Let op! Deze gegevens zijn mogelijk niet meer actueel.

Bekkenbodemtherapie bij incontinentie

Bekkenbodemtherapie wordt over het algemeen gegeven door een bekkenfysiotherapeut. Dat is een fysiotherapeut die een speciale vervolgopleiding heeft gevolgd. De therapie wordt gebruikt bij het voorkómen en behandelen van klachten en problemen binnen het gehele gebied van buik, bekken en lage rug. Dit kan zowel bij vrouwen, mannen, kinderen als ouderen zijn.

Tijdens bekkenfysiotherapie leert iemand zich bewust te worden van de bekkenbodemspieren, het bekken en andere spieren rond het bekken. De patiënt leert de verschillende spieren aan te spannen en te ontspannen, zodat deze in harmonie met elkaar kunnen samenwerken. Het is ook van belang dat deze vaardigheden in het dagelijks leven ingepast worden.

Naast het doen van oefeningen wordt bij bekkenfysiotherapie regelmatig gebruik gemaakt van speciale apparatuur, zoals myofeedback, elektrostimulatie of een rectale ballon.

Incontinentie is een veel voorkomende klacht waarvoor bekkenfysiotherapie wordt voorgeschreven.

Bekkenbodemspieren zijaanzicht

De Hartlijn: voor al uw vragen bij chronisch hartfalen

Wanneer is bekkenfysiotherapie nodig?

Bekkenfysiotherapie wordt gegeven als de klachten veroorzaakt worden door:

  • Een stoornis in de functie van de bekkenbodemspieren.
  • Een stoornis in de samenwerking tussen de bekkenbodemspieren en andere spieren rondom het bekken.

Deze spieren worden dan verkeerd gebruikt of er is sprake van verstoord toiletgedrag. Deze problemen worden gezien bij:

Hoe werkt de bekkenfysiotherapeut?

Voordat de therapie kan beginnen, vinden er eerst een vraaggesprek en een lichamelijk onderzoek plaats.

Tijdens het vraaggesprek worden de klachten uitgebreid besproken. Ook wordt specifiek gevraagd naar het toiletgedrag en eventuele problemen die samenhangen met het plassen, de ontlasting en seksualiteit. Soms is het van belang dat de patiënt thuis enkele dagen een plasdagboek of ontlastingsdagboek bijhoudt.

Onderzoek van de bekkenbodem

De bekkenbodem is een spiergroep die zich in het lichaam bevindt. Deze is daarom van buitenaf slechts beperkt te onderzoeken. Het onderzoek van de bekkenbodem is heel anders dan een onderzoek bij een ‘gewone’ fysiotherapeut.

Een bekkenfysiotherapeut is speciaal opgeleid om een inwendig onderzoek te doen. Niet een onderzoek zoals de gynaecoloog of uroloog dat doet, maar een inwendig onderzoek dat erop gericht is om duidelijk te krijgen hoe de bekkenbodem functioneert.

Wanneer er bezwaar is tegen het inwendig onderzoek, kan de bekkenfysiotherapeut andere (minder belastende) mogelijkheden zoeken om de bekkenbodem te onderzoeken. Dit wordt dan gedaan door middel van uitwendig bekkenbodemonderzoek.

Uitwendig bekkenbodemonderzoek
Het uitwendige onderzoek van de bekkenbodem kan in rugligging en zijligging uitgevoerd worden. De patiënt kan daarbij het ondergoed aanhouden. De bekkenfysiotherapeut zal met een gehandschoende hand de bekkenbodem aanraken. Zo kunnen pijnpunten worden bepaald. De patiënt wordt gevraagd de sluitspieren aan te spannen en weer te ontspannen en een keer te hoesten of te persen.

Afhankelijk van de klacht zal het inwendig bekkenbodemonderzoek bij vrouwen vaginaal of anaal worden uitgevoerd. Bij urine- en/of verzakkingsklachten meestal vaginaal, bij ontlastingsklachten anaal. Bij mannen is de bekkenbodem alleen via de anus te onderzoeken. Het onderzoek zal dus anaal plaatsvinden.

