Passieve immunisatie

Passieve immunisatie

Er zijn twee vormen van immunisatie: actieve en passieve immunisatie.

Bij passieve immunisatie worden antistoffen toegediend die door andere mensen of dieren zijn geproduceerd; passieve immunisatie biedt onmiddellijke bescherming tegen infecties. Antistoffen van menselijke herkomst worden 'immunoglobulinen' genoemd, terwijl antistoffen die uit dieren zijn verkregen, 'antisera' worden genoemd. Omdat het gebruik van antisera soms met allergische reacties gepaard gaat, is het gebruik van antisera grotendeels door immunoglobulinen van menselijke herkomst vervangen.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Indicatie

Passieve immunisatie kan worden toegepast om infecties te voorkomen of om de ernst ervan te verminderen. Passieve immunisatie wordt toegediend bij patiënten met onvoldoende antistofvorming. Soms is dit een aangeboren aandoening en soms is dit het gevolg van een ziekte. Het wordt eveneens in de volgende gevallen toegepast:

  • wanneer iemand een groot risico loopt een infectie op te lopen, doordat hij kort geleden is blootgesteld aan de micro-organismen die de ziekte veroorzaken;
  • als iemand een groot risico loopt voor ernstige complicaties als gevolg van de infectie (bijv. een kind met leukemie dat is blootgesteld aan waterpokken of mazelen).

Passieve immunisatie kan eveneens worden toegepast wanneer er niet genoeg tijd is om voldoende bescherming te bieden via actieve immunisatie of als actieve immunisatie niet beschikbaar is, zoals bij de behandeling van slangen- en spinnenbeten.

Werking

Er zijn twee typen immunoglobulinen die voor passieve immunisatie worden gebruikt: algemeen humaan globuline en specifieke immunoglobulinen.

Algemeen humaan globuline wordt vervaardigd uit het bloed van ten minste 1000 donoren; daardoor bevat het veel verschillende antistoffen tegen verschillende aandoeningen zoals hepatitis A, mazelen, rodehond en andere virale aandoeningen die in de bevolking aanwezig zijn. Algemeen humaan globuline kan worden gebruikt bij patiënten bij wie het afweerstelsel niet goed werkt .Het gebruik van algemeen humaan immunoglobuline om de afweer van iemand met een slecht werkend afweersysteem te versterken, wordt algemene passieve immunisatie genoemd.

Bij specifieke passieve immunisatie worden specifieke immunoglobulinen gebruikt voor de immunisatie. Specifieke immunoglobulinen bestaan uit bepaalde antistoffen die uitsluitend bescherming bieden tegen een specifieke ziekte. Voorbeelden van verschillende immunoglobulinen die op dit moment worden gebruikt, zijn: immunoglobuline tegen hepatitis B, immunoglobuline tegen hondsdolheid, en immunoglobuline tegen tetanus.

Antisera van dieren worden toegepast om de effecten van toxinen tegen te gaan die bij enkele, zeer specifieke infecties worden gevormd (bijv. bij difterie).

Resultaten

Het beschermende effect van passieve immunisatie treedt onmiddellijk in, maar duurt slechts een korte periode. Daardoor biedt deze vorm van immunisatie geen langdurige bescherming en moet deze eventueel worden herhaald.

Bijwerkingen

De bijwerkingen van normaal menselijk globuline zijn onder meer koude rillingen, koorts en algemene malaise. In zeldzame gevallen ontstaan allergische reacties.

Door algemene passieve immunisatie wordt de reactie op vaccinaties met levende virale vaccins soms verstoord. Daarom is het aan te raden deze vaccins ten minste drie weken vóór of drie maanden na een injectie met algemeen humaan globuline toe te dienen.

Meer informatie


Gerald, T.K. and Kenneth, J.B. (2001), Immunization Principles and Vaccine Use in: Eugene, B., Anthony S.F., Dennis L.K. et al (eds.) Harrison’s Principles of Internal Medicine, 15th edn., vol. 1, McGraw-Hill Companies, Inc., London.

Larry, K.P., Georges, P. and Carol, J.B. (2000), “Passive Immunisation“, Red Book–Report of the Committee on Infectious Diseases, 25th edn., American Academy of Pediatrics, Illinois.

Orenstein, W.A., Hinman, A.R., Bart, K.J., et al. (1995), Immunization, in: Mandell, G.L., Benett, J.E. and Douglas, R. (eds.) Principles and practice of Infectious Diseases, 4th edn., John Wiley and Sons, New York.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.