Hartfalen1

Hartfalen

Hartfalen is een aandoening waarbij het hart niet meer voldoende bloed naar de rest van het lichaam kan pompen. Hierdoor ontstaan klachten als vermoeidheid en kortademigheid. De medische term voor hartfalen is decompensatio cordis. Hartfalen is in de meeste gevallen een chronische aandoening die langzaam verergert. Dat komt doordat de pompfunctie van het hart in de loop van jaren afneemt. Soms kan hartfalen plotseling ontstaan. Hartfalen komt meestal voor bij oudere mensen, boven de 65 jaar. In Nederland leiden meer dan 120.000 mensen aan hartfalen.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Vormen van hartfalen

Het hart kan dus minder goed bloed rondpompen. Daar zijn twee belangrijke redenen voor. Er worden dan ook twee vormen van hartfalen onderscheiden:

  • Systolisch hartfalen: het hart is niet krachtig genoeg meer en kan niet goed meer samentrekken, waardoor het minder bloed rondpompt. Deze vorm komt meer voor bij mannen en meer op middelbare leeftijd.
  • Diastolisch hartfalen: het hart kan niet goed meer ontspannen, waardoor het zich minder goed kan vullen met bloed. Hierdoor kan het hart ook minder bloed rondpompen. Deze vorm komt meer voor bij vrouwen, vooral op hogere leeftijd.

Oorzaken

Hartfalen wordt veroorzaakt door beschadiging of overbelasting van het hart. Veel voorkomende oorzaken van hartfalen zijn:

  • Ernstige en langdurig bestaande hoge bloeddruk.
  • Verstopping van de kransslagaders. Hierdoor krijgt de hartspier zelf te weinig bloed en zuurstof.
  • Een (groot) hartinfarct. Hierbij ontstaat een litteken in de hartspier, waardoor het hart minder goed kan pompen.
  • Cardiomyopathie. Dit is een ziekte van de hartspier.
  • Hartklepaandoeningen, vooral van de aorta- en de mitralisklep.
  • Sommige hartritmestoornissen.
  • Sommige aangeboren hartafwijkingen.
  • Een ontsteking van de hartkleppen en/of de hartspier. Dit wordt endocarditis of myocarditis genoemd.

Hartfalen komt soms ook voor bij andere aandoeningen, zoals:

  • Diabetes.
  • Ernstige bloedarmoede
  • Een te snel of te langzaam werkende schildklier.
  • Sommige longaandoeningen, zoals ernstig COPD of pulmonaire hypertensie.
  • Ernstig verminderde nierfunctie.
  • Als bijwerking van bestraling of chemotherapie.
  • Aids.
  • Overmatig alcoholgebruik.
  • Het gebruik van drugs.
  • Ernstig vitamine-B1-tekort.

Symptomen

In het beginstadium van de aandoening veroorzaakt hartfalen nog weinig tot geen klachten. In de loop van de tijd, wanneer de aandoening verergert, kunnen de volgende symptomen ontstaan:

  • Kortademigheid. Hierdoor kosten de normale dagelijkse handelingen zoals traplopen, wandelen en aan- en uitkleden steeds meer moeite. Ook kan kortademigheid ontstaan of verergeren wanneer iemand met hartfalen plat gaat liggen.
  • Algehele vermoeidheid of zwakte, soms met verminderde concentratie.
  • Gewichtstoename.
  • Opgezwollen voeten, enkels, benen en/of buik.
  • Slecht slapen, veroorzaakt door de kortademigheid.
  • Hoesten of piepende ademhaling.
  • Opgezwollen aderen in de nek.
  • Snelle of onregelmatige hartslag, soms met een gevoel van hartkloppingen.
  • Vaak plassen, vooral 's nachts.
  • Koude handen en voeten.
  • Verminderde eetlust of misselijkheid.
  • Verminderde concentratie of geheugenproblemen.

Diagnose

Een arts kan hartfalen vermoeden op basis van de klachten van de patiënt en de symptomen die hij bij lichamelijk onderzoek vindt. De diagnose kan worden bevestigd door aanvullend onderzoek. Zoals bloedonderzoek, een hartfilmpje of een echo van het hart. Dit onderzoek kan ook helpen om de oorzaak en de ernst van het hartfalen vast te stellen. 

