Hidradenitis suppurativa

Hidradenitis suppurativa


Hidradenitis suppurativa is een hardnekkige ontsteking van de apocriene zweetklieren die gepaard gaat met herhaaldelijke infecties en ettervorming. Deze aandoening doet zich voor in de lies, schaamstreek, oksels, onder de borsten en rond de billen en wordt daarom ook wel acne inversa genoemd. Hidradenitis suppurativa kan op elke leeftijd voorkomen, maar is zeldzaam vóór de puberteit aangezien de apocriene klieren dan nog niet actief zijn. Hidradenitis suppurativa komt vaker voor bij vrouwen en mensen met krullend haar.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

Een mogelijke oorzaak van hidradenitis suppurativa is verstopping van de openingen van apocriene zweetklieren. Hierdoor kan het zweet uit deze klieren niet goed worden afgevoerd en hoopt het zich op. De zweetklieren raken vervolgens geïnfecteerd. Deze infectie kan zich verspreiden naar omringende weefsels en daar tot de vorming van met etter gevulde holten (abcessen) leiden. Andere mogelijke oorzaken zijn ontsteking van de haarzakjes (folliculitis) en hormoonschommelingen bij vrouwen. Tevens kunnen roken en bepaalde geneesmiddelen die worden gebruikt bij de behandeling van psychische stoornissen leiden tot hidradenitis suppurativa. Tenslotte is bekend dat erfelijke factoren en afwijkingen in het afweersysteem een rol kunnen spelen bij het ontstaan van hidradenitis suppurativa. Zwaarlijvige mensen hebben een verhoogd risico op hidradenitis suppurativa en ook bij aandoeningen als suikerziekte is de kans op deze aandoening groter dan gemiddeld.

Verschijnselen


Hidradenitis suppurativa kan beginnen met één of meer kleine steenpuisten in de liezen, schaamstreek, onder de oksels, in de huidplooien onder de borsten of bij de billen. Deze steenpuisten kunnen heel hardnekkig zijn. Daarnaast treden mogelijk pijn en jeuk op en is het aangedane gebied rood. Als de aandoening voortschrijdt en zich uitbreidt kunnen er grote steenpuisten met etterophopingen ontstaan. Deze etterophopingen kunnen openbreken en via kleine openingen in de huid kan er etter uitvloeien, al dan niet vermengd met bloed. Soms gaan deze wondjes vanzelf over en laten veel littekenweefsel achter. De cyclus van infectie, genezing en vorming van littekenweefsel kan lange tijd aanhouden. Een ernstige infectie gaat mogelijk gepaard met andere verschijnselen, zoals koorts, moeheid, misselijkheid en braken. In de meeste gevallen van hidradenitis suppurativa vertonen de lymfeklieren geen afwijkingen.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de patiënt en de verschijnselen. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht. Als aanvullend onderzoek kan een volledige bloedtelling worden uitgevoerd en op suikerziekte en bloedarmoede worden getest. Met microbiologisch onderzoek kan worden vastgesteld welke ziekteverwekker de infectie heeft veroorzaakt. Uitwendige beeldvormende technieken, zoals röntgenfoto’s en echografie, kunnen worden gebruikt om te bepalen in hoeverre de aandoening zich heeft uitgebreid.

Behandeling

Bij hidradenitis suppurativa is een rigoureuze behandeling nodig ter voorkoming van grote hoeveelheden littekenweefsel en andere complicaties. Patiënten wordt geadviseerd te rusten en veel te drinken om uitdroging te voorkomen . De behandeling kan zowel niet-operatief als operatief zijn. In de eerste stadia kunnen antibiotica worden gegeven om de infectie te bestrijden. Middelen als corticosteroïden kunnen rechtstreeks in de puisten worden geïnjecteerd om de verschijnselen te verlichten. Als de aandoening bijzonder hardnekkig is, kan langdurige behandeling met antibiotica en hoge doses corticosteroïden nodig zijn. Hormonen in tabletvorm als oestrogenen kunnen tevens worden voorgeschreven en ook het gebruik van retinoïnezuur, een afgeleide van vitamine A, kan verbetering geven. Bij patiënten die niet op geneesmiddelen reageren kan een operatie plaatsvinden waarbij een etterophoping wordt geopend, grondig schoongemaakt en het dode weefsel wordt verwijderd (debridement). Huidtransplantaties en andere plastische chirurgie kunnen nodig zijn om eventuele lichamelijke afwijkingen door hidradenitis suppurativa te corrigeren.

