BMRvaccinatie

BMR-vaccinatie

BMR is de afkorting van bof, mazelen en rodehond. Deze besmettelijke virusziektes komen meestal bij kinderen voor. Preventie gebeurt met het zogenoemde BMR-vaccin. Sinds 1987 worden kinderen in Nederland via het Rijksvaccinatieprogramma met dit vaccin ingeënt. Dat gebeurt twee keer, met veertien maanden en op de leeftijd van negen jaar.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Bof, mazelen en rodehond

De bof is een virusinfectie. Deze veroorzaakt meestal lichte koorts en een gezwollen kaak doordat de oorspeekselklier is ontstoken. Verspreiding gebeurt via hoesten of niezen. Complicaties van de bof zijn een virale hersenvliesontsteking (meningitis) en een ontsteking van de hersenen zelf (encefalitis). Bof veroorzaakt in zeldzame gevallen een zaadbalontsteking of ontsteking van de eierstokken. Dit kan leiden tot onvruchtbaarheid.

Mazelen is een zeer besmettelijke virusziekte die gepaard gaat met koorts, hoesten, een loopneus, geïrriteerde ogen en uitslag. Door hoesten, niezen en direct contact wordt de ziekte verspreid. Complicaties van mazelen kunnen zijn: een middenoorontsteking, een longontsteking en een ontsteking van de hersenen (encefalitis).

Ook rodehond of rubella wordt veroorzaakt door een virus. Verspreiding gaat via hoesten, niezen of direct contact. Deze zeer besmettelijke ziekte wordt gekenmerkt door een rozerode uitslag, lichte koorts en opgezette klieren. Deze komen vooral in de hals voor. Als een vrouw vroeg in de zwangerschap rodehond krijgt, kan het kind blind of doof geboren worden. Ook kan het hartafwijkingen of een verstandelijke achterstand hebben.

3-in-1-vaccin

Het BMR-vaccin wordt ook wel een 3-in-1-vaccin genoemd. Het vaccin bevat levende maar verzwakte virusdeeltjes van bof, mazelen en rodehond. Het afweersysteem (verdediging van het lichaam) maakt hiertegen antistoffen. Daardoor kan iemand die gevaccineerd is de ziektes niet of in veel lichtere mate krijgen.

Er zijn ook aparte vaccins beschikbaar voor elk van de drie ziektes. Deze worden gebruikt bij bijzondere situaties. Bijvoorbeeld wanneer er een epidemie van één van de drie ziektes uitbreekt.

Naar het drievoudige vaccin is het meeste onderzoek gedaan. Dit is veiliger en praktischer dan afzonderlijke vaccins.

Voordelen vaccin

Bij ongeveer 95 procent van de kinderen geeft één injectie met dit vaccin levenslange bescherming tegen bof, mazelen en rode hond. De tweede injectie op negenjarige leeftijd geeft bescherming aan diegenen die door de eerste dosis van het vaccin niet voldoende waren geïmmuniseerd.

De voordelen van een BMR-vaccinatie wegen sterk op tegen de mogelijke nadelige effecten. Alle drie de ziektes kunnen ernstige complicaties met zich meebrengen, die soms een levenslange handicap veroorzaken.

Vaccinatie bij volwassenen

Of volwassenen nog moeten worden gevaccineerd, is afhankelijk van hun leeftijd en van het functioneren van hun afweersysteem. Mensen die na 1956 in Nederland zijn geboren en niet meer weten of ze zijn ingeënt, kunnen één dosis van het vaccin krijgen. Mensen die voor 1956 in Nederland zijn geboren, hoeven niet te worden gevaccineerd. Er wordt aangenomen dat zij al immuun zijn tegen deze ziektes, doordat ze deze vrijwel altijd als kind hebben doorgemaakt.

Risico's en bijwerkingen

De BMR-vaccinatie brengt weinig risico's met zich mee. Veruit de meeste kinderen en volwassenen die worden gevaccineerd, ondervinden nauwelijks problemen. Na de vaccinatie kan de injectieplaats enigszins rood, opgezwollen en pijnlijk zijn. Leg liever geen natte lappen of ijskompressen op de injectieplek. Dat kan zelfs extra klachten veroorzaken. Dit wordt in de loop van een of twee dagen minder.

