

Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGPatientenbrieven/NHGPatientenbrief
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGpatientenbrieven/NHGpatientenbrief

Brochure van het Nederlands Huisartsen Genootschap
http://nhg.artsennet.nl

Informatie van het Trimbos Instituut
www.trimbos.nl/onderwerpen/alcohol-en-drugs/slaap--en-kalmeringsmiddelen/slaapmiddelen-algemeen

Algemene informatie over slaapmiddelen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Slaapmiddel