Kamerfibrilleren ventrikelfibrilleren

Kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren)

Kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren) is een ernstige hartritmestoornis. Het wordt gekenmerkt door snelle, chaotische samentrekkingen van de hartkamers. Deze samentrekkingen vinden onafhankelijk van de boezems plaats. Hierdoor kan het hart niet effectief pompen. Als gevolg van kamerfibrilleren komt de bloedsomloop tot stilstand. Er is in feite sprake van een hartstilstand.

Als er bij kamerfibrilleren niet meteen wordt ingegrepen en met reanimatie wordt begonnen, zal iemand gewoonlijk binnen zes minuten overlijden.

Volg een webinar over het vinden van de beste zorg

Hoe krijgt u de beste zorg die ook nog eens past bij úw situatie? In de gratis webinars van CZ krijgt u handig advies en praktische tips van professionals.

Bekijk hier de webinars

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaak van kamerfibrilleren is een hartinfarct . Dit kan door het zuurstoftekort op het acute moment van het hartinfarct ontstaan. Door littekenweefsel kan het ook optreden na een doorgemaakt infarct.
Andere mogelijke oorzaken:

  • Andere hartziektes. Zoals aangeboren hartafwijkingen , hartspierziektes (cardiomyopathie),hartfalen,hartklepafwijkingen en sommige hartritmestoornissen (bijvoorbeeld het WPW-syndroom).
  • Onderkoeling van het lichaam of verdrinking.
  • Te hoog of te laag kaliumgehalte in het bloed.
  • Ongevallen, zoals een elektrische schok of letsel aan het hart (door kneuzing of een messteek).
  • Bijwerking van sommige geneesmiddelen.
  • Als complicatie na een hartoperatie.

Risicofactoren

Risicofactoren voor het ontstaan van kamerfibrilleren zijn dezelfde risicofactoren die kunnen leiden tot een verminderde doorbloeding van het hart. Bijvoorbeeld roken, hoge bloeddruk, diabetes en ernstig overgewicht. Maar ook een hoog cholesterolgehalte, overmatig alcoholgebruik en ouder worden. Ook een vergrote linkerhartkamer of littekenweefsel op de linkerhartkamer geeft een verhoogd risico op kamerfibrilleren.

Symptomen

Meestal wordt iemand plots onwel en raakt hij buiten bewustzijn. Soms voelt de patiënt vlak daarvoor duizeligheid, pijn op de borst, benauwdheid of hartkloppingen. De ademhaling stopt. Als de patiënt niet meteen wordt gereanimeerd, overlijdt hij binnen enkele minuten.

Diagnose

Op een hartfilmpje (ECG) is de chaotische elektrische activiteit van kamerfibrilleren meteen zichtbaar. Er moet onmiddellijk gehandeld worden. Pas in een later stadium wordt verder onderzoek naar de oorzaak gedaan.

Behandeling

In de acute fase
Bij het eerste vermoeden van kamerfibrilleren moet onmiddellijk worden overgegaan tot reanimatie : hartmassage en mond-op mondbeademing. Ook moeten zo snel mogelijk elektrische schokken worden toegediend (defibrillatie). Juist bij kamerfibrilleren kan dit tot een normaal hartritme leiden. Deze schokken kunnen, ook door een leek, worden toegediend met een AED (Automatische Externe Defibrillator). Tegenwoordig hangen overal AED’s. Ook politieauto’s hebben AED’s aan boord. Bij een reanimatiemelding zijn zij vaak als eerste ter plekke.

De reanimatie gaat door totdat ambulancepersoneel het overneemt. Zij beginnen met de specialistische reanimatie. Naast elektrische schokken kunnen zij ook geneesmiddelen toedienen en een buisje in de luchtpijp plaatsen voor beademing. Als iemand stabiel is, wordt hij voor verder onderzoek en behandeling naar het ziekenhuis gebracht.

Op langere termijn
Om te voorkomen dat het kamerfibrilleren terugkomt, kan voor onderstaande behandelingen worden gekozen.

  • De oorzaak van de ritmestoornis behandelen. Bijvoorbeeld een dotterbehandeling bij een acuut hartinfarct. Of door het kaliumgehalte in het bloed te normaliseren.
  • Medicijnen tegen ritmestoornissen gebruiken.
  • Een interne defibrillator (ICD) plaatsen. Dit is een apparaatje dat kamerfibrilleren herkent en dan een schok toedient.

Vooruitzichten van kamerfibrilleren

Kamerfibrilleren treedt op als complicatie van veel hartziektes. Zonder onmiddellijke behandeling leidt kamerfibrilleren snel tot de dood. Als er wel wordt behandeld, hangen de overlevingskansen onder meer af van:

  • de oorzaak van het ventrikelfibrilleren.
  • de tijdsduur van het zuurstoftekort: hoe sneller de behandeling is gestart, hoe beter.
  • de aanwezigheid van een AED.
  • de aanwezigheid van andere aandoeningen, zoals dementie, longziektes of kanker.
  • de leeftijd: hoe ouder, hoe slechter de vooruitzichten.

Door het zuurstoftekort van de hersenen is er een groot risico op overlijden en anders op (ernstig) hersenletsel en blijvende coma. Dat geldt zeker voor oude, verzwakte mensen.

Meer informatie

Informatie van de Hartstichting
www.hartstichting.nl/hart_en_vaten/hartziekten/ritmestoornissen/kamerfibrilleren/

Informatie over AED-locaties
www.hartstichting.nl/hart_en_vaten/hartstilstand_en_reanimatie/aed_inleiding/aed_locaties/

Website van de Hart&Vaatgroep, van en voor mensen met een hart- of vaatziekte
www.hartenvaatgroep.nl/

Website van Hartpatiënten Nederland
www.hartpatienten.nl/

Informatie en lotgenotencontact van Stichting ICD dragers Nederland
www.stin.nl/