Dubbelzien diplopie

Dubbelzien (diplopie)

Dubbelzien betekent dat men meer dan één beeld ziet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen dubbelzien dat alleen optreedt wanneer beide ogen samen kijken (binoculaire diplopie) en dubbelzien dat ook optreedt wanneer met één oog afzonderlijk (monoculaire diplopie) wordt gekeken. Naargelang de ruimtelijke verhouding van de dubbele beelden worden een aantal vormen onderscheiden. Staan de twee beelden naast elkaar dan wordt gesproken van horizontale diplopie. Twee beelden boven elkaar wordt verticale diplopie genoemd en twee beelden schuin naast en boven elkaar wordt schuine diplopie genoemd. Staan de beelden gedraaid ten opzichte van elkaar dan wordt gesproken van rotatoire diplopie.

Volg een webinar over het vinden van de beste zorg

Hoe krijgt u de beste zorg die ook nog eens past bij úw situatie? In de gratis webinars van CZ krijgt u handig advies en praktische tips van professionals.

Bekijk hier de webinars

Oorzaak

Normaal gesproken sturen bij het kijken naar een voorwerp beide ogen afzonderlijk via hun oogzenuw een beeld naar de hersenen. In de achterkwab van de hersenen (visuele cortex) komen de afzonderlijke beelden die van beide ogen afkomstig zijn bij elkaar. Omdat de twee ogen eenzelfde voorwerp vanuit een licht verschillende invalshoek bekijken, verschillen beide beelden heel lichtjes van elkaar. Dit verschil in perspectief tussen beide ogen geeft het gevoel van diepte of dieptezicht. Zolang de afzonderlijke beelden maar erg op elkaar lijken, kunnen de hersenen de beelden toch laten samenvloeien tot één enkel beeld. Dit proces noemen we fusie. Een voorwaarde hiervoor is dat beide ogen precies in de richting van het voorwerp kijken zodat het beeld precies op de gele vlek van het netvlies valt. Dat is immers de plek waar het scherpst mee gezien wordt. Om dit te bewerkstelligen sturen de hersenen de hele tijd signalen naar de oogspieren om hun stand te optimaliseren. Dit is een ingewikkeld sturingsproces. De oorzaken van binoculair en monoculair dubbelzien zijn verschillend.

Oorzaak binoculair dubbelzien
In sommige gevallen zijn de afzonderlijke beelden van beide ogen zo verschillend van elkaar dat de hersenen de beelden niet meer kunnen laten samensmelten tot één beeld waardoor dubbelzien ontstaat. Er zijn een aantal situaties waarin beide ogen een verschillend beeld naar de hersenen doorsturen. Dit zijn:

  • Gestoorde oogbewegingen (bijvoorbeeld bij oogspierverlammingen) Wanneer de oogbewegingen gestoord zijn, kunnen beide ogen niet tesamen kijken naar hetzelfde voorwerp. Ziet één oog het voorwerp scherp, dan kijkt het andere oog op hetzelfde moment naast dat voorwerp. De hersenen ontvangen dan twee verschillende beelden. Indien dit gebeurt voor de leeftijd van 6 à 8 jaar, dan zijn de hersenen nog heel flexibel en wordt één van beide beelden gewoon verwaarloosd. Alleen het andere beeld wordt gezien en die kinderen hebben dus geen last van dubbelbeelden. Na die jonge leeftijd wordt het heel moeilijk zo niet onmogelijk om het andere beeld te negeren en ontstaat wel een hinderlijk dubbelbeeld. In gevallen waarbij de oogbewegingen ernstig gestoord zijn, staan de ogen duidelijk in een verschillende stand en spreekt men van scheelzien. Oogbewegingen kunnen gestoord zijn door afwijkingen in de hersenen, in de hersenzenuwen die naar de oogspieren gaan, in de oogspieren zelf of door mechanische factoren die de beweeglijkheid van de ogen beperken.
  • Verschillende vorm van het beeld in beide ogen Beelden van beide ogen afkomstig kunnen ook van elkaar verschillen door een verschil in grootte. De hersenen kunnen de beelden niet laten samenvloeien tot één beeld waardoor dubbelzien optreedt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er een groot verschil in sterkte bestaat tussen beide brilleglazen, maar ook bij afwijkingen in de macula (de gele vlek) kan een vergroting of verkleining van het beeld ontstaan. Het beeld kan als gevolg van een afwijking aan de macula niet alleen in grootte veranderen, maar kan ook qua vorm wijzigen: lijnen lopen golvend en het beeld kan verwrongen zijn als in een lachspiegel.

Oorzaak monoculair dubbelzien
Normaal gesproken wordt van een voorwerp dat bekeken wordt, één enkel beeld helder op het netvlies geprojecteerd. Er kunnen afwijkingen in het oog aanwezig zijn die ervoor zorgen dat het beeld gebroken wordt en een tweede beeld ontstaat. Meestal is het tweede beeld geen exacte kopie van het eerste beeld maar een soort schaduw of rand rondom het eerste beeld.
Mogelijke oorzaken van dit dubbelbrekend beeld zijn:

  • Littekens of onregelmatigheden in het hoornvlies
  • Plaatselijke vertroebelingen in de lens of in het glasvocht
  • Kunstlenzen (na cataractchirurgie). Wanneer een rand van de kunstlens zich binnen de grenzen van de pupil bevindt, kan ter hoogte van de rand licht verstrooid worden. Dit kan het geval zijn bij een relatief grote of onregelmatige pupil, of bij een niet perfect gecentreerde kunstlens.
  • Gaatjes in het regenboogvlies (na eenlaserbehandeling, een ongeval of als aangeboren afwijking) die niet door het bovenste ooglid afgedekt worden
  • Een niet goed aangepaste bril of contactlens kan het gevoel geven van een dubbele rand van voorwerpen

Verschijnselen

Dubbelbeelden zijn zeer hinderlijk bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten zoals autorijden, televisie kijken en lopen. Als het dubbelbeeld aanwezig is bij omlaag kijken is de hinder het grootst: bij lezen, schrijven, koken, traplopen wordt de blik immers meestal naar onder gericht. Blijvend of wisselend dubbelzien kan ook aanleiding geven tot klachten als wazig zicht, duizeligheid, draaiierigheid, hoofdpijn en vermoeide ogen.

