Let op! Deze gegevens zijn mogelijk niet meer actueel.

DCIS

Bij ductaal carcinoom in situ (DCIS) zitten kankercellen in de wand van de afvoergangen van de melkklieren in de borst. Er heeft geen uitbreiding plaatsgevonden naar het omliggende borstweefsel. DCIS komt vooral voor bij vrouwen en zeer zelden bij mannen. Bij vrouwen wordt DCIS meestal vastgesteld in de eerste jaren na de menopauze.

DCIS kan op meerdere plekken in de borst zitten. Bij tien procent van de mensen met DCIS zijn beide borsten aangedaan. Afhankelijk van de mate waarin DCIS kwaadaardig is, wordt het onderverdeeld in laaggradig, matig en hooggradig. De aandoening wordt gezien als een voorloper van invasieve borstkanker.

Elk jaar wordt bij 1800 mensen DCIS vastgesteld.

Oorzaak

DCIS ontstaat uit cellen die de wand van de afvoerkanaaltjes van de melkklieren bekleden. Er ontstaan één of meerdere groepjes cellen die zich kwaadaardig ontwikkelen. Deze groepjes variëren in grootte van microscopisch klein tot meer dan 5 centimeter in doorsnede. Een aantal DCIS heeft receptoren voor oestrogeen waardoor hun celgroei en celdeling door dit hormoon wordt beïnvloed.

App de Dokter: altijd online bereikbaar

Geen zin in gedoe met inloopspreekuren en wachtkamers? Download App de Dokter en krijg binnen 1 uur antwoord.

Heb je een vraag over je gezondheid?
- Bijvoorbeeld over koorts die maar niet over gaat? 
- Een raar plekje op je huid? 
- Of een ingewikkelde bijsluiter? 

Chat met een medisch deskundige via App de Dokter. Gewoon vanaf je bank. 

Download App de Dokter

Symptomen DCIS

Bij de meeste patiënten zijn er geen symptomen. Grotere tumoren worden gekenmerkt door één of meerdere massa's of knobbels in de aangedane borst(en). Deze zijn bij lichamelijk onderzoek voelbaar. Bij sommige patiënten ontstaat afscheiding uit de tepel.

Diagnose

In het verleden werd DCIS zelden vastgesteld. Sinds de invoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker, waarbij screenende röntgenfoto’s van de borsten worden gemaakt, wordt de diagnose DCIS vaker gesteld. Van alle types borstkanker die worden ontdekt bij het bevolkingsonderzoek is ongeveer 30 procent een DCIS.

DCIS is op de foto te zien als vele kleine, vaak onregelmatige kalkafzettinkjes (microcalcificaties). Meestal is DCIS niet met de handen te voelen tijdens een borstonderzoek. Alleen grote tumoren zijn te voelen als een knobbeltje in de borst.

Om de diagnose met zekerheid te kunnen stellen, wordt weefsel uit het gebied weggehaald (dunnenaaldaspiratiecytologie) en microscopisch onderzocht. Ook de eventuele tepeluitvloed wordt onderzocht. Met een echografie, een CT-scan of een MRI-scan kan de tumor (of tumoren) zichtbaar worden gemaakt en beoordeeld worden op ligging en grootte.

Behandeling DCIS

De behandeling van DCIS hangt af van de leeftijd van de patiënt en van de plaats en de grootte van de tumor. Bij jongere patiënten wordt meestal een borstsparende operatie gedaan, zoals lumpectomie met of zonder radiotherapie. Hierbij wordt de tumor operatief weggehaald met een rand van het omringende weefsel. Bij grotere tumoren is kwadrantectomie noodzakelijk, meestal gevolgd door radiotherapie. Hierbij wordt operatief het deel van de borst weggehaald waarin de tumor zit.

Borstsparende ingrepen zoals lumpectomie en kwadrantectomie worden vooral gedaan bij jongere vrouwen. Zij kiezen namelijk liever een operatie met betere cosmetische resultaten. Bij deze ingrepen is de kans dat de tumor weer terugkomt echter groter.

Oudere vrouwen en vrouwen bij wie de DCIS hooggradig is, worden gewoonlijk behandeld door mastectomie (geheel wegnemen van de borst).
Een DCIS dat oestrogeenreceptoren bevat kan soms ook behandeld worden met het geneesmiddel tamoxifen. Dit middel gaat vastzitten aan de oestrogeenreceptoren van het DCIS waardoor het niet meer reageert op oestrogeen. De overmatige celdeling en celgroei verdwijnen of verminderen dan. Vaak vindt er nog een schildwachtklierprocedure plaats. Hierbij wordt in de omringende lymfeklieren gekeken of er uitzaaiingen zijn.

Prognose

Wanneer DCIS op tijd wordt opgespoord en behandeld, is de uitkomst meestal goed. De kans op overleving is dan bijna 100 procent. Er bestaat echter een kans dat de tumor weer terugkomt, vooral na een borstsparende operatie zoals lumpectomie en kwadrantectomie. Daarom wordt patiënten met DCIS aangeraden gedurende een aantal jaren regelmatig op controle te komen.

Wanneer DCIS wordt genegeerd, kan het ontaarden in invasief ductaal carcinoom van de borst. Dat is zeer kwaadaardig en heeft kans op uitzaaiing (metastasering) naar andere plaatsen in het lichaam.

Meer informatie


Informatie van Oncoline over borstkanker
www.oncoline.nl/mammacarcinoom

Informatie van de Amerikaanse borstkankervereniging over DCIS (Engelstalig)
www.breastcancer.org/dcis

Informatie van de Borstkankervereniging Nederland over DCIS
www.borstkanker.nl

Heineman et al. Obstetrie en Gynaecologie. De voortplanting van de mens. Elsevier gezondheidszorg. Maarssen, 2004.