Omgevingsfactoren

Omgevingsfactoren

In fabrieken ergeren werknemers zich het meest aan hinderlijk geluid. Op kantoor is het klimaat vaak ergernis nummer één, gevolgd door hinderlijk geluid. Waar moet rekening mee gehouden worden als het gaat om geluid, klimaat en licht op de werkplek? Welke klachten kunnen optreden als deze omgevingsfactoren niet goed op het werk en de werknemers zijn afgestemd?

Volg een webinar over het vinden van de beste zorg

Hoe krijgt u de beste zorg die ook nog eens past bij úw situatie? In de gratis webinars van CZ krijgt u handig advies en praktische tips van professionals.

Bekijk hier de webinars

Geluid

Geluid op de werkplek kan worden onderverdeeld in schadelijk geluid en hinderlijk geluid. 

Schadelijk geluid: 
Op veel werkplekken is lawaai een groot probleem. Lawaai is niet alleen irritant; het kan ook schadelijk zijn. Gehoorschade door lawaai is niet te genezen. De ernst van gehoorschade hangt af van de sterkte en de duur van het geluid. Door gehoorverlies kan extra gevaar op de werkplek ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het slecht herkennen van waarschuwingssignalen. Een geluid is schadelijk als het 80dB (decibel) of meer is. 

Gehoorschade kan men bij de medewerker als volgt herkennen:

  • Gaat vaak harder praten
  • Zet het geluid van tv en radio harder
  • Hoort geen hoge tonen of zachte geluiden meer
  • Heeft moeite met telefoneren
  • Heeft moeite met het voeren van een gesprek in een rumoerige omgeving
  • Hoort soms fluit-, piep- of bromtonen

Om vast te stellen of in een bedrijf sprake is van schadelijk geluid in de zin van de wet, moeten metingen worden verricht. Het bevestigen van schadelijk geluid alleen is niet voldoende. Als er sprake is van schadelijk geluid is het zeer belangrijk om te weten:

  • Op welke arbeidsplaatsen en bij welke werkzaamheden dit voorkomt
  • Hoe hoog de geluidsniveaus zijn
  • Hoeveel werknemers aan dit geluid zijn blootgesteld

Ook is het belangrijk te weten aan welke geluidsniveaus de werknemers tijdens de gehele werkdag blootstaan (de dagdosis). Gehoorschade voorkomen Een werkgever kan verschillende maatregelen treffen om schadelijk geluid op de werkplek te reduceren:

  • Aanschaf en gebruik van stillere machines
  • Ontwikkelen van stillere productiemethodes
  • Machines plaatsen in geluidsdempende kasten
  • Personeel laten werken in geluidsdempende cabines
  • Goed onderhoud materieel
  • Blootstellingsduur zo veel mogelijk beperken Als bovenstaande maatregelen (nog) niet mogelijk zijn of te weinig effect hebben, moet gebruik worden gemaakt van gehoorbeschermingsmiddelen.

Hinderlijk geluid: 
Geluid kan ook hinderlijk zijn. Over de hinderlijkheid van geluid op de werkplek is veel minder bekend dan over de schadelijkheid. Hinderlijk geluid is voor veel mensen een bron van irritatie, blijkt uit onderzoeken. In fabrieken vormt het geluid in het algemeen de grootste hinderbron. In kantoren komt geluidshinder op een tweede plaats, na het klimaat. Het werken in geluidsniveaus onder de 
schadegrens zal dan misschien geen gehoorschade veroorzaken, vervelend is het wel. Dit geldt vooral als de ruimte ‘akoestische onvriendelijk’ is, zoals een harde, galmende ruimte. Geluidshinder kan leiden tot een verminderde concentratie, hoofdpijn en vermoeidheid. 
Geluidshinder is moeilijk te meten. Wat voor de een irritant kan zijn, is voor de ander helemaal niet hinderlijk. Een voorbeeld hiervan is muziek. Een nadeel van metingen is dat ze altijd beperkt zijn tot bepaalde plaatsen en bepaalde tijden. Daarom moeten metingen in het geval van geluidhinder nooit op zichzelf staan maar een onderdeel vormen van een bepaalde strategie van aanpak.

Klimaat

Het klimaat in een ruimte wordt ‘binnenklimaat’ genoemd. Onder binnenklimaat valt zowel de temperatuur als de luchtkwaliteit van een ruimte. Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen kantoren en scholen enerzijds (nietindustrieel binnenklimaat) en werkplaatsen en fabrieken anderzijds (industrieel binnenklimaat). In het laatste geval is vooral het werken onder extreem koude of warme omstandigheden van belang. Over de temperatuur en de luchtkwaliteit wordt veelvuldig geklaagd, blijkt uit onderzoek. Dit gaat zowel op voor industriële werkruimten als niet-industriële ruimten (kantoren, bibliotheken, ziekenhuizen, scholen en dergelijke).