Vaginaal onderzoek
Vaginaal onderzoek gebeurt in half liggende houding (tussen liggen en zitten in). In deze houding kan de patiënte eventueel met een spiegel meekijken. Eerst kijkt de bekkenfysiotherapeut alleen naar de bekkenbodem. Hij vraagt de patiënte om deze aan te spannen en weer te ontspannen, en een keer te hoesten of te persen. Als de patiënte hoest of perst, kan de bekkenfysiotherapeut bepalen wat er gebeurt als de druk in de buik hoger wordt.

Hierna worden de schaamlippen gespreid. Dat gebeurt om een beter zicht te krijgen op de vagina en de urinebuis.

Daarna wordt de bekkenbodem verder onderzocht via de vagina. Hierbij wordt onderzocht of de spieren overal goed te voelen zijn, hoeveel spiermassa er aanwezig is en wat de spierspanning van de bekkenbodem is. Tegelijkertijd kunnen eventuele pijnpunten worden bepaald.

Om een indruk te krijgen van de kracht en het uithoudingsvermogen wordt de patiënte gevraagd om de bekkenbodemspieren op verschillende manieren aan te spannen en te ontspannen, te persen of te hoesten. Van groot belang is ook of de bekkenbodem na het aanspannen weer volledig kan ontspannen.

Anaal onderzoek
Anaal onderzoek gebeurt in zijligging, meestal op de linker zij. Om goed zicht op de anus te hebben, wordt de bovenste bil een klein stukje opgetild.

Eerst wordt bepaald of de anus goed gesloten is. De therapeut vraagt de patiënte om de bekkenbodemspieren aan te spannen en weer te ontspannen, en om een keer te persen. Daarbij wordt gekeken wat er met de anus gebeurt. Van buitenaf wordt onderzocht of de buitenste kringspier geheel rondom voelbaar is. Daarna worden via de anus de spiermassa en de rustspanning van de buitenste en binnenste kringspier en de diepere laag van de bekkenbodem onderzocht.

Ook pijnpunten kunnen zo worden opgezocht. De patiënte wordt opnieuw gevraagd de bekkenbodemspieren op verschillende manieren aan te spannen en te ontspannen en te persen. Zo kan de bekkenfysiotherapeut via de anus een indruk krijgen van de functie van de bekkenbodem en van mogelijke pijnpunten. Het onderzoek mag geen pijn doen.

Na afloop van het onderzoek worden de uitkomsten met de patiënte besproken. Daarna kan de bekkenfysiotherapeut adviseren een onderzoek met behulp van myofeedback of een rectale ballon uit te voeren.


Onderzoek met myofeedback

Myofeedback wil zeggen dat iemand informatie over de werking van een spier terugkrijgt. Op een computerscherm verschijnt een lijn die de actie van de bekkenbodemspieren weergeeft. Bij aanspannen gaat de lijn omhoog en bij ontspannen naar beneden.

Bij het onderzoek met behulp van myofeedback wordt een probe in de vagina of in de anus ingebracht om de activiteit van de bekkenbodemspieren te meten. Een probe is een staafje met metalen contactplaatjes. Op deze probe wordt wat gelei aangebracht, waardoor het inbrengen gemakkelijk verloopt. Het inbrengen van de probe mag geen pijn doen.

Het onderzoek wordt in half liggende (vaginale probe) of in zijligging (anale probe) uitgevoerd. Wanneer de probe is ingebracht, wordt eerst gewacht om de persoon te laten wennen aan het gevoel van de probe. De beginspanning van de bekkenbodem en de spanning na één minuut worden genoteerd. Daarna wordt de patiënt gevraagd op verschillende manieren de bekkenbodemspieren aan te spannen en weer te ontspannen en te persen. Op het beeldscherm is de activiteit van bekkenbodemspieren via de curve terug te zien.

