Parenterale voeding

Parenterale voeding

Parenterale voeding wordt met een slang (katheter) in de bloedbaan gebracht. Als een patiënt op deze manier alle dagelijks benodigde voedingsstoffen binnenkrijgt, heet dat totale parenterale voeding (TPV). Soms wordt maar een deel zo gegeven.

Parenterale voeding wordt zowel tijdelijk als blijvend gebruikt. Het wordt meestal in een ziekenhuis toegediend, maar het kan ook thuis gebeuren. Het AMC in Amsterdam en het UMC St. Radboud in Nijmegen zijn gespecialiseerd in het thuis toedienen van deze voeding.

Volg een webinar over het vinden van de beste zorg

Hoe krijgt u de beste zorg die ook nog eens past bij úw situatie? In de gratis webinars van CZ krijgt u handig advies en praktische tips van professionals.

Bekijk hier de webinars

Toepassing

Een patiënt krijgt parenterale voeding als het maagdarmkanaal geen voeding kan verteren en/of opnemen. Ook wordt het gebruikt als het maagdarmkanaal moet worden ontzien. Dit komt bijvoorbeeld voor:

  • na een operatie waarbij een deel van het maagdarmkanaal is verwijderd
  • als het maagdarmkanaal is afgesloten
  • als de darmen geen voedingsstoffen opnemen (malabsorptie)

Plaats van de toediening

Parenterale voeding kan de vaatwand beschadigen. Het wordt daarom nooit in een klein bloedvat ingebracht. Er zijn verschillende manieren om de voeding toe te dienen. 


Centrale lijn 
Het katheter wordt in een groot, centraal gelegen bloedvat aangebracht, zoals de ader onder het sleutelbeen (subclaviakatheter) of in de hals (jugulariskatheter). 

PICC
Een speciale lijn wordt ingebracht via een vat in de ellenboogplooi. De punt daarvan komt tot in het hart.

Port-a-cath
Als de patiënt de voeding lang nodig heeft, wordt een kastje onder de huid aangebracht. Dit wordt van buitenaf aangeprikt. De katheterslang zit in de ader onder het sleutelbeen.

Shunt
Met een operatie wordt een ader en een slagader verbonden, meestal in de onderarm. Het bloed in de verbinding (shunt) stroomt veel sneller dan in een normale ader. Daarom kan de parenterale voeding wel worden toegediend.

Soorten voeding

In parenterale voeding zitten alle benodigde voedingsstoffen. De hoeveelheid vetzuren, eiwitten, aminozuren of glucose in de voeding verschilt per aandoening. De behandelend arts of diëtist schrijft de samenstelling voor.
De voeding wordt geleverd in grote zakken van twee tot drie liter. Ze hangen aan een infuuspaal of worden vervoerd in een rugzak.
De meeste patiënten die thuis TPV gebruiken, sluiten deze ’s nachts aan. Het voeden duurt twaalf uur. Zo kunnen ze overdag ook nog wat eten.

Complicaties

Het grootste risico bij parenterale voeding is infectie. Hygiëne is daarom erg belangrijk. Voorschriften moeten strikt worden opgevolgd. De voeding mag bijvoorbeeld niet halverwege worden onderbroken en later weer worden aangesloten. Mensen die TPV thuis gebruiken, krijgen hier les in.
Andere complicaties zijn:

  • leverfunctiestoornissen (bij overbelasting door de voeding)
  • tekorten aan bepaalde stoffen, zoals zouten, vitamines of spoorelementen
  • verhoogd bloedsuikergehalte, zoals bij diabetes mellitus

Mensen die sondevoeding gebruiken, missen vaak de gezelligheid van lekker tafelen.

Meer informatie

http://cms.vppt.info/
Website van de vereniging van patienten met parenterale thuisvoeding

http://www.umcn.nl/Informatiefolders/2173-Totale_Parenterale_Voedi-i.pdf
Informatie van het UMC St. Radboud over TPV via een shunt

http://cms.vppt.info/index.php?view=category&id=55%3Aamc-tpv-thuisteam&option=com_content&Itemid=122
Informatie van het AMC over het TPV Thuisteam

Elia, M. (2002), Nutritional support in sepsis, trauma and other clinical conditions, in: Garror, J.S., James, W.P.T., and Ralph, A. (eds) Human Nutrition and Dietetics, 10th ed, Churchill Livingstone , London.

Stroud, M., Duncan, H., Nightingale, J. (2003), “Guidelines for enteral feeding in adult hospital patients”, Gut, vol. 52, (Suppl VII), pp vii1-12.