Complicaties


Lang aanhoudende en ernstige hidradenitis suppurativa kan tot een aantal complicaties leiden. Zo kunnen abnormale verbindingen (fistels) ontstaan van een etterophoping naar organen als de urinebuis, blaas, endeldarm of het buikvlies. Dit komt vooral voor bij hidradenitis suppurativa in de lies en schaamstreek. Soms verspreidt de infectie zich naar de gewrichten, die vervolgens gaan ontsteken . Grootschalige vorming van littekenweefsel kan er toe leiden dat het lymfevocht niet meer kan doorstromen, waardoor de armen en benen opzetten. Infectie kan zich een enkele keer naar andere delen van het lichaam en het bloed verspreiden, met een mogelijk levensbedreigende toestand tot gevolg. Heel soms kunnen lang aanhoudende ontstekingen of fistels ontaarden in een bepaalde vorm van huidkanker, het plaveiselcelcarcinoom.

Vooruitzichten


Hidradenitis suppurativa kan langdurig van aard zijn. Er kunnen terugkerende infecties optreden, gevolgd door de vorming van grote hoeveelheden littekenweefsel. De wondjes kunnen traag genezen en grote etterophopingen of fistels waar etter uit lekt, genezen soms niet volledig. Met een agressieve behandeling kan in de meeste gevallen een aanzienlijke verbetering worden bereikt. Een operatie kan het risico op terugkeer van de hidradenitis suppurativa verkleinen. De aandoening kan pijn veroorzaken en ook tot enige mate van invaliditeit leiden. In ernstige gevallen is een normaal werkzaam leven of volledige deelname aan sociale activiteiten niet mogelijk.

Preventie


Bij iemand met aanleg voor hidradenitis suppurativa kan de kans op het ontstaan van nieuwe ontstekingen gedeeltelijk worden voorkomen door een goede lichaamshygiëne en het vermijden van blootstelling aan hitte, overmatig zweten en strakke kleding.

Meer informatie

Informatie van huidartsen
www.huidziekten.nl
www.huidinfo.nl
www.huidconsult.nl
www.huidarts.com

Algemene informatie over hidradenitis suppurativa
www.wikipedia.org

Informatie van de Hidradenitis Patiënten Vereniging
www.hidradenitis.nl

Banerjee, A.K. (1992), “Surgical treatment of hidradenitis suppurativa”, Br J Surg, vol. 79, no. 9, September, pp. 863-866

Brown, T.J., Rosen, T. and Orengo, I.F. (1998), “Hidradenitis suppurativa”, South Med J, vol. 91, no. 12, December, pp. 1107-1114

Gupta, A.K., Knowles, S.R., Gupta, M.A. et al (1995), “Lithium therapy associated with hidradenitis suppurativa: case report and a review of the dermatologic side effects of lithium”, J Am Acad Dermatol, vol. 32, no. 2, pt. 2, February, pp. 382-386

Jansen, I., Altmeyer, P. and Piewig, G. (2001), “Acne inversa (alias hidradenitis suppurativa)”, J Eur Acad Dermatol Venereol, vol. 15, no. 6, November, pp. 532-540

Mitchell, K.M. and Beck, D.E. (2002), “Hidradenitis suppurativa”, Surg Clin North Am, vol. 82, no. 6, December, pp. 1187-1197

Perez-Diaz, D., Calvo-Serrano, M., Martinez-Hijosa, E. et al (1995), “Squamous cell carcinoma complicating perianal hidradenitis suppurativa”, Int J Colorectal Dis, vol. 10, no. 4, pp. 225-228

Slade, D.E., Powell, B.W. and Mortimer, P.S. (2003), “Hidradenitis suppurativa: pathogenesis and management”, Br J Plast Surg, vol. 56, no. 5, July, pp. 451-461

Wiseman, M.C. (2004), “Hidradenitis suppurativa: a review”, Dermatol Ther, vol. 17, no. 1, pp. 50-54

Daoud, M.S. and Dicken, C.H. (2003), Disorders of the Apocrine Sweat Glands, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol. 1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)

Hay, R.J. and Adriaans, B. (1998), Bacterial Infections, in: Champion, R.H., Burton, J.L., Burns, D.A. and Breathnach, S.N. (eds), Rook/Wilkinson/Ebling Textbook of Dermatology, 6th ed, vol. 2, Blackwell Science, Oxford. (Engels)

Marks, R. (2003), Roxburgh’s Common Skin Diseases, Arnold, London. (Engels)

Odom, R.B, James, W.D. and Berger, T.G. (2000), Andrews’ Diseases of the Skin: Clinical Dermatology, 9th ed, W.B. Saunders Company, Philadelphia. (Engels)

Weedon, D. (2002), Skin Pathology, 2nd ed, Churchill Livingstone, London.
(Engels)