De functie van de bijschildklier

De functie van de bijschildklier

De bijschildklieren zijn kleine endocriene kliertjes die in de hals zitten, vlakbij de schildklier. Endocriene klieren zijn organen die hormonen maken en in de bloedbaan brengen. Normaal heeft iemand vier bijschildkliertjes: twee bovenste en twee onderste. Maar het aantal bijschildkliertjes en ook de plaats ervan kunnen verschillen.

De bijschildklieren produceren parathormoon (PTH) dat belangrijk is bij het regelen van de calcium- en fosfaatspiegels in het bloed.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Parathormoon

De bijschildklieren geven het parathormoon af. Dit regelt de hoeveelheid calcium in het bloed, in samenwerking met vitamine D en calcitonine. Calcitonine is een hormoon dat door de schildklier wordt gemaakt.

Calcium is een belangrijk element dat nodig is voor onder meer de opbouw van botten, de spier- en zenuwfunctie en de bloedstolling. De concentratie calcium in het bloed moet binnen bepaalde grenzen blijven. Bij een te hoog of te laag calciumgehalte raken allerlei lichaamsprocessen van slag. Het grootste risico is een acute hartstilstand of een coma.
Naast de calciumspiegel regelt PTH ook de fosfaat- en magnesiumspiegel.

PTH werkt in op drie organen om de calciumspiegel in balans te houden:

  • Botten: door afbraak van bot komt calcium in het bloed . Deze werking van het hormoon op de botten wordt als noodmaatregel gebruikt als het calciumgehalte in het bloed te ver onder de normale waarden zakt. Door afbraak van bot stijgt ook de hoeveelheid fosfaat in het bloed.
  • Nieren: de nieren worden gestimuleerd om minder calcium af te geven met de urine. Dit gaat gepaard met het verlies van fosfaat in de urine. Daarnaast zet PTH de nieren aan tot de productie van de actieve vorm van vitamine D.
  • Darmen: de darmen worden gestimuleerd tot het extra opnemen van calcium uit de voeding. Dit is het effect van de actieve vitamine D, dat aangemaakt wordt in de nieren onder invloed van PTH.

Hoe wordt de functie van de bijschildklier geregeld?

De bijschildklieren scheiden het bijschildklierhormoon af als in het lichaam het calciumniveau laag is. Zelfs de kleinste daling in de concentratie van calcium zorgt ervoor dat de bijschildklieren binnen enkele minuten reageren. De bijschildklieren verhogen dan de snelheid waarmee ze het hormoon afscheiden.

Als de concentratie calcium hoog is, neem de activiteit van de bijschildklieren meteen weer af. Dit uiterst effectieve mechanisme zorgt voor de juiste hoeveelheid calcium in het bloed en regelt de functie van de bijschildklieren. Aanhoudende lage calciumspiegels kunnen uiteindelijk leiden tot een vergroting van de bijschildklieren.

Aandoeningen van de bijschildklier

Een verhoogde activiteit van de bijschildklieren met een overmatige productie van parathormoon heet hyperparathyreoïdie . Dit leidt tot een hoge calciumspiegel. Een verminderde activiteit van de bijschildklieren met minder productie van parathormoon en een lage calciumspiegel heet hypoparathyreoïdie .
Bijschildklieraandoeningen kunnen ontstaan door meerdere oorzaken. Denk hierbij aan tumoren, aangeboren afwijkingen, overmatig gebruik van vitamine D of na een operatie.

Veroudering en de bijschildklieren

Bij het ouder worden kan de bloedspiegel van het parathormoon stijgen. Dit komt vaak doordat mensen minder calcium en vitamine D binnenkrijgen, er minder van opnemen in de darm en minder zonlicht krijgen. Dit leidt tot secundaire hyperparathyreoïdie.

Primaire hyperparathyreoïdie komt door een gezwel in de bijschildklier. Dit komt vooral voor bij mensen tussen de 40 en 75 jaar.

Meer informatie

Engelse informatie van het Norman Parathyroid Center
http://www.parathyroid.com/

Tortora, G. J. and Grabowski S. R. (2003), Principles of Anatomy and Physiology, 10th ed, John Wiley & Sons, New York.

Chen R. A. and Goodman W. G. (2004), Role of the calcium-sensing receptor in parathyroid gland physiology, [Online], Available: http://ajprenal.physiology.org

Lamberts, S. W. J. (2003), Endocrinology and Aging, in: Larsen, P. R., Kronenberg, H. M., Melmed S. and Polonsky K. S. (eds), Williams Textbook of Endocrinology, 10th ed, Saunders, Philadelphia.

Bouillon, R., Carmeliet, G. and Boonen, S. (1997), “Ageing and calcium metabolism”, Baillieres Clin Endocrinol Metab, vol. 11, no. 2, July, pp. 341-365.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov