Bijschildklieradenoom

Bijschildklieradenoom

In een bijschildklier kan zich een goedaardig gezwel ontwikkelen. Dit heet een bijschildklieradenoom. In de hals bevinden zich normaal gesproken vier bijschildklieren. Deze maken parathormoon (PTH) dat een belangrijke rol speelt bij het regelen van de calcium- en fosfaatspiegels in het bloed.

Een bijschildklieradenoom kan te veel PTH aanmaken. Dit leidt tot een hyperparathyreoïdie. Dit leidt weer tot een hoge calciumspiegel. Bijschildklieradenomen komen bij volwassenen van alle leeftijden voor. Meestal wordt deze diagnose gesteld bij mensen tussen de 50 en 60 jaar.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Oorzaken

De oorzaak van een bijschildklieradenoom is vaak niet bekend.

In sommige families komen meerdere gezwellen voor, waaronder een bijschildklieradenoom. Dit wordt MEN genoemd: Multipele Endocriene Neoplasieën , een zeldzame erfelijke aandoening.

Verschijnselen

De meeste mensen met hyperparathyreoïdie door een adenoom hebben geen specifieke verschijnselen. De aandoening wordt bij toeval ontdekt doordat er teveel calcium in het bloed zit.

Bij sommige mensen ontstaan klachten door de hoge calciumspiegel. Dit kunnen aspecifieke klachten zijn zoals: dorst, misselijkheid, moeizame stoelgang, verminderde eetlust. In zeldzame gevallen ontstaat een maagzweer.

Ook kunnen mensen klachten hebben van moeheid, spierzwakte of gewrichtspijnen. Soms, vooral bij ouderen, kan een hoog calciumgehalte verwardheid of verminderd bewustzijn veroorzaken. Een hoog calciumgehalte kan leiden tot nierstenen en achteruitgang van de functie van de nieren. Ook kan het leiden tot botontkalking.

Diagnose

Meestal komt primaire hyperparathyreoïdie toevallig aan het licht als bij bloedonderzoek blijkt dat de hoeveelheid calcium in het bloed verhoogd is. Artsen doen dan verder onderzoek naar het PTH, het fosfaatgehalte, de functie van de nieren, de toestand van de botten (bijvoorbeeld door röntgenfoto’s en botdichtheidsmeting).

De bijschildklier kan in kaart gebracht worden met echografie of door onderzoek met radioactieve stoffen (scintigrafie).

Behandeling

Bij een bijschildklieradenoom kiezen artsen meestal voor een operatie waarbij de bewuste bijschildklier wordt verwijderd. Bij oudere mensen kan ook besloten worden om niet te opereren. Dan volstaat behandeling met medicatie die de calciumspiegel verlaagt en regelmatige controles van het bloed.

Complicaties

De complicaties van een bijschildklieradenoom ontstaan door ophoping van calcium in het lichaam, bijvoorbeeld in de nieren (nierstenen).

Het verhogen van de calciumspiegel in het bloed met PTH gebeurt onder andere door het vrij maken van calcium uit de botten. Dit leidt tot een ernstige botontkalking (osteoporose) met een verhoogde kans op botbreuken.

Na een operatie kan er een hypoparathyreoïdie optreden: een verlaagde PTH spiegel.

Meer informatie

Informatie van het UMC St. Radboud
www.umcn.nl/Zorg/Ziektebeelden/Pages/Hyperparathyreoidie.

Harrison.B.J. (2004), Parathyroid and Adrenal glands, in: Russell, R.C.G., Williams, N.S. and Bulstrode, C.J.K. (eds) Bailey and Love’s Short Practice of Surgery, 24th ed, Arnold, London.

(Engelse) informatie over bijschildklieradenoom
www.nlm.nih.gov/