Bij lichamelijk onderzoek luistert de arts met een stethoscoop naar het hart en de longen. Zo kan hij afwijkingen in de harttonen of het hartritme horen. Ook komt hij er zo achter of er vocht in de longen zit. Tijdens het onderzoek worden verder de voeten, enkels, benen, buik en de aders in de nek onderzocht op de aanwezigheid van overtollig vocht. Daarnaast wordt de bloeddruk gemeten.

Aanvullende onderzoeken die bij hartfalen regelmatig worden gedaan:

  • laboratoriumonderzoek van bloed en urine.
  • een röntgenfoto van hart en longen.
  • een hartfilmpje (ECG).
  • een echo.
  • een inspanningstest (fiets- of looptest).

Wanneer vast staat dat er sprake is van hartfalen, kunnen na verloop van tijd een of meer van de volgende onderzoeken nodig zijn:

  • een hartkatheterisatie.
  • een CT-scan of MRI van het hart.
  • isotopenonderzoek van het hart.

Ernst van het hartfalen

Hartfalen kent verschillende gradaties van ernst. Via een echo kan vastgesteld worden hoe goed het hart nog kan pompen. De meest gebruikte indeling van ernst is gebaseerd op de klachten en beperkingen die een hartfalenpatiënt ervaart. Dit wordt de NYHA-klasse genoemd. NYHA is een afkorting van New York Heart Association. De volgende klassen worden onderscheiden:

  • NYHA-klasse I: geen klachten bij normale lichamelijke inspanning.
  • NYHA-klasse II: enige klachten en beperkingen bij normale lichamelijke inspanning.
  • NYHA-klasse III: belangrijke beperkingen en klachten bij lichte inspanning (bijvoorbeeld honderd meter lopen).
  • NYHA-klasse IV: klachten in rust en ernstige beperkingen.

Behandeling

Hartfalen is een chronische aandoening. De behandeling is gericht op het verminderen van de klachten en zo mogelijk op het wegnemen van de oorzaak van het hartfalen. Bijvoorbeeld het vervangen van een slecht werkende hartklep of het behandelen van hartritmestoornissen. Maar het wegnemen van de oorzaak is vaak niet mogelijk. De volgende behandelingen kunnen helpen bij hartfalen:

  • veranderingen in de leefstijl.
  • veranderingen in de leefstijl.
  • revalidatie.
  • het implanteren van een pacemaker of van een interne defibrillator (ICD).
  • een hartoperatie.

Veranderingen in de leefstijl.

Gezonde leefgewoonten kunnen helpen om de klachten van hartfalen te verminderen en de voortgang van de aandoening af te remmen.

Tot deze gezonde leefgewoonten behoren:

  • Stoppen met roken en het gebruik van drugs.
  • Beperken van het alcoholgebruik. Soms is het beter om helemaal geen alcohol meer te drinken.
  • Een gezond en afwisselend dieet met weinig zout. En afvallen wanneer er sprake is van overgewicht.
  • Regelmatige lichaamsbeweging, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele beperkingen die worden veroorzaakt door het hartfalen.
  • Stress beperken en er goed mee leren omgaan.
  • Voldoende rust.
  • Vochtbeperking. Dat wil zeggen niet meer drinken dan in het kader van de behandeling is afgesproken. Hoe meer iemand drinkt, hoe meer het hart namelijk moet rondpompen. De meeste mensen met hartfalen mogen niet meer dan anderhalf tot twee liter vocht per dag innemen.
  • Goed letten op de signalen die er op wijzen dat het hartfalen verergert. En in dat geval tijdig aan de bel trekken. Een van de signalen waarop gelet moet worden is een plotse toename van gewicht. Daarom moeten mensen met hartfalen zich dagelijks wegen en waarschuwen bij een gewichtstoename van twee kilo of meer.

Medicijnen.

Er zijn verschillende soorten medicijnen die bij hartfalen worden voorgeschreven. Vaak wordt een combinatie van verschillende medicijnen gebruikt. Het is belangrijk om deze volgens het voorschrift van de arts te gebruiken.

Soorten medicijnen die bij hartfalen worden voorgeschreven:

  • Plastabletten: deze helpen om overtollig vocht kwijt te raken.
  • Bloeddrukverlagende medicijnen: door het verlagen van de bloeddruk heeft het hart het minder zwaar. Er zijn veel verschillende soorten bloeddrukverlagende medicijnen. Sommige zorgen er ook voor dat de bloedvaten wijder worden.
  • Bètablokkers en digitalis: deze zorgen ervoor dat het hart rustiger en krachtiger klopt.
  • Middelen tegen hartritmestoornissen.
  • Antistollingsmiddelen: deze voorkomen het ontstaan van stolsels in de bloedvaten en het hart.
  • Cholesterolverlagende middelen.

