Ruminatie

Ruminatie

Ruminatie is het oprispen van voedsel uit de maag, waarna het opnieuw wordt gekauwd en ingeslikt. Het terugkomen van voedsel in de mond kan spontaan gebeuren, maar ook bewust. Soms gaat het gevoel te moeten boeren eraan vooraf. Dit syndroom komt vrij veel voor bij zuigelingen en bij mensen met een verstandelijke stoornis, maar ook bij volwassenen met een normale intelligentie. Ruminatie kan leiden tot een slechte adem (halitose), ondervoeding, uitdroging en verslikken.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

De oorzaak van ruminatie is niet bekend, maar vermoedelijk spelen ongunstige psychische omstandigheden en/of erfelijkheid een rol. Daarnaast is bekend dat vergroting van het onderste deel van de slokdarm of de maag tot terugvloeiing van voedsel kan leiden. Zuigen op een of meer vingers of de hele hand, zoals wel bij mensen met psychiatrische stoornissen wordt gezien, kan ruminatie veroorzaken. Een abnormale moeder-kindrelatie kan ook de oorzaak zijn van het syndroom (complex van verschijnselen) dat tot ruminatie leidt. Moeders van zuigelingen met ruminatie zijn in veel gevallen onvolwassen en niet in staat een nauwe, warme band met hun kind op te bouwen. Bij deze kinderen wordt onderstimulatie (een tekort aan prikkels) gezien als oorzaak van de ruminatie.

Verschijnselen

De belangrijkste verschijnselen van ruminatie zijn braken, gewichtsverlies, buikpijn, obstipatie en misselijkheid. Kinderen kunnen groeistoornissen oplopen door ondervoeding en tekorten aan noodzakelijke vitamines en mineralen. Daarnaast kan het gebit beschadigen, omdat de tanden steeds in aanraking komen met maagzuur.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door de mogelijkheid van andere aandoeningen, zoals maag-darmaandoeningen en psychiatrische aandoeningen, uit te sluiten. Tot de maag-darmaandoeningen waarbij ruminatie zich kan voordoen behoren gastro-oesofageale reflux en hernia diaphragmatica . Psychiatrische aandoeningen met ruminatie zijn anorexia nervosa en boulimia nervosa .

Behandeling

Bij volwassenen met een normale intelligentie kan ruminatie doeltreffend worden behandeld door ongerustheid en twijfel weg te nemen en eventueel gedragstherapie toe te passen. Ook bij kinderen met een geestelijke ontwikkelingsachterstand kan de aandoening met speciale gedragstherapie worden behandeld. De gedragstherapie bij kinderen met een normale intelligentie gaat ervan uit dat rumineren gewoontegedrag is dat afgeleerd kan worden. Het gedrag kan doorbroken worden door het te verhinderen (bijv. voedsel te verdikken, waardoor het minder makkelijk gaat), te negeren of te koppelen aan aversieve stimuli (bijvoorbeeld gebruikmaken van een vieze smaak in de mond door citroensapdruppeltjes). Van belang is ook de eventuele oorzaken van het tekort aan stimulatie op te heffen. Alleen als ruminatie een lichamelijke oorzaak heeft, zoals vergroting van het onderste deel van de slokdarm, kan een operatie zinvol zijn.

Complicaties

Ruminatie kan leiden tot slechte adem (halitose), ondervoeding, uitdroging en verslikking. Bij kinderen staan vooral groeistoornissen door ondervoeding en aantasting van het gebit door maagzuur op de voorgrond.

Meer informatie

Camilleri, M. & Prather, C.M. (1997), ‘Gastric Motor Physiology and Motor Disorders’, in: Sleisenger, M.H., Feldman, M. and Scharschmidt, B.F. (eds.), Gastrointestinal and Liver Disease Pathophysiology/Diagnosis/Management, 6th edn., vol. 1, W.B. Saunders Company, Philadelphia.

Chial, H.J., Camilleri, M., Williams, D.E. et al. (2003), ‘Rumination Syndrome in Children and Adolescents: Diagnosis, Treatment, and Prognosis’, Pediatrics, vol. 111, no. 1, January, pp. 158-162. www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12509570?dopt=Abstract

Malcolm, A., Thumshirn, M.B., Camilleri, M. et al. (1997), ‘Rumination Syndrome’, Mayo Clinic proceedings, vol. 72, no. 7, July, pp. 646-652. www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=9212767&dopt=Abstract