Behalve voor onderzoek wordt myofeedback ook vaak tijdens de therapie gebruikt.

Onderzoek met behulp van de rectale ballon

Het onderzoek met een rectale oefenballon wordt vooral uitgevoerd bij mensen met ontlastingsproblemen, zoals ongewild verlies van ontlasting of obstipatie.

Bij dit onderzoek wordt een kleine ballon op een dun slangetje in de endeldarm gebracht. Het slangetje is verbonden met een spuit. Via deze spuit wordt lucht in de ballon geblazen. Hiermee wordt de vulling van de endeldarm nagebootst.

Met dit onderzoek wordt de gevoeligheid van de endeldarm voor vulling en de vullingcapaciteit van de endeldarm getest. Bij het testen van de gevoeligheid van de endeldarm gaat het om het eerste gevoel van aandrang en het gevoel waarbij iemand naar het toilet zou gaan. Bij de maximale vullingcapaciteit wordt de hoeveelheid lucht bepaald waarmee de ballon gevuld kan worden voor de patiënt heftige drang voelt of denkt de controle over de ontlasting te verliezen.

Behandeling door de bekkentherapeut

De behandeling start met:

  • Verstrekken van voorlichting over de mogelijke oorzaken en gevolgen van de klachten.
  • Persoonlijk advies over onder andere:
    -Houding en beweging.
    -Drinken.
    -Voeding.
    -Gezond toiletgedrag.

Daarnaast wordt algemene informatie gegeven over de anatomie van het bekken met de bekkenorganen en de anatomie en de functie van de bekkenbodemspieren.

De behandeling kan bestaan uit oefeningen, eventueel in combinatie met myofeedback, ontspanningstherapie, elektrostimulatie en begeleiding bij oefeningen voor thuis. De verschillende onderdelen kunnen naast elkaar gebruikt worden, maar ze kunnen ook in combinatie met elkaar voorkomen.

Bekkenbodemoefeningen zijn niet voor iedereen hetzelfde. De oefeningen worden afgestemd op iemands specifieke klachten en de uitkomst van het onderzoek.

Bewustwordingsoefeningen

Over het algemeen wordt begonnen met bewustwordingsoefeningen van de bekkenbodem. Dit is alleen nodig als de bewustwording onvoldoende is.

Veel mensen vinden het moeilijk om de bekkenbodem goed te voelen. De bekkenbodem is een spiergroep die zich helemaal in het menselijk lichaam bevindt en waar niet zomaar naar gekeken kan worden. Om dit deel van het lichaam te kunnen oefenen, moet de patiënt zich er eerst bewust van zijn waar de bekkenbodem zich bevindt en wat hij ermee kan doen. Iemand kan immers niet oefenen wat hij niet voelt.

Regelmatig komt het ook voor dat iemand persen verwart met het aanspannen van de bekkenbodem. Of dat iemand het bekken kantelt of in plaats van de bekkenbodem de spieren rondom het bekken aanspant.

Voor het verbeteren van de bewustwording zijn veel verschillende oefeningen mogelijk, waaronder ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen en rustige bewegingsoefeningen. Regelmatig legt de bekkenfysiotherapeut een hand op de buik of delen van het bekken van de patiënt om het lichaamsgevoel te verbeteren. Ook door op een grote bal, balkussen of een warmtepakking te zitten, kan de bewustwording van de bekkenbodem verbeteren.

Bekkenbodemoefeningen

De bedoeling van de bekkenbodemoefeningen is dat de patiënt zich bewust wordt van het aan- en ontspannen van de spieren. Tijdens deze oefeningen leert hij de bekkenbodem optimaal te laten functioneren, zodat hij voelt wanneer hij krachtig kan aanspannen en volledig kan ontspannen.

