Opportunistische infecties bij aids

Opportunistische infecties bij aids

In en op ons lichaam dragen we allerlei ziektekiemen met ons mee: bacteriën, eencellige organismen (protozoa), schimmels en virussen. Als ons afweersysteem goed functioneert, kunnen deze organismen ons lichaam niet beschadigen. Besmetting met HIV, het humaan-immunodeficiëntievirus, kan het afweersysteem verzwakken. Het aantal CD4-cellen (T-helpercellen), die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem, daalt. Infecties die ontstaan bij een verlaagde afweer worden opportunistische infecties genoemd. Op het moment dat dergelijke infecties optreden bij iemand die met HIV besmet is, spreken we van het ziektebeeld AIDS.
Op reis is iemand die besmet is met HIV, of AIDS heeft, extra vatbaar voor infecties die in het bezochte gebied voorkomen.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Overzicht opportunistische infecties

Hieronder staan de meest voorkomende opportunistische infecties bij AIDS.

  • Candidiasis (spruw) is een schimmelinfectie van de mond, keel, huid, nagels of vagina. De infectie wordt veroorzaakt door de schimmel Candida Albicans. Symptomen van spruw zijn onder meer witte of rode plekken in de mond. Bij vrouwen komen ook vaginale Candida-infecties voor. De infecties hebben de neiging terug te komen, zelfs met de juiste behandeling. Een menginfectie van Candida Albicans en het Epstein-Barrvirus leidt tot harige leukoplakie in de mondholte: dit is een witte, niet afschrapbare plek op de tong of het wangslijmvlies.
  • Cryptokokkose wordt veroorzaakt door de schimmel Cryptococcus neoformans. Cryptokokkose veroorzaakt vaak hersenvliesontsteking (meningitis). Cryptokokkose in de longen kan koorts, nachtelijk zweten, hoesten en kortademigheid veroorzaken.
  • Cytomegalovirus (CMV) is een virus dat meestal oogaandoeningen veroorzaakt, maar het virus kan ook andere delen van het lichaam aantasten, zoals longen, darmen en hersenen. CMV in de longen kan leiden tot hoesten, pijn op de borst en kortademigheid. CMV in de darmen kan misselijkheid, diarree en gewichtsverlies veroorzaken. CMV in de hersenen kan hoofdpijn en verwardheid tot gevolg hebben. CMV in het oog wordt CMV-retinitis (netvliesontsteking) genoemd. Dit kan leiden tot wazig zien, vlekken of 'vlokken' en uiteindelijk tot blindheid.
  • Gordelroos of herpes zoster wordt door hetzelfde virus veroorzaakt als de waterpokken, namelijk het varicellazostervirus. Iedereen die ooit waterpokken heeft gehad, kan gordelroos krijgen. Dit is een pijnlijke huiduitslag met vlekken en blaasjesvorming.
  • Herpes simplex -virus (HSV) kan herpes veroorzaken in of rond de mond (koortslip) of aan de geslachtsdelen (genitale herpes). Dergelijke infecties komen veel voor, maar bij mensen met HIV komen ze veel vaker terug en kunnen ze een ernstiger verloop hebben. Bij hen kan het virus uiteindelijk ook de hersenen infecteren.
  • Een besmetting met Mycobacterium Avium Complex (MAC) kan bij mensen met HIV leiden tot ernstige infecties van onder meer de darmen en longen. Het geeft verschijnselen als koortsaanvallen, een algemeen gevoel van ziek zijn, nachtelijk zweten, opgezette lymfeklieren, hoesten, benauwdheid, vermoeidheid, buikkramp, diarree en gewichtsverlies.
  • Pneumocystis carinii is een eencellig organisme (protozoön) dat kan leiden tot een longontsteking met fatale afloop. Verschijnselen van een Pneumocystis Carinii Pneumonie (PCP) zijn onder meer droge hoest, kortademigheid, koorts, nachtelijk zweten en vermoeidheid.
  • Salmonella -infectie is een vorm van voedselvergiftiging die zich voordoet na het eten van besmet voedsel, meestal kippenvlees of eieren die onvoldoende zijn verhit. Ook door het drinken van besmet water kan iemand een infectie oplopen. De symptomen zijn onder meer buikpijn en buikkramp, koorts, verminderde eetlust, diarree en bloederige ontlasting.
  • Toxoplasmose is een infectie met de parasiet Toxoplasma gondii. Deze parasiet komt voor in rauw vlees en kattenuitwerpselen. Toxoplasmose kan de hersenen en het zenuwstelsel aantasten en hersenontsteking veroorzaken. Het organisme kan ook andere delen van het lichaam aantasten, zoals ogen, longen en hart.
  • Tuberculose (TBC) is wereldwijd de meest voorkomende doodsoorzaak bij mensen met AIDS. Deze infectie wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis en tast meestal de longen aan. De infectie wordt door de lucht verspreid wanneer een patiënt hoest. Tuberculose kan ook andere delen van het lichaam aantasten, zoals het skelet, de nieren en de hersenen. Iemand die met HIV besmet is, heeft een grotere kans op tuberculose buiten de longen dan iemand zonder HIV. Symptomen zijn onder meer hoesten met slijmproductie, koorts, vermoeidheid en gewichtsverlies.