Hartrevalidatie.

Een hartrevalidatieprogramma is bedoeld om mensen beter met hun aandoening om te leren gaan. Bij de revalidatie ondersteunt een team van deskundigen de patiënt om diens doelen te bereiken. In het deskundigenteam zitten: een fysiotherapeut, een cardioloog, een revalidatiearts, een psycholoog, een ergotherapeut, een verpleegkundige en een inspanningsfysioloog.

De doelen van een patiënt kunnen zijn: verbeteren van de conditie, minder angstig zijn, leren omgaan met beperkingen of leren kennen van de eigen grenzen. Hiervoor wordt een persoonlijk plan gemaakt.

Hartrevalidatieprogramma’s worden in ziekenhuizen en revalidatiecentra gegeven. Mensen komen daar enkele dagdelen per week oefenen.

Een pacemaker of interne defibrillator (ICD) 

Soms is het nodig een pacemaker of een ICD te implanteren. Deze apparaten worden door middel van een kleine ingreep onder de borstspier geplaatst. Ze hebben een iets andere werking:

  • Een pacemaker stuurt stroomstootjes naar het hart en zorgt ervoor dat het hart regelmatig samentrekt.
  • Een interne defibrillator (ICD) stuurt een elektrische schok naar het hart op het moment dat er sprake is van een ernstige hartritmestoornis.

Hartoperaties.

Soms kan de hartafwijking die het hartfalen veroorzaakt worden verholpen door een hartoperatie. Mogelijke operaties:

  • Het repareren of vervangen van hartkleppen.
  • Het aanbrengen van een mechanische pomp die de functie van de hartkamers ondersteunt (steunhart).
  • Ingrepen aan vernauwde kransslagaders, zoals dotteren, het plaatsen van een stent of een bypassoperatie.
  • Het herstellen van aangeboren hartafwijkingen, zoals een gat in het schot tussen de beide harthelften.
  • Een harttransplantatie: maar dit gebeurt alleen in zeer zeldzame gevallen.

Vooruitzichten

Hartfalen is een ernstige aandoening. Vijf jaar na het stellen van de diagnose is nog ongeveer de helft van de patiënten in leven. Dit hangt af van de ernst van het hartfalen, de leeftijd van de patiënt en of de oorzaak behandeld kan worden. Ook speelt een rol of de patiënt nog andere ziektes heeft en of hij zijn leefstijl heeft aangepast. Ernstig hartfalen kan leiden tot verschillende complicaties:

  • Hartritmestoornissen en hartstilstand.
  • Nierschade en nierfalen.
  • Leverschade en leverfalen.
  • Een beroerte: deze wordt veroorzaakt door bloedstolsels die vanuit het hart in de bloedvaten naar de hersenen terecht komen.
  • Achteruitgang van de hersenfuncties (zoals geheugen, concentratie en initiatief nemen) en zelfs dementie.
  • Ondervoeding.

Meer informatie

Informatie van de Hartstichting 
www.hartstichting.nl/hartfalen

Website van de Hart&Vaatgroep, van en voor mensen met een hart- of vaatziekte 
www.hartenvaatgroep.nl

Website van Hartpatiënten Nederland 
www.hartpatienten.nl

Website met cardiologische richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor de Cardiologie 
www.nvvc.nl/richtlijnen

Libby, P., Bonow, R.O., Mann, D. L. and Zipes, D.P. (2008), Braunwald's Heart Disease: A Textbook of Cardiovascular Medicine, 8th ed, Saunders, Philadelphia. 

McMurray, J.J.V. and Pfeffer, M.A. (2008), Heart Failure: Management and Prognosis. In: Goldman, L. and Ausiello, D. (eds), Cecil Medicine, 23rd ed, vol. 1, Saunders, Philadelphia. 

Mebazaa, A., Gheorghiade, M., Zannad, F.M. and Parrillo, J.E. (2008), Acute Heart Failure, Springer-Verlag, London. 

Winkel, E. and Kao, W. (2010), Heart Failure. In: Bope, E.T., Rakel, R.E. and Kellerman, R. (eds), Conn's Current Therapy 2010, 1st ed, Saunders, Philadelphia.