Bij sommige mensen met binoculaire diplopie verhouden de beelden zich steeds op dezelfde manier en dezelfde afstand ten opzichte van elkaar. Bij anderen kunnen zowel richting als afstand tussen de beelden variëren in functie van de blikrichting, de hoofdhouding, de kijkafstand en/of het fixerend oog. Het komt regelmatig voor dat het dubbelzien zelfs helemaal verdwijnt in bepaalde blikrichtingen of mits het aannemen van een bepaalde hoofdhouding (torticollis genaamd).

Diagnose

Het onderzoek bij dubbelzien wordt verricht door een orthoptist die speciaal voor dit soort ziektebeelden is opgeleid. Eerst wordt onderzocht of het dubbelzien alleen optreedt wanneer beide ogen samen kijken (binoculaire diplopie), of met elk oog afzonderlijk (monoculaire diplopie).

Bij monoculaire diplopie wordt het oog door de oogarts met spleetlamp en oogspiegel onderzocht en de waarschijnlijke oorzaak van het dubbelzien vastgesteld.

Bij binoculaire diplopie wordt onderzocht of het dubbelzien veroorzaakt wordt door stoornissen in de oogbewegingen of door een verschil in beeldvorm tussen beide ogen. Bij aanwezigheid van een vervormd beeld wordt door de oogarts vooral het netvlies bekeken bij een oogspiegelonderzoek. Onderzoek van de oogbewegingen, dat orthoptisch onderzoek genoemd wordt, kan door de oogarts uitgevoerd worden, maar wordt doorgaans door orthoptisten verricht. De beweeglijkheid van de ogen wordt hierbij onderzocht en de mate van scheelzien en dubbelzien worden gemeten in verschillende blikrichtingen zowel bij dichtbij als veraf kijken. Bij het onderzoek wordt gevraagd een voorwerp of lampje te bekijken en met de ogen te volgen, zonder het hoofd mee te bewegen.

Indien een zenuwverlamming of spierverlamming wordt vastgesteld, is het van groot belang om de oorzaak te achterhalen. Hiervoor zal de oogarts aan een internist of een neuroloog vaak aanvullend onderzoek aanvragen.

Behandeling

De behandeling van dubbelzien is afhankelijk van de oorzaak. Het zeer hinderlijke dubbelzien kan in eerste instantie op een aantal manieren verholpen worden. Dit zijn:

  • Een prisma aanbrengen op één brillenglas. Dit is een stukje geribbeld plastic dat op ene brillenglas geplakt wordt en dat het beeld van één oog verschuift in de richting van het beeld van het andere oog. Hierdoor verdwijnt het dubbelbeeld wanneer men met beide ogen samen kijkt, tenminste wanneer men recht vooruit kijkt. Wanneer de oogarts of orthoptist verwacht dat het dubbelzien niet meer zal veranderen, kan het prisma in het brillenglas ingebouwd worden.
  • Het hoofd draaien in die houding waarbij het dubbelzien verdwijnt
  • Eén oog afdekken (door middel van een pleister op het oog, een lapje voor het oog, of het gebruik van een ondoorzichtig of ondoorschijnend brillenglas).
  • In zeer specifieke gevallen kan een oogspier worden uitgeschakeld door een stof (botulinum toxine ofwel botox) in te spuiten die een verlamming teweegbrengt Indien er sprake is van scheelzien kan een chirurgische ingreep aan de oogspieren uitgevoerd worden. Afhankelijk van de zullen één of meerdere spieren van één of beide ogen geopereerd worden. Het belangrijkste doel van de ingreep is dikwijls om het dubbelzien bij recht vooruitkijken uit te schakelen. Vaak is het niet mogelijk om dit dubbelzien volledig te doen verdwijnen voor alle blikrichtingen. Indien gekozen wordt om niet te opereren dan zijn de bovengenoemde maatregelen de enige manier om het dubbelzien tegen te gaan.

Indien er sprake is van scheelzien kan een chirurgische ingreep aan de oogspieren uitgevoerd worden. Afhankelijk van de zullen één of meerdere spieren van één of beide ogen geopereerd worden. Het belangrijkste doel van de ingreep is dikwijls om het dubbelzien bij recht vooruitkijken uit te schakelen. Vaak is het niet mogelijk om dit dubbelzien volledig te doen verdwijnen voor alle blikrichtingen. Indien gekozen wordt om niet te opereren dan zijn de bovengenoemde maatregelen de enige manier om het dubbelzien tegen te gaan.

Prognose

Is er sprake van scheelzien dan verdwijnt dit in sommige gevallen spontaan waarbij het dubbelzien verdwijnt.

Meer informatie

Informatie van de Nederlandse Vereniging van Orthoptisten
www.orthoptisten.info

Informatie van de Belgische Orthoptische Vereniging
www.orthoptie.be