Chronische nierinsufficientie

Chronische nierinsufficiëntie

Chronische nierinsufficiëntie (ook chronische uremie genoemd) is één van de vormen van nierinsufficiëntie. Bij deze vorm functioneren de nieren langdurig gebrekkig. De aandoening ontwikkelt zich in de loop van de jaren.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaak

De oorzaak van chronische nierinsufficiëntie kan een chronische (langdurige) nierinfectie als glomerulonefritis zijn, maar ook een systemische ziekte als diabetes of lupus erythematodes disseminatus. Chronische nierinsufficiëntie kan daarnaast het gevolg zijn van een erfelijke of aangeboren aandoening als polycystische nieren of aangeboren kleine nieren.

Verschijnselen

Bij chronische nierinsufficiëntie treden niet altijd symptomen op. Een afwijkend gehalte aan ureum en creatinine in het bloed wordt dan slechts bij toeval opgemerkt. Verder kan er sprake zijn van hoge bloeddruk en bloed of eiwit in de urine. Naarmate de ziekte voortschrijdt, neemt de nierfunctie geleidelijk af. Het kenmerkende eerste symptoom is ’s nachts vaak moeten plassen (nycturie). In latere stadia kan er juist sprake zijn van verminderde urinelozing of zelfs uitblijven van urinelozing. Symptomen van uremie (verhoogd gehalte aan ureum in het bloed) zijn onder andere jeuk, misselijkheid, braken en trillende spieren, met daarnaast de verschijnselen die horen bij nierinsufficiëntie. Mensen met chronische nierinsufficiëntie zien er ziek en moe uit en hebben last van benauwdheid. Ongewoon diep inademen (luchthonger) kan in latere stadia van de aandoening optreden als gevolg van metabole acidose. Dit is een te hoog zuurgehalte van het bloed door de aanwezigheid van overmatig veel afbraakproducten van de stofwisseling in het lichaam.

Diagnostiek

De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis en de verschijnselen. Uit nierfunctieonderzoek blijkt in hoeverre de nieren nog functioneren. De diagnose wordt bevestigd aan de hand van computertomografie (CT) of echografie.

Behandeling

De behandeling richt zich allereerst op de achterliggende oorzaak. Daarnaast worden de symptomen bestreden, vooral in het stadium van oligurie (verminderde urinelozing). Om het oedeem terug te dringen, wordt de patiënt geadviseerd minder te drinken en minder zout (natrium) te gebruiken. Voedingsmiddelen die veel natrium bevatten, zoals vlees, zuivelproducten en eieren, mogen slechts met mate worden gebruikt. Andere voedingsmiddelen die veel zout bevatten, zijn soep gedroogde of gerookte vis en vlees, chips, gezouten nootjes, pindakaas, bakpoeder, ve-tsin (mononatriumglutamaat) en kant-en-klaarmaaltijden. Hoeveel natrium iemand mag hebben, verschilt van patiënt tot patiënt. Het eten kan op smaak worden gebracht met kruiden en specerijen. De hoge bloeddruk en het oedeem worden verder bestreden met behulp van antihypertensiva en diuretica (vochtafdrijvende middelen).

Prognose

Chronische nierinsufficientie kan overgaan naar terminale nierinsufficientie. Op dat moment zijn nierdialyse of een niertransplantatie nodig. Andere complicaties die kunnen optreden zijn uremische pericarditis en uremische neuropathie.

Meer informatie

Informatie van de Nierstichting
www.nierstichting.nl

(Engels) Reilly, R.F, and Perazella, M.A, (2002), “Chronic Kidney Disease: A New Approach to an Old Problem”, Connecticut medicine, October, vol.66, no.10, pp.579-83 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

Choyke, P.L, and Ziessman, H.A, (2000), Imaging of Renal Failure, in: Pollack, H.M, McClennan, B.L, and Dyer, R, et al, (eds) Clinical Urography, 2nd edition, W.B. Saunders Company.

Davison, A.M, Cumming, A.D, Swainson, C.P. (1999), Diseases of the kidney and urinary system, in: Haslett, C, Chilvers, E.R.E, Hunter, J.A.A, and Boon, N.A, (eds), Davidson’s Principles and Practice of Medicine, 18th ed, Churchill, Livingstone, London.

Hyupkim, S, Kim, B, (2000), Renal Parenchymal Disease, in: Pollack, H.M, McClennan, B.L, Dyer, R, et al, (eds) Clinical Urography, 2nd edition, W.B. Saunders Company.

Roth, A.R. and Townsend, C.E. (2002), Nutrition and Diet Therapy, 8th ed, Delmar Learning, Australia.