Het BMR-vaccin bestaat uit levende, verzwakte virusdeeltjes. Deze hebben tijd nodig om in het lichaam te vermeerderen. Ongeveer vijf tot twaalf dagen na de vaccinatie kunnen (lichte) symptomen ontstaan:

  • 1 op de 10 tot 20 kinderen wordt na de eerste BMR-prik hangerig, krijgt koorts en/of huiduitslag. Dat duurt meestal een of twee dagen. Zo nodig kan het kind een kinderparacetamol innemen.
  • Sommige kinderen krijgen hoge koorts en heftige huiduitslag.
  • Bij hele hoge koorts krijgen sommige kinderen koortsstuipen. Dat gebeurt bij 1 op de 5.000 tot 10.000 kinderen. Heel zelden komt een tekort aan bloedplaatjes voor. Dat is bij 1 op de 25.000 kinderen het geval. Dit gaat vanzelf weer over.
  • Zeer zelden krijgen kinderen gewrichtsklachten. Ook die gaan vanzelf weer over. Bij volwassenen komen gewrichtsklachten iets vaker voor.

Na de tweede BMR-prik zijn er bijna nooit klachten. Oudere kinderen en volwassen kunnen wel flauwvallen, zoals bij elke injectie.

Er is geen enkel bewijs dat er een verband bestaat tussen BMR-vaccinatie en het ontstaan van autisme.

Voorzorgsmaatregelen bij vaccinatie

Het is belangrijk dat iemand geen ernstige ziektes of hoge koorts heeft op het moment dat het vaccin wordt toegediend. Als er een allergie is voor eieren of voor bepaalde geneesmiddelen, moet dit aan de arts worden gemeld.

Het bof- en het mazelenvirus in BMR-vaccins wordt gekweekt op cellen van kippenembryo’s. De eiwitten van deze kippencellen zijn niet identiek aan de eiwitten van het kippenei. Daardoor kunnen BMR-vaccins meestal zonder bezwaar aan personen gegeven worden die allergisch zijn voor kippenei-eiwit.

Het vaccin mag niet worden gegeven wanneer het afweersysteem is verzwakt, bijvoorbeeld bij kanker of aids. Of bij mensen die medicijnen gebruiken die het immuunsysteem remmen (zoals corticosteroïden), bestraald worden of chemotherapie krijgen.

Zwangere vrouwen mogen niet worden ingeënt met het BMR-vaccin of met een vaccin tegen bof, mazelen en/of rodehond. Vrouwen moeten voorkomen dat ze de eerste drie maanden na de BMR-vaccinatie zwanger worden.

Extra vaccinaties

Tijdens een epidemie, zoals de mazelenepidemie in 2013, kunnen extra vaccinaties nodig zijn voor kinderen die een verhoogd risico lopen. Zo komen kinderen van zes maanden tot veertien jaar in aanmerking voor een extra vaccinatie in gemeentes waar minder dan negentig procent van de kinderen is ingeënt. Dit geldt ook voor kinderen van wie de ouders een bepaalde geloofsovertuiging hebben, bijvoorbeeld als zij tot de reformatorische kerk behoren.

Ook gezondheidszorgmedewerkers in epidemiegebieden lopen een hoger risico op besmetting. Zij komen eveneens in aanmerking voor een extra vaccinatie.

Ook reizigers die nooit gevaccineerd zijn en de ziektes niet als kind hebben gehad, kunnen in aanmerking komen voor een vaccinatie. Dit is afhankelijk van hun reisbestemming. Dit geldt ook voor baby’s vanaf zes maanden. De GGD kan hierover informatie geven.

Meer informatie

Informatie over het Rijksvaccinatieprogramma
www.rivm.nl/Onderwerpen/R/Rijksvaccinatieprogramma

Informatie van de Landelijke Huisartsen Vereniging
http://lhv.artsennet.nl/Actueel/Nieuws6/Nieuwsartikel/Extra-BMRvaccinatie-voor-risicogroepen.htm