Let op! Deze gegevens zijn mogelijk niet meer actueel.

Diabetes tijdens de zwangerschap

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Diabetes is een stofwisselingsziekte. Bij mensen met diabetes zit er te veel glucose (suiker) in het bloed. Als diabetes ontstaat tijdens de zwangerschap heet dat zwangerschapsdiabetes. Een andere naam voor zwangerschapsdiabetes is diabetes gravidarum.
Zwangerschapsdiabetes ontstaat meestal na week 24 van de zwangerschap. Het komt 5% tot 10% van de zwangerschappen en kan goed behandeld worden.

Symptomen zwangerschapsdiabetes

Veel vrouwen met zwangerschapsdiabetes hebben geen klachten. De verloskundige controleert regelmatig de urine op glucose. Zo wordt zwangerschapsdiabetes vaak ontdekt. Soms komen de volgende klachten voor:
  • Veel dorst.
  • Veel plassen.
  • Extreme groei van de baarmoeder.

Chat met een verpleegkundige

Twijfels of u naar de dokter moet? Of hebt u een korte vraag over uw gezondheid? Chat direct met een verpleegkundige via onze app.

  • Gezondheidsadvies via chat
  • Start een chat en stel meteen uw vraag
  • Stuur een foto mee van uw klacht
  • Uw gegevens zijn veilig en blijven vertrouwelijk
  • 7 dagen per week bereikbaar (ook 's avonds)
  • Bekijk een overzicht van al uw gesprekken

 

App de verpleegkundige

Oorzaak zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes ontstaat als het lichaam te weinig insuline maakt of als de insuline niet goed kan werken. Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier wordt gemaakt. Het zorgt ervoor dat glucose uit het bloed wordt opgenomen.
Tijdens de zwangerschap is de bloedsuikerspiegel lager als je ’s ochtend wakker wordt en nog niet hebt gegeten. Na het eten van koolhydraten (zoals brood, melk, aardappelen en suiker) neemt de bloedsuikerspiegel toe. Als je zwangerschapsdiabetes hebt, kan het lichaam dit niet goed opvangen.

Risicofactoren

In een aantal situaties heb je meer kans om zwangerschapsdiabetes te krijgen:
  • Als je vader, moeder, broer of zus diabetes heeft.
  • Als je in een eerdere zwangerschap diabetes hebt gehad.
  • Als je voor de zwangerschap een gestoorde glucosetolerantie had.
  • Bij overgewicht (als je BMI hoger is dan 27).
  • Als je eerder een kind kreeg dat zwaarder was dan 4500 gram (macrosomie).
  • Als je herhaald een miskraam, overmatig vruchtwater (polyhydramnion), zwangerschapsvergiftiging (preëclampsie: combinatie van een te hoge bloeddruk en eiwitverlies via urine) of groeivertraging hebt gehad.
  • Als je van Hindoestaanse of Mediterrane afkomst bent.
Als je een verhoogd risico loopt, zal de verloskundige of arts de bloedglucosespiegel extra controleren. Het is niet betrouwbaar om alleen de urine op glucose te testen. Als de glucosespiegel verhoogd is dan wordt verder onderzoek gedaan.

Gevolgen voor de baby

Als je zwangerschapsdiabetes hebt, heeft de baby geen groter risico op aangeboren afwijkingen. Wel heeft zwangerschapsdiabetes de volgende risico’s:
  • Een groot kind.
  • Minder rijping van de longen.
  • Veel vruchtwater.
  • Vroeggeboorte.
  • Te lage bloedglucose bij de baby na de geboorte.
Een grote baby kan gevolgen hebben voor de bevalling. Een te lage bloedglucose kan schadelijk zijn voor de baby. Daarom moet deze goed gecontroleerd worden de eerste 24 uur na de bevalling totdat de bloedglucose stabiel is.

Behandeling zwangerschapsdiabetes

Om zwangerschapsdiabetes te behandelen is het meestal voldoende om je voeding aan te passen:
  • Let op de hoeveelheid energie (calorieën) die je binnenkrijgt, zodat je niet te zwaar wordt.
  • Verdeel producten met veel koolhydraten (zoals brood, aardappelen, paste, melk) over de dag. 
  • Drink geen drank met suiker (frisdrank, koffie of thee met suiker). Neem liever light-frisdranken en zoetjes. Let wel op de hoeveelheid zoetstoffen. Gebruik niet meer dan 11 zoetjes met de zoetstof cyclamaat per dag.
  • Je mag wel suiker gebruiken, zoals een boterham met jam of wat vla.
Een diëtist kan uitleggen hoe je met koolhydraten kunt variëren en kan andere vragen over voeding beantwoorden.
Als je bloedglucosespiegel toch te hoog blijft, ondanks het dieet, wordt je naar de gynaecoloog verwezen. Meestal schrijft deze insuline voor, als injectie of als tablet.

Na de bevalling

Na de bevalling kun je weer normaal gaan eten. Daarbij geldt nog steeds het advies om gezonde voeding te gebruiken.
Na de bevalling kun je stoppen met insuline of medicijnen om de bloedglucose te verlagen. Tenzij er sterke aanwijzingen zijn dat je blijvende diabetes hebt. Dat wordt na de bevalling gecontroleerd. Een klein deel van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes heeft na de bevalling een stoornis in de glucosetolerantie. Deze moet alsnog behandeld worden.
Na zwangerschapsdiabetes heb je een grotere kans om bij een volgende zwangerschap of op latere leeftijd diabetes te krijgen. Een gezond gewicht en voldoende bewegen is belangrijk om dit tegen te gaan. Laat je bloedglucose eens per jaar of twee jaar controleren bij de huisarts en ook als je opnieuw zwanger wilt worden.

Meer informatie

Informatie van de Diabetesvereniging Nederland
www.dvn.nl

Informatie van de Diabetesfederatie
www.diabetesfederatie.nl

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.