Gezond gewicht en vetpercentage

Gezond gewicht en vetpercentage

Er zijn verschillende manieren om te bepalen of je gewicht een risico is voor je gezondheid. Je kunt kijken naar je Body Mass Index (BMI) of naar je vetpercentage. Deze maten kunnen aangeven of je gewicht gezond is. Maar ze zeggen niets over de plaats van het vet. Vet rondom de buik vormt een groter risico voor de gezondheid dan vet op andere plekken van het lichaam. Daarom wordt steeds vaker de middelomtrek gemeten.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Lichaamsgewicht

Het meten van lichaamsgewicht is een belangrijk middel voor het vroegtijdig opsporen van mogelijke onderliggende gezondheidsproblemen.
Het lichaamsgewicht is een optelsom van alle lichaamsonderdelen, zoals botten, spieren, vocht, inwendige organen en vet. Er kan sprake zijn van ernstig overgewicht, overgewicht, normaal gewicht of ondergewicht.

Je lichaamsgewicht kan door te bewegen afnemen. Door veel te bewegen kan ook het gewicht van je spieren toenemen waardoor je (tijdelijk) iets zwaarder wordt. Als je zweet, verlies je vocht waardoor je minder weegt. Dit is echter tijdelijk. Zodra je weer drinkt, neemt je gewicht weer toe.

BMI

De body mass index (BMI) heette vroeger ook wel de Quételetindex. Je berekent je BMI door je gewicht te delen door je lengte in het kwadraat. Bij een gezond gewicht ligt de BMI tussen 18,5 en 25.

De BMI werd tot voor kort gezien als de betrouwbaarste maat voor een gezond gewicht. Maar er zit een aantal nadelen aan:

  • Bij de BMI gaat het niet om de plaats waar het vet opgeslagen zit. Vet ter hoogte van je buik (abdominaal vet) is gevaarlijker voor je gezondheid dan vet rond je benen, omdat het vet rond de organen kan zitten. Dit type vet kan leiden tot (verhoogde) gezondheidsrisico's.
  • De BMI houdt geen rekening met leeftijd en de groeispurt. Tijdens de groeispurt van pubers verandert de BMI.
  • De BMI houdt geen rekening met etnische afkomst. Etnische afkomst heeft invloed op de lichaamsverhouding en de lengte.
  • De BMI houdt geen rekening met geslacht. Vrouwen hebben een hoger vetpercentage dan mannen. De BMI geeft alleen de verhouding tussen lengte en lichaamsgewicht weer en niet waaruit het lichaamsgewicht is opgebouwd (vet, spieren, botdichtheid of watermassa).

Vetpercentage meten

Het vetpercentage meten is belangrijk om de verhouding te bepalen tussen het gewicht van de vetmassa en de rest van het lichaam. Een goed vetpercentage ligt tussen 15 en 20 procent voor mannen en tussen 25 en 30 procent voor vrouwen. Bij sommige sporten streven sporters naar lagere vetpercentages.

Er zijn 3 mogelijkheden om het vetpercentage te meten: 

  • De huidplooidiktemeting.
  • De onderwatermethode.
  • De bio-impedantiemeting.

Huidplooidiktemeting
Bij de huidplooidiktemeting wordt op verschillende plekken van het lichaam de dikte van de huidplooi gemeten. De dikte van de huidplooi komt overeen met een bepaald vetpercentage. In een tabel is het vetpercentage af te lezen. Daarbij wordt rekening gehouden met leeftijd en geslacht.

Het is belangrijk dat een deskundige de huidplooimeting doet. Bijvoorbeeld een sportdiëtist of een sportarts.

Onderwatermethode

Het is mogelijk om de hoeveelheid lichaamsvet in water te bepalen. Vet heeft namelijk een sterker drijvend vermogen dan vetvrije massa. Deze methode is één van de nauwkeurigste. Deze meting is echter duur en kan maar op een aantal plaatsen in Nederland worden gedaan.

Impedantiemeting

De bio-elektrische impedantiemeter meet het vetpercentage door middel van een zwakke elektrische stroom. Deze wordt door het lichaam gestuurd. Het apparaat meet het vochtgehalte van vet in verhouding tot het vochtgehalte van spieren en berekent hieruit het vetpercentage.

Huishoudelijke apparaten zijn niet zo betrouwbaar, maar geven wel een aanwijzing. De uitkomst van een impedantiemeting wordt namelijk beïnvloed door veel factoren. Denk hierbij aan het meer of minder stevig vastpakken van de handvaten van de meter, voor of na toiletbezoek meten en vochtige handen of voeten. Regelmatig meten volgens dezelfde methode met dezelfde apparatuur, geeft een beeld van het verloop van het vetpercentage. Professionele apparatuur geeft steeds meer betrouwbare uitslagen.

Middelomtrek

BMI en vetpercentage geven geen informatie over de plaats waar het vet zit. Juist vet in de buikholte is een risico voor de gezondheid. Daarom wordt steeds vaker (ook) de middelomtrek gemeten.

De middelomtrek is eenvoudig te meten. Leg een soepele centimeter om het blote middel, of laat iemand anders het doen. Trek de centimeter niet te strak aan, maar laat deze rond het middel aansluiten. Adem uit en meet de buikomtrek rond het slankste deel van de taille. Dit is tussen de onderkant van de onderste rib en de bovenkant van het bekken.

 Omtrek vrouwen 
 Omtrek mannen 
 Uitslag 
     
 Minder dan 68 cm
 Minder dan 79 cm
 Ondergewicht: aankomen is wenselijk 
 68-80 cm
 79-94 cm
 Gezond gewicht: houden zo
 80-88 cm
 94-102 cm
 Overgewicht: afvallen heeft de voorkeur 
 Meer dan 88 cm
 Meer dan 102 cm
 Obesitas: voor je gezondheid is het beter om af te vallen

Deze uitslagen zijn alleen van toepassing op mensen tussen 18 en 60 jaar.

Meer informatie

Meer informatie over de impedantiemeting 
www.preventieconsult.nl/body-impedantie-meting

Informatie over de BMI, middelomtrek en overgewicht 
www.voedingscentrum.nl/nl/mijn-gewicht/