Cannabisverslaving

Cannabisverslaving

Wat is cannabis?

Hasj en wiet worden ook wel cannabis genoemd. Ze komen van de cannabisplant. Hasj is gemaakt van de hars van de cannabisplant en wiet van de vrouwelijke bloemtoppen. In veel landen is cannabis een verboden middel. In Nederland wordt gebruik en verkoop van deze softdrug gedoogd. 

De belangrijkste werkzame stof in cannabis is THC. De concentratie THC wisselt: in Nederwiet is deze bijvoorbeeld hoger dan in buitenlandse wiet. Sinds 2011 is cannabis met een THC-gehalte boven de 15% een harddrug. Die mag dus niet verkocht worden in coffeeshops. 

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Cannabis kan op verschillende manieren worden ingenomen. Die staan hieronder genoemd.

  • Roken (joints, waterpijp).
  • Verdampen.
  • Voedsel: bijvoorbeeld spacecake.
  • Drank: bijvoorbeeld thee.

Cannabis is ook als medicijn op doktersrecept (‘mediwiet’) verkrijgbaar. Dat is van toepassing voor de behandeling van pijn en braken bij ziekten als MS, kanker en AIDS.

Enkele cijfers

In Nederland heeft ongeveer een kwart van de bevolking ooit cannabis gebruikt. Volgens berekening zijn er op dit moment zo’n 466.000 actieve gebruikers in Nederland. De gemiddelde startleeftijd voor cannabis ligt tussen de 16 en 19 jaar. 

Cannabisgebruik komt vooral voor onder tieners en jongvolwassenen. In de categorie van 15 tot 25 jaar komt cannabisgebruik acht keer vaker voor dan tussen 45 en 65 jaar. Jongens gebruiken vaker cannabis dan meisjes. 

Mogelijke redenen om te beginnen met cannabis zijn nieuwsgierigheid, uitproberen, verveling, bij een groep willen horen, niet opgewassen zijn tegen psychische spanningen of vanwege de kick. 

Uit onderzoeken blijkt dat ongeveer 10% van de regelmatige gebruikers afhankelijk wordt van cannabis.

Effecten van cannabis

De effecten van cannabis hangen af van de hoeveelheid THC die vrijkomt. De effecten hangen ook af van de persoon die het gebruikt en onder welke omstandigheden cannabis wordt gebruikt. Bij roken krijgen gebruikers een sneller effect, maar bij eten duurt het effect langer. 

Mogelijke effecten van cannabisgebruik staan hieronder genoemd.

  • Ontspannen zijn en een fijn tevreden gevoel hebben (euforie).
  • Gemakkelijker contact maken met anderen.
  • Intense beleving van kleuren en vormen.
  • Andere beleving van tijd en ruimte.
  • Slappe lach.
  • Versterking van de stemming van de gebruiker: zowel meer vrolijkheid als neerslachtigheid.
  • Slaperigheid.
  • Problemen met het kortetermijngeheugen.
  • Logisch nadenken wordt moeilijker.
  • Rode ogen.
  • Snelle hartslag en daling van de bloeddruk.
  • Droge mond.
  • Zin om te eten.
  • Spierslapte.
  • Duizeligheid.

Risico’s van cannabis

Cannabisgebruik kent risico’s. Die staan hieronder genoemd.

  • Problemen met geheugen, niet meer kunnen concentreren. Vooral bij regelmatig gebruik kan dit leiden tot problemen op school of werk.
  • Bad trip: enorme angst en spanning. Dit treedt vooral op bij beginnende gebruikers en bij mensen die al zenuwachtig of angstig zijn.
  • Uitlokken van psychose bij personen die daar gevoelig voor zijn.
  • Roken van cannabis is slecht voor de longen.
  • Cannabisgebruik tijdens de zwangerschap kan leiden tot een te laag geboortegewicht bij de baby.

Jongeren zijn gevoeliger voor de negatieve effecten van cannabis. Dat komt omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn.

Cannabismisbruik

Er is sprake van cannabisgebruik bij onderstaande factoren.

  • Door het blowen gaat het slechter op school, thuis of op het werk.
  • Cannabis gebruikt wordt in situaties waarbij dat gevaarlijk kan zijn (zoals verkeer of tijdens werk met machines).
  • Iemand komt in aanraking met justitie door cannabisgebruik.
  • Iemand blijft cannabis gebruiken, ondanks problemen.

Cannabisverslaving

Cannabis is minder verslavend dan alcohol of opiaten. Toch zijn er in Nederland ongeveer 30.000 mensen bekend met cannabisverslaving. 

Cannabisverslaving is vooral geestelijke afhankelijkheid: de onweerstaanbare drang om cannabis te gebruiken en stoppen lukt niet. Ook kunnen gebruikers tolerantie ontwikkelen. Dan hebben ze steeds meer nodig voor hetzelfde effect. Zware gebruikers kunnen na het stoppen met cannabis lichamelijke ontwenningsverschijnselen hebben. Denk bijvoorbeeld aan onrust, hoofdpijn, zweten, trillen over het lichaam en slaapproblemen. 

Mensen met een cannabisverslaving hebben vaker last van bijkomende psychische stoornissen, zoals angst, depressie of ADHD.

Gevolgen van cannabisverslaving

Mensen met cannabisverslaving besteden vaak minder aandacht aan hun uiterlijk. Hobby’s en vrienden worden verwaarloosd. Op school of werk verslechteren prestaties en verzuimen ze vaak. Hun eet- en slaappatroon verandert. Iemand kan aanvallen krijgen van honger of dorst. 

Voor mensen met cannabisverslaving kunnen op het psychische vlak problemen ontstaan. Bijvoorbeeld angst, agressie, geheugenstoornissen, achterdocht, psychose, depressie en gebrek aan motivatie. 

Regelmatig cannabis gebruiken en deelnemen aan het verkeer zorgt voor groter risico op ongelukken.

Diagnose

Een arts stelt cannabisverslaving vast op basis van het verhaal van de gebruiker en zijn omgeving. Ook doet een arts altijd onderzoek gedaan naar andere psychische stoornissen, die mogelijk van invloed zijn. Cannabis is meestal één tot twee weken aantoonbaar in bloed en urine. Als iemand veel en lang cannabis gebruikt, kan dat zelfs tot zes weken zijn.

Behandeling

Er zijn geen medicijnen die de cannabisverslaving stoppen. De behandeling bestaat uit psychotherapie, zoals cognitieve gedragstherapie of familietherapie. Tegenwoordig zijn er ook online behandelingen beschikbaar. Het is niet bekend welke vorm van behandeling het beste is. 

Bij behandeling van cannabisverslaving is in ieder geval van belang: voorlichting, ondersteuning van de omgeving, motiverende gesprekken en deelname aan gespreksgroepen. Als er andere psychische stoornissen zijn, worden die ook aangepakt.