  • Kou; Als een werkplek te koud is, kunnen werknemers minder goed presteren en bovendien ziek worden. Het gaat hierbij niet alleen om mensen die in de buitenlucht werken, maar ook om werknemers in onverwarmde loodsen of koelcellen. Werkgevers moeten maatregelen treffen om gezondheidsschade als gevolg van kou te voorkomen.
  • Warmte; Werken bij hoge temperaturen of met hete producten kan leiden tot minder goede prestaties of schade aan de gezondheid. Daarom is het erg belangrijk te beoordelen wat de warmte-risico's zijn op een werkplek en daar maatregelen voor te treffen.
  • Tocht; Ventilatie betekent dat lucht in beweging is. Als de beweging van lucht binnenshuis te groot wordt, dan spreken we over hinderlijke tocht. Werkgevers moeten proberen tocht zo veel mogelijk te beperken.
  • Luchtvochtigheid; Werken in een vochtige omgeving kan leiden tot gezondheidsklachten aan de luchtwegen en ogen en huidirritaties veroorzaken. Een te lage luchtvochtigheid is ook niet prettig om in te werken. Werkgevers dienen te zorgen voor een gulden middenweg. Als er geen omstandigheden zijn op de werkplek die voor droge of vochtige lucht zorgen, zal de luchtvochtigheid waarschijnlijk voldoende zijn.
  • Luchtverversing; De lucht op het werk kan van slechte kwaliteit zijn en daarmee voor veel klachten zorgen. Luchtverversing is daarom erg belangrijk. Zorg voor goede ventilatie op de werkplek.
  • Zon en huid; Zonlicht is goed voor de mens. Dit licht is zelfs van levensbelang. Het zorgt voor een dag- en nachtritme en voor de aanmaak van vitamine D. Maar een te lange blootstelling aan zonlicht direct op de blote huid kan schadelijk zijn. Werkgevers kunnen werknemers informeren over middelen om zich te beschermen tegen een teveel aan zonlicht.

De klimaatproblematiek in industriële en niet-industriële ruimte verschilt sterk. In industriële ruimten is het vaak snel te achterhalen (welke stoffen en / of warme en koudebelastingen) waaraan men blootgesteld wordt. In de niet-industriële sector is het vaak veel moeilijker om snel directe oorzaken te vinden, omdat het vaak een combinatie van oorzaken is. Via de bronnen onderaan deze tekst vindt u meer informatie over het aanpakken en voorkomen van gezondheidsschade door klimaatfactoren.

Licht

Licht wordt als een van de belangrijkste omgevingsfactoren op de werkplek genoemd. Licht is in bijna elk beroep een voorwaarde om goed te kunnen werken. Daarnaast draagt licht bij aan de gezondheid en het welbevinden van de mens. Licht en donker heeft invloed op het bioritme en daarmee op het welzijn, stemmingen, alertheid, prestaties en op de slaapkwaliteit. 
Op iedere werkplek, zowel op kantoor als in de industrie, heeft men de beschikking over licht. Het kan gaan om daglicht, kunstlicht of een combinatie van beide. Goede afstemming van het licht op de werkplek is essentieel voor een optimale taakuitvoering, welzijn en comfort. Er zijn verschillende meetmethoden en apparatuur beschikbaar om bijvoorbeeld de verlichtingssterkte te meten. 

Daglicht en kunstlicht
Door de draaiing van de aarde wisselt daglicht voortdurende in intensiteit, richting en kleur, wat stimulerend werkt voor het bioritme. Daarnaast bevat daglicht veel verschillende soorten straling, waarvan sommige belangrijk zijn voor het aanmaken van vitamines. Ook het contact met de buitenwereld is bij daglicht een belangrijk voordeel. 
Kunstlicht is daarentegen monotoon van aard en kan soms flikkeren (met name bij oudere tl-buizen). De intensiteit van kunstlicht is bovendien lager dan daglicht, waardoor de effecten op het lichaam een stuk minder zijn. Het valt daarom aan te bevelen om werknemers zo veel mogelijk in daglicht te laten werken. Bijkomend voordeel van daglicht is dat het gratis en beter voor het milieu is. 

De volgende maatregelen zorgen ervoor dat werknemers voldoende licht op het werk hebben en er geen hinder van ondervinden:

  • Plaats werkplekken dichter bij het raam als er klachten over te weinig licht zijn en plaats ze verder van het raam af als er juist klachten zijn over spiegeling en verblinding door te veel daglicht.
  • Stel beeldschermwerkplekken zo op dat de kijkrichting parallel is aan het raam. Hierdoor kijkt men niet tegen het daglicht in (als het gezicht richting het raam gekeerd is) en valt het daglicht niet op het scherm (als de rug richting het raam gekeerd is).
  • Zorg in geval van beeldschermwerk voor geschikte zonwering die spiegelend daglicht kan tegenhouden. Voorbeelden zijn zonneschermen, jaloezieën en getint glas.
  • Maak bij nachtwerk eventueel gebruik van daglichtlampen of een dynamisch lichtsysteem dat de variaties van zonlicht goed kan nabootsen.
  • Las voldoende rustpauzes in bij werkzaamheden zonder veel daglicht.

Meer informatie

Informatie van de Rijksoverheid over gezond en veilig werken 
http://www.rijksoverheid.nl 

Informatie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 
http://www.arboportaal.nl 

Informatie van diverse arbodeskundigen 
http://www.arbokennisnet.nl