Let op! Deze gegevens zijn mogelijk niet meer actueel.

Hormoononderzoek bij aandoeningen van de mannelijke geslachtsorganen

De concentraties van het follikelstimulerend hormoon, prolactine en testosteron geven een indicatie van het functioneren van de mannelijke geslachtsorganen. Afwijkende concentraties kunnen het gevolg zijn van aandoeningen van de geslachtsorganen en van hersendelen die de hormoonproductie in deze organen regelen.

De Hartlijn: voor al uw vragen bij chronisch hartfalen

Functies hormonen

Het follikelstimulerend hormoon wordt afgegeven door de hypofyse, een klier in de hersenen. De hypofyse wordt op haar beurt aangestuurd door een hormoon dat de hypothalamus afgeeft. De hypothalamus is een deel van de hersenen. Samen met de mannelijke geslachtshormonen die de testes produceren speelt het follikelstimulerend hormoon een rol bij de spermatogenese (de productie van spermacellen). Het follikelstimulerend hormoon stimuleert de rijping van de spermacellen in de cellen van Sertoli die zich in de testes bevinden.

Het luteïniserend hormoon wordt ook door de hypofyse afgegeven. Een tekort aan dit hormoon leidt tot hypogonadisme, een aandoening waarbij de testes gebrekkig functioneren.

Het hormoon testosteron wordt afgegeven door cellen van de testes. Het speelt een rol bij de ontwikkeling van de mannelijke secundaire geslachtskenmerken tijdens de puberteit zoals baardgroei, lagere stem en schaamstreekbeharing en het handhaven van deze kenmerken tijdens het latere leven. Daarbij is testosteron belangrijk voor de productie van spermacellen en de eiwittensynthese die nodig is voor de groei tijdens de puberteit. Ook speelt het hormoon een rol bij het in stand houden van de libido (de geslachstsdrift).

Indicaties

De concentratie follikelstimulerend hormoon geeft aan of er sprake is van primair of secundair hypogonadisme. Bij primair hypogonadisme functioneren de testes niet goed, en bij secundair hypogonadisme ligt het probleem in de hersenen bij de hypothalamus of hypofyse. Soms wordt de concentratie van follikelstimulerend hormoon bepaald om te controleren op gynaecomastie; een aandoening waarbij de melkklieren bij de man overmatig ontwikkeld zijn.

Een verhoogde concentratie prolactine in het bloed wordt hyperprolactinemie genoemd. Dit komt voor bij vrouwen die borstvoeding geven of zwanger zijn of in het geval van stress, maar kan ook duiden op een tumor in de hypofyse, hypogonadisme. Gynaecomastie en behandeling met bepaalde medicijnen kan ook een hogere concentratie prolactine in het bloed veroorzaken.

De testosteronconcentratie in het bloed wordt bepaald bij aandoeningen van testes, hypothalamus en hypofyse.

Uitvoering

In een bloedmonster wordt de concentratie van het hormoon in het bloed bepaald door immuno-assay, een methode waarbij antistoffen worden gebruikt die zich specifiek aan het hormoon binden.

Meer informatie

Basaria, S. & Dobs, A.S. (2001), “Hypogonadism and androgen replacement therapy in elderly men”, The American journal of medicine, vol. 110, no. 7, pp. 563-572.

Chae, H.D., Kim, C.H., Kang, B.M. & Chang, Y.S. (2000), “Clinical usefulness of basal FSH as a prognostic factor in patients undergoing intracytoplasmic sperm injection”, The journal of obstetrics and gynaecology research, vol. 26, no. 1, pp. 55-60.

Drury, P.L. & Howlett, T.A. (1999), Endocrinology, in: Kumar, P. & Clark, M. (eds), Clinical Medicine, 4th edn, Harcourt Publishers Limited, Edinburgh, London.

Edwards, C.R.W, Toft, A.D. & Walker, B.R. (1999), Endocrine disease, in: Haslett, C., Chilvers, E.R.E, Hunter, J.A.A. & Boon, N.A. (eds), Davidson’s Principles and Practice of Medicine, 18th edn, Churchill, Livingstone, London.

Geller, J. (1991), “Benign prostatic hyperplasia: pathogenesis and medical therapy”, Journal of the American Geriatrics Society, vol. 39, no. 12, pp. 1208-1216.

Hughes, I.A., Williams, D.M., Batch, J.A. & Patterson, M.N. (1992), “Male pseudohermaphroditism: clinical management, diagnosis and treatment”, Hormone research, vol. 38, Suppl. 2, pp. 77-81.

O'Keefe, M. & Hunt, D.K. (1995), “Assessment and treatment of impotence”, The Medical clinics of North America, vol. 79, no. 2, pp. 415-434.

Peter, S., Bozorgzadeh, A., Lamaute, H., et al. (1999), “Prolactin response to the severity of surgical insult”, Journal of the National Medical Association, vol. 91, no. 5, pp. 262-264.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.