Als de bekkenbodem te zwak is, krijgt de patiënt oefeningen om deze te versterken. Hierdoor leert de patiënt zowel kort en krachtig aanspannen, als langdurig krachtig of langdurig minder krachtig aanspannen. Deze oefeningen worden in verschillende houdingen uitgevoerd.

Bij aandrangincontinentie is het belangrijk de bekkenbodemspieren met de juiste kracht aan te kunnen spannen. Zodat de patiënt de aandrang kan onderdrukken en de spieren ook goed kan ontspannen.

Hierna leert de patiënt wanneer en met hoeveel kracht hij de bekkenbodem actief moet ondersteunen tijdens activiteiten waarbij de druk in de buik toeneemt. Zoals bij hoesten, springen en tillen. Dit is vooral bij stressincontinentie van belang. Alle oefeningen kunnen met myofeedback worden ondersteund.

Het is ook van belang dat de patiënt de juiste perstechniek bij de ontlasting aanleert. Door langdurig foutief persen kunnen incontinentieklachten namelijk toenemen.

Ontspanningstherapie

Als het ontspannen van de bekkenbodem niet mogelijk is, wordt vaak gestart met algemene ontspanningstherapie. Ontspanningstherapie kan op verschillende wijzen gegeven worden. Alle vormen zijn erop gericht dat de patiënt zich allereerst bewust wordt van de totale spanning in het lichaam en die gaat voelen. Dit kan worden bereikt door onder meer ontspanningsoefeningen, spierversterkende oefeningen of ademhalingsoefeningen. Daarna richt de therapie zich meer op bewustwording van de spanning in het bekken en de bekkenbodem.

Het bewustwordingsproces van de spierspanning is heel belangrijk om ontspanning te bereiken. De spierspanning kan alleen verminderen wanneer iemand zich hiervan ten volle bewust is en de spanning ook echt voelt.

Door verschillende vormen van ontspanningstherapie kan het bewustwordingsproces van de spierspanning dus verbeteren, waardoor iemand ontspant. Dat kan ook bereikt worden met behulp van myofeedback, rekoefeningen of drukpuntmassage. In sommige gevallen kan elektrostimulatie helpen. Na de ontspanningstherapie kan gestart worden met bekkenbodemoefeningen.

Oefentherapie met behulp van myofeedback

Voor veel mensen werkt het erg stimulerend om de activiteit van hun eigen bekkenbodemspieren via een scherm te kunnen volgen. Op deze manier krijgt de patiënt goed zicht op wat hij doet. De bedoeling van het oefenen met behulp van de myofeedback is dat de patiënt het gevoel dat hoort bij aanspannen en ontspannen goed leert kennen. Zodat hij op den duur zijn bekkenbodemspieren kan gebruiken zonder de controle van de myofeedback.

Wanneer mensen zich goed bewust zijn van hoe ze hun bekkenbodem kunnen aanspannen en ontspannen, wordt er getraind op datgene wat de klacht (mede) veroorzaakt. Voor sommige mensen is dat het trainen van kracht. Het kan ook zijn dat de bekkenbodem juist te gespannen is en daardoor klachten geeft. In deze gevallen wordt er juist getraind op het goed kunnen ontspannen van de bekkenbodem.

Soms zijn de kracht en de spanning van de bekkenbodem goed, maar worden deze niet op het juiste moment en/of met de juiste intensiteit gebruikt. Ook aan dit zogenoemde coördinatieprobleem moet dan gewerkt worden. Het oefenen van de hiervoor genoemde problemen, kracht, spanning en coördinatie, kan met behulp van de myofeedback. Uiteindelijk moet het ook zonder de hulp van de myofeedback lukken om de oefeningen in het dagelijks leven in te passen.

De uitvoering is hetzelfde als bij het onderzoek. Ook tijdens de behandeling ligt de patiënt op zijn rug of op zijn zij. Bij mannen wordt altijd gebruikgemaakt van een anale probe. Bij vrouwen wordt bij klachten op het gebied van plassen en soms bij seksuele problematiek meestal gebruikgemaakt van een vaginale probe. Gaat het om klachten van de ontlasting, dan wordt er gebruikgemaakt van een anale probe.

