Beenmergtransplantatie

Beenmergtransplantatie

Het beenmerg is het binnenste, zachte weefsel in de botholten. In het beenmerg worden de rode bloedcellen, witte bloedcellen en de bloedplaatjes aangemaakt.

Een beenmergtransplantatie is een ingreep waarbij ongezonde of vernietigde beenmergcellen worden vervangen door normale, gezonde beenmergcellen van de patiënt zelf of van een geschikte donor. Het is meestal een methode om beenmergcellen te vervangen die door bestraling (radiotherapie) of geneesmiddelen tegen kanker (chemotherapie) vernietigd zijn. Een beenmergtransplantatie blijkt ook te helpen bij het behandelen van verschillende erfelijke of verworven bloedaandoeningen die de normale bloedproductie afremmen.

Beenmergtransplantaties kunnen worden ingedeeld in twee verschillende typen: autologe en allogene transplantaties. Bij een autologe transplantatie worden de beenmergcellen vervangen door eigen gezonde beenmergcellen van de patiënt. Bij een allogene transplantatie krijgt de patiënt beenmergcellen van een donor. Om bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen, worden liefst beenmergcellen gebruikt die zoveel mogelijk overeenkomen met de beenmergcellen van de patiënt.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Toepassing

Een ingreep met behulp van beenmergtransplantatie is nodig wanneer het beenmergweefsel zo ziek of beschadigd raakt dat het niet meer op de gebruikelijke manier bloedcellen kan aanmaken. De ingreep maakt meestal onderdeel uit van een behandeling tegen vormen van kanker, zoals leukemie (een vorm van bloedkanker), lymfoom, ziekte van Hodgkin en multipel myeloom. Bij deze vormen van kanker raken de beenmergcellen vaak beschadigd door de toepassing van chemotherapie of bestraling. Ook mensen met bepaalde en afwijkingen van het afweersysteem van het lichaam kunnen baat hebben bij beenmergtransplantaties.

Voorbereiding

Om bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen moeten donorbeenmergcellen liefst zo veel mogelijk lijken op de cellen van de patiƫnt. Of de cellen compatibel zijn wordt bepaald aan de hand van een bloedonderzoek waarbij een bepaald soort eiwit (human-leukocyte-antigen ofwel HLA) aan het oppervlak van de witte bloedcellen wordt onderzocht. Het succes van de meeste transplantaties hangt af van de overeenkomsten tussen het HLA-antigeen van de donorcellen en de cellen van de ontvanger. Behalve eventuele compatibiliteitsproblemen moeten ook eventuele genetische aandoeningen of infectieziekten worden uitgesloten, omdat dergelijke ziekte van de donor door de transplantatie kunnen worden doorgegeven aan de ontvanger.

Uitvoering

Een beenmergtransplantatie is een ingreep die verschillende stappen omvat. De ontvanger van de beenmergcellen wordt vaak voorafgaand aan de ingreep opgenomen en wordt op een speciale afdeling gelegd om blootstelling aan eventuele infecties te voorkomen. Bij autologe transplantatie zijn de beenmergcellen afkomstig van de ontvanger zelf; ze worden afgenomen voor hij de bestralingen en chemotherapie krijgt. Bij een allogene transplantatie wordt het beenmerg van de donor vlak voor de transplantatieprocedure afgenomen.

Het beenmerg wordt afgenomen onder verdoving. Bij het winnen van beenmerg wordt een naald in de kern van een bot, meestal het heupbeen, maar soms ook het borstbeen, gestoken en wordt het beenmerg opgezogen via een spuit.

Als het afgenomen beenmerg niet direct wordt getransplanteerd, wordt het ingevroren en bewaard totdat het kan worden ingebracht bij de ontvanger. Door deze methode, die cryopreservatie wordt genoemd, kan beenmerg gedurende vele jaren worden opgeslagen. Als het beenmerg getransplanteerd gaat worden, wordt het ontdooid en vervolgens net als bij een bloedtransfusie via een ader in het lichaam ingebracht over een periode van enkele uren.

Wanneer de beenmergcellen in de bloedbaan terechtkomen verplaatsen ze zich naar de botten en nestelen zich in het beenmerg van de ontvanger, waar ze beginnen met de aanmaak van nieuwe bloedcellen, zoals witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes. Deze procedure duurt tussen de twee en vier weken.

Complicaties en bijwerkingen

De ontvanger van beenmergcellen kan een aantal bijwerkingen krijgen. De meest gebruikelijke zijn misselijkheid, overgeven, diarree, mondaandoeningen, huiduitslag en haaruitval. Omdat de chemotherapie en de bestraling de bloedproducerende cellen in het beenmerg vernietigen, is de patiënt ook gevoeliger voor bacteriële, virale en parasitaire infecties, bloedarmoede (anemie) en bloedingen. Door de infecties en de vermindering van de bloedcellen kunnen belangrijke organen zoals de lever, de longen en het hart beschadigd raken.

Bij allogene transplantaties kan de ontvanger ook te maken krijgen met een allergische reactie. Deze reactie kan optreden als de getransplanteerde cellen van de donor de cellen van de ontvanger als vreemde cellen beschouwen en de cellen aanvallen. De organen die daardoor het vaakst beschadigd raken zijn de huid, de lever en de darmen. Deze complicatie kan binnen enkele weken na de transplantatie optreden of pas veel later. Om deze complicatie te vermijden krijgen patiënten middelen toegediend die het afweersysteem van het lichaam onderdrukken. Hierdoor kan het lichaam zich echter minder goed verdedigen tegen infecties.

Meer informatie


Informatie over beenmergtransplantatie
nl.wikipedia.org/wiki/Beenmergtransplantatie

Informatie van Oncoline over stamceltransplantatie en beenmergtransplantatie
www.oncoline.nl