Cervixinsufficientie

Cervixinsufficiëntie

Vroeggeboorte is een bevalling bij een zwangerschap die korter duurt dan 37 weken. Er zijn meerdere factoren die tot een vroeggeboorte kunnen leiden. Eén van die factoren is dat de baarmoederhals (cervix) te vroeg klaar is voor de bevalling. De baarmoederhals wordt dan korter en weker, en dit kan ook weeën veroorzaken. Het te vroeg korter en weker worden van de baarmoederhals wordt cervixinsufficiëntie genoemd.

Bij een zwangerschapsduur die korter is dan 35 weken kunnen er risico’s zijn voor de gezondheid van de baby. Dit komt doordat de organen, met name de longen, nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Er moet dan altijd begeleiding zijn van de gynaecoloog.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

Tijdens de zwangerschap zorgt de baarmoederhals er normaal gesproken voor dat de baarmoeder gesloten blijft. Pas wanneer de bevalling zich inzet door hormoonveranderingen en weeën, ontsluit de cervix zich. Bij cervixinsufficiëntie is de baarmoederhals (cervix) te slap (insufficiënt). Al in het tweede trimester van de zwangerschap lukt het de cervix niet meer om de baarmoeder dicht te houden. De baarmoederhals gaat dan langzaam open totdat er volledige ontsluiting is. De exacte oorzaak van deze insufficiëntie is niet bekend.

Wel is bekend dat een eerder trauma van de baarmoederhals door operaties als curettage, conisatie, cauterisatie of amputatie kan leiden tot cervixinsufficiëntie. Curettage is het leegschrapen van de baarmoeder bij een abortus of na een onvolledige miskraan. Conisatie is een operatie waarbij een kegelvormig stukje weefsel uit de baarmoederhals wordt verwijderd. Cauterisatie is het operatief wegbranden of -snijden van weefsel van de baarmoederhals. Amputatie is het wegnemen van de baarmoederhals.

Ook een aanlegstoornis van de baarmoederhals kan leiden tot cervixinsufficiëntie. Dit kan zich voordoen bij DES-dochters. Dat zijn vrouwen die als foetus in de baarmoeder zijn blootgesteld aan di-ethylstilbestrol (DES), de synthetische variant van het vrouwelijk hormoon oestrogeen.

Symptomen cervixinsufficiëntie

Vrouwen met cervixinsufficiëntie merken daar buiten de zwangerschap niets van. De ontsluiting die te vroeg in de zwangerschap begint, verloopt meestal ook onopgemerkt. Het kan een zwaar gevoel geven in de vagina. Maar vaak wordt cervixinsufficiëntie pas opgemerkt nadat de vrouw hierdoor een vroeggeboorte heeft gehad. Daarom worden zwangere vrouwen met een vroeggeboorte in de voorgeschiedenis extra goed in de gaten gehouden door de verloskundige en/of gynaecoloog.

Diagnose

De diagnose van cervixinsufficiëntie wordt gesteld op grond van de medische voorgeschiedenis en een lichamelijk onderzoek. Wanneer de vrouw eerder een vroeggeboorte heeft gehad als gevolg van ontsluiting van de baarmoederhals halverwege de zwangerschap, is dit belangrijke informatie voor het stellen van de diagnose. Daarnaast is met behulp van echoscopie of een MRI-scan vast te stellen of de baarmoederhals korter wordt en ontsluit.

Behandeling cervixinsufficiëntie

Bij een dreigende vroeggeboorte wordt een vrouw opgenomen in het ziekenhuis en krijgt ze bedrust voorgeschreven. Daarnaast wordt ze behandeld met weeënremmers en met medicatie voor longrijping van de baby.

Als een vrouw eerder een vroeggeboorte heeft gehad die veroorzaakt werd door een cervixinsufficiëntie, dan kan bij een volgende zwangerschap de baarmoederhals verstevigd worden met behulp van cerclage. Dit is een bandje dat om de baarmoederhals wordt aangebracht. Deze operatie wordt rond de veertiende zwangerschapsweek uitgevoerd en kan meestal via de vagina plaatsvinden. Bij een zwangerschapsduur van 37 weken wordt het bandje weer verwijderd.

Complicaties

De kans dat er complicaties optreden bij een cerclage is klein maar het kan zijn dat de vrouw last krijgt van:

  • Infecties met koorts.
  • Weeën.
  • Bloedverlies.
  • Een litteken in de baarmoedermond.

In deze gevallen moet er overlegd worden met de gynaecoloog. Hij zal beoordelen of de cerclage kan blijven zitten of verwijderd moet worden.

Meer informatie


Patiënteninformatie over dreigende vroeggeboorte
www.isala.nl/dreigende-vroeggeboorte

Patiënteninformatie over cerclage
www.livive.nl/cerclage.pdf

Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
nvog-documenten.nl/preventie recidief spontane vroeggeboort/richtlijn