Elektrostimulatie

Bij elektrostimulatie worden de zenuwvezels van de bekkenbodemspieren gestimuleerd met milde elektrische prikkels. Wanneer de bekkenbodemspieren ernstig verzwakt zijn en nog maar moeilijk kunnen aanspannen, wordt het gevoel van aanspannen niet meer herkend. Dat is ook het geval bij ernstig coördinatieverlies.

Bij elektrostimulatie wordt gebruikgemaakt van een vaginale of anale probe, net als bij myofeedback. Op de probe wordt een gelei gesmeerd waardoor hij gemakkelijker kan worden ingebracht en waardoor de elektrische prikkel beter wordt geleid. Omdat het mogelijk een angstig of onprettig gevoel geeft, geeft de bekkenfysiotherapeut eerst hele lage elektrische prikkels. De stroom mag nooit pijnlijk zijn. Het is daarom belangrijk dat iemand goed aangeeft wat hij ervaart. Elektrostimulatie wordt vaak in combinatie met myofeedback en oefentherapie gegeven.

Via elektrostimulatie kunnen de zenuwen gestimuleerd worden waardoor de spieren gaan aanspannen. Als een spier onder normale omstandigheden aanspant, lopen er stroompjes vanaf de hersenen via de zenuwvezels naar de spier. Deze stroompjes worden in het lichaam zelf opgewekt. Met de elektrostimulatie worden deze stroompjes precies nagebootst, waardoor de spier gaat aanspannen. Op deze manier voelt iemand weer hoe de bekkenbodemspieren aanspannen. Door mee te doen terwijl de stroom de bekkenbodem laat aanspannen, kan iemand leren om zelf de bekkenbodemspieren weer goed te gebruiken.

Bij erg hoge spierspanning kan de spanning in de bekkenbodemspieren met elektrostimulatie omlaag worden gebracht door de spieren zo lang te stimuleren dat ze vermoeid raken en daardoor loslaten.

Bij een overactieve blaas wordt een stroomvorm gebruikt die de blaas wat rustiger maakt, zodat deze niet zo vaak samentrekt. Dit wordt neuromodulatie genoemd en geeft een kloppend gevoel.

Resultaten

De resultaten van bekkenbodemtherapie zijn verschillend en lopen uiteen van 27 tot 90 procent verbetering. Soms verminderen of verdwijnen de periodes van incontinentie, en soms vermindert de hoeveelheid urineverlies per keer. Over het algemeen treedt verbetering op, maar lang niet iedereen wordt volledig klachtenvrij. Dit wordt mede bepaald door de ernst van de problemen.

Een groot percentage mensen is tevreden over de behandeling. Ze zijn zich beter bewust van de bekkenbodem en het toiletgedrag en de manier waarop ze met de klachten omgaan.

Met myofeedback wordt vaak het resultaat van de behandeling sneller bereikt. Wetenschappelijke studies wijzen er wel op dat het blijven uitvoeren van de oefeningen noodzakelijk is om het resultaat te behouden.

Meer informatie

Algemene informatie over bekkenbodemtherapie en adressen voor bekkenfysiotherapeuten
http://nvfb.fysionet.nl/informatie-voor-patienten.html

Informatie van de Stichting Bekkenbodem Patiënten
www.bekkenbodem.net/index.html

Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
www.nvog-documenten.nl

Bø K.. Pelvic floor muscle training in treatment of female stress urinary incontinence, pelvic organ prolapse and sexual dysfunction. World J Urol. 2012 Aug;30(4):437-43.

Norton C., Cody J.D.. Biofeedback and/or sphincter exercises for the treatment of faecal incontinence in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Jul 11;7:CD002111.

Over Medicinfo

Medicinfo biedt betrouwbare, actuele informatie over gezond zijn, gezond blijven - en wat u daar zelf aan kunt doen.