Bovengenoemde infecties doen zich voor op verschillende momenten in het verloop van de ziekte. Infecties die in een vroeg stadium kunnen optreden zijn spruw, gordelroos en herpes simplex. Later in het ziektebeloop komen tuberculose, peumocystis carinii-pneumonie, toxoplasmose en cryptokokkose vaker voor.

Diagnose

Het is voor mensen die besmet zijn met HIV belangrijk om alert te zijn op de ziekteverschijnselen van opportunistische infecties. Regelmatig wordt het aantal CD4-cellen bepaald om de mate van afweer te onderzoeken.
Om de diagnose van een opportunistische infectie te bevestigen zijn diverse onderzoeken mogelijk, afhankelijk van het ziektebeeld en de verwekker.

Behandeling

Het is belangrijk om ook schijnbaar onbeduidende symptomen serieus te nemen en zo vroeg mogelijk deskundige hulp in te roepen. De behandeling hangt af van de aard van de infectie, de ernst van de verschijnselen en het aantal CD4-cellen. Sommige vormen van behandeling worden al ingezet voordat er ziekteverschijnselen zijn. Bijvoorbeeld: bij een laag aantal CD4-cellen wordt al gestart met een onderhoudsbehandeling tegen PCP.

Preventie

Opportunistische infecties zijn niet altijd te voorkomen. Het is belangrijk om bekende bronnen van infecties te mijden en een goede hygiëne na te streven. Daarnaast wordt met de behandeling met zogeheten HIV-remmers (antiretrovirale therapie, of HAART) geprobeerd de weerstand op peil te houden.
Reizen naar met name niet-westerse landen brengt voor HIV-positieve mensen of mensen met AIDS risico’s met zich mee. In dergelijke landen lopen zij een grotere kans om blootgesteld te worden aan opportunistische ziekteverwekkers via besmet voedsel en water. Dit is vooral het geval als hun afweer ernstig is verzwakt. De reisroute moet daarom worden besproken met de behandelaar en/of de reizigersadviesdienst van de GGD voor advies over de juiste vaccinaties, preventie van andere reisziekten als malaria, en algemene adviezen voor onderweg. De volgende punten zijn daarbij van belang.

HIV-geïnfecteerde reizigers moeten voor hun verblijf in niet-westerse landen uit voorzorg antibiotica meenemen tegen een eventuele diarree-aanval. Het soort middel hangt af van de bestemming. Als de diarree niet snel verbetert na gebruik van deze antibiotica, moeten reizigers een arts raadplegen. Dit geldt ook als er bloed in de ontlasting zit, als er koorts optreedt met koude rillingen of in geval van uitdroging.
Wat betreft vaccinaties moeten vaccins met levend virus worden gemeden. Deze kunnen een verhoogde risico op infectie of bijwerkingen met zich meebrengen. Geïnactiveerde vaccins of passieve immunisatie met immunoglobulinen vormen een alternatief.

Meer informatie

Informatie van de HIV vereniging Nederland
www.hivnet.org/index.php?option=com_content&view=article&id=7659&Itemid=484

Informatie van het expertisecentrum voor HIV/AIDS en andere SOA
www.soaaids.nl/hiv_aids#

Informatie over opportunistische infecties bij AIDS van The Aids InfoNet
www.aidsinfonet.org/fact_sheets/view/500 (Engels)

Informatie van de Nederlandse Vereniging van Aids Behandelaren Vaccinatie bij HIV-geïnfecteerde reizigers
www.nvab.org/richtlijnhiv/index.php/17.5._Vaccinatie_bij_HIV-ge%C3%AFnfecteerde_reizigers