Pleuraeffusie

Pleura-effusie

De longen zijn bedekt met een veerkrachtig vlies dat het longvlies wordt genoemd. De borstholte is bekleed met het borstvlies. De ruimte tussen het longvlies en het borstvlies heet de pleuraholte. Pleura-effusie is de ophoping van een abnormale hoeveelheid vocht in de pleuraholte.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

Pleura-effusie kan verschillende oorzaken hebben:

  • Longontsteking, tuberculose, pleuritis (ontsteking van de longvliezen)
  • Hartfalen.
  • Gebrek aan eiwitten in het bloed (hypoproteïnemie).
  • Bindweefselaandoeningen en tumoren van de long .

Pleura-effusie komt ook voor bij mensen die gedurende lange tijd zijn blootgesteld aan asbest. Het is dan het gevolg van de ontwikkeling van een tumor die mesothelioom wordt genoemd.

Symptomen pleura-effusie

Mensen met toegenomen pleuravocht hebben vaak last van pijn in de borst aan de zijde van het vocht. De pijn wordt ook wel beschreven als prikkend of stekend van aard. Het wordt gewoonlijk heviger bij hoesten, niezen en diep ademhalen.

Pleurale pijn heeft vaak een acuut begin. Het verergert door diep ademen en hoesten en vermindert door het aangedane gebied vast te zetten. Pleurale pijn kan uitstralen naar de buik, de rug en/of de schouder.

Kortademigheid door pleuravocht kan langzaam of snel erger worden. De kortademigheid is soms afhankelijk van iemands lichaamshouding.

Diagnose

Onderzoek van de borstkas kan overmatig pleuravocht aantonen. Na lichamelijk onderzoek is een thoraxfoto of echografie het eerste onderzoek dat wordt gedaan om pleuravocht vast te stellen. Op de röntgenfoto is het vocht zichtbaar als een witte, ondoorzichtige vlek.

Om de oorzaak van het pleuravocht vast te kunnen stellen, wordt een pleurapunctie (thoracocentesis) uitgevoerd. Daartoe wordt een dunne naald in de pleuraholte gebracht en wordt het vocht of een stukje longvlies weggenomen.

Een pleurapunctie is een eenvoudige ingreep die poliklinisch kan worden verricht. Het materiaal wordt direct gesplitst in steriele buisjes en/of potjes voor microbiologisch, cytologisch en biochemisch onderzoek. Deze procedure wordt gewoonlijk uitgevoerd na toediening van een plaatselijke verdoving.

Behandeling pleura-effusie

Door de behandeling van de onderliggende oorzaak verdwijnt het pleuravocht meestal. Om de ademnood te verlichten, moeten grote hoeveelheden vocht eventueel met behulp van een naald worden weggezogen (aspiratie). Pleura-effusie als gevolg van een longontsteking wordt behandeld met antibiotica.

Complicaties

Kwaadaardig (maligne) pleuravocht ontstaat doordat kankercellen het longvlies binnendringen. Deze aandoening is moeilijk te behandelen omdat het vocht zich zeer snel ophoopt. Het kan nodig zijn om een slangetje in de pleuraholte aan te brengen zodat het vocht naar buiten kan lopen.

Bepaalde medicijnen kunnen in de pleuraholte worden geïnjecteerd. Deze geneesmiddelen wekken een ontstekingsreactie op, die op zijn beurt weer tot de vorming van littekenweefsel leidt. De littekens vullen de pleuraholte op, zodat er zich geen vocht meer kan ophopen (pleurodese).

Meer informatie

Richtlijn over pleura-effusie van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose
www.nvalt.nl/service/richtlijnen/richtlijnen/richtlijnen7/niet-maligne-pleuravocht?objectSynopsis=%20-%20-zlqGXBH9CT5DI0szLEUUw

Diacon, A.H, Brutsche, M.H, & Soler, M, (2003), “Accuracy of Pleural Puncture Sites: A Prospective Comparison of Clinical Examination with Ultrasound”, Chest, vol. 123, no. 2, February, pp. 436-441.
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12576363?dopt=Abstract

Kocijancic, I, Vidmar, K, & Ivanovi-Herceg, Z, (2003), “Chest Sonography versus Lateral Decubitus Radiography in the Diagnosis of Small Pleural Effusions”, Journal of Clinical Ultrasound, vol. 31, no. 2, February, pp. 69-74.
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12539247?dopt=Abstract