Kwaadaardige tumoren van de mondkeelholte

Kwaadaardige tumoren van de mond-keelholte

De mondkeelholte (orofarynx) is dat gedeelte van de keelholte (farynx) dat achterin de mond ligt. In de orofarynx zitten ook de keelamandelen. Wanneer ergens in dit gebied een tumor (gezwel) ontstaat, spreken we van keelkanker.

Kwaadaardige tumoren in de mondkeelholte zijn kankergezwellen die het gebied rond de orofarynx aantasten met kans op uitzaaiing naar andere weefsels. Een gezwel ontstaat doordat cellen aan de oppervlakte van de orofarynx zich ongebreideld vermenigvuldigen. De meest voorkomende soort tumor in de mondkeelholte is het zogenoemde squameuze celcarcinoom, dat bestaat uit dekweefselcellen (epitheelcellen). Plaveiselcelcarcinoom (een vorm van kanker van de beschermende cellaag) is de meest voorkomende vorm van kanker van de keelamandelen (tonsillen).

Lymfekliergezwellen (lymfomen) komen ook voor in de mond-keelholte, maar veel minder vaak.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaak

Net als bij andere vormen van kanker is de precieze oorzaak niet bekend. Belangrijke risicofactoren bij kanker in de keel en mondholte zijn echter alcoholgebruik en roken.

Symptomen

Kwaadaardige tumoren in de mond-keelholte kunnen zich in de amandelen vestigen, maar ook op andere plaatsen in de mond-keelholte. De meeste mensen hebben last van keelpijn, die erger wordt bij slikken en die uitstraalt naar de oren.

Een zweertje dat maar niet weg gaat, kan wijzen op een kwaadaardige tumor. Sommige patiënten hebben moeite met slikken. De lymfeklieren in de hals kunnen opzwellen als ze aangetast zijn door de tumor. De tumor kan uitzaaien naar andere organen, zoals de longen en de lever, en dan symptomen als hoesten en pijn in de buik veroorzaken.

Diagnose

Eén manier om een diagnose te stellen is door een biopsie te doen en een stukje weefsel weg te nemen. Andere onderzoeksmethoden zijn röntgenfoto’s van de hals en borst, een CT-scan (computertomografie) of MRI-scan (magneetscan) van hoofd en nek en bloedonderzoek.

Ook wordt gekeken of de lymfeklieren in de omgeving vergroot zijn. Opgezwollen lymfeklieren worden onderzocht met behulp van dunnenaaldaspiratiecytologie. Daarbij wordt een dunne naald in de lymfeklier gestoken en zo een klein stukje weefsel of celmateriaal weggenomen voor microscopisch onderzoek.

Behandeling

Welke behandeling het beste is, is afhankelijk van het stadium waarin de kanker zich bevindt op het moment van de diagnose. Kanker in een vroeg stadium kan goed behandeld worden. Maar als de kanker al in een vergevorderd stadium is, is de behandeling vooral gericht op verlichting van de pijn en eventuele andere vervelende symptomen.

Bij kanker in een vroeg stadium wordt vaak gekozen voor operatief ingrijpen en/of bestraling. In het geval van een operatie wordt het kankergezwel samen met een extra stukje omliggend gezond weefsel weggenomen. Ook de opgezwollen lymfeklieren in de hals worden verwijderd. De bestraling gaat via radioactieve naalden, die worden ingebracht op de plek van het gezwel. Deze techniek heet brachytherapie.

Kanker in een vergevorderd stadium wordt behandeld met chemotherapie en bestraling.

Complicaties

Als kanker in de mond-keelholte niet behandeld wordt, kan de patiënt problemen met praten en slikken krijgen. Ook kan de kanker uitzaaien naar de lymfeklieren in de hals en naar andere organen, zoals de longen en de lever.

Na een operatie kan het gebeuren dat een patiënt niet meer kan praten en moeite heeft met slikken. Dat komt doordat de geleiding van zenuwprikkels die het proces van slikken en praten sturen, verstoord is. De bijverschijnselen van bestraling zijn onder andere een droge mond.

Meer informatie

Informatie van de Nederlandse Werkgroep Hoofd-Halstumoren
www.nwhht.nl/algemene-aspecten/farynx/orofarynx

Richtlijn van de Nederlandse Werkgroep Hoofd-Halstumoren
www.oncoline.nl/mondholte-en-oropharynxcarcinoom

Badaracco, G., Venuti, A., Morello, R. et al. (2000), Human papillomavirus in head and neck carcinomas: prevalence, physical status and relationship with clinical/pathological parameters, Anticancer Res, vol. 20, pp. 1301-1305. Available [Online]
www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.