AVblok

AV-blok

Om te kunnen werken is het hart afhankelijk van elektrische activiteit. Elke hartslag begint namelijk met een elektrische prikkel die spontaan ontstaat in de sinusknoop. De sinusknoop bevindt zich in de wand van de rechterboezem. Vanuit de sinusknoop verspreidt de prikkel zich over de boezems. Deze trekken samen en pompen bloed in de hartkamers.

Op hetzelfde moment wordt de elektrische prikkel verder geleid naar de AV-knoop (nodus atrioventricularis). Deze zit onderin de wand tussen de beide boezems. Hiervandaan gaat de prikkel via een linker- en een rechterbaan (zogenaamde bundeltakken) naar de beide kamers. Deze trekken vervolgens samen. Daardoor wordt bloed in de slagaders gepompt. Hierna begint de cyclus weer opnieuw. Een AV-blok is een storing in de prikkelgeleiding ter hoogte van de AV-knoop. Soms wordt de prikkel te veel vertraagd in de AV-knoop. Ook kan het gebeuren dat de prikkel helemaal niet aan de kamers wordt doorgegeven.

Vraag het de medisch specialist 

Twijfels of onzekerheid na een ziekenhuisbezoek zijn heel gewoon. Gelukkig kunt u nu uw vragen als verzekerde van CZ bespreken met een onafhankelijk medisch specialist.

  • Telefonisch of online contact met een medisch specialist
  • Gratis & exclusief voor klanten van CZ
  • 100% vertrouwelijk

Zó werkt het

Vormen van een AV-blok

Er zijn drie verschillende vormen van een AV-blok, namelijk een 1e graads AV-blok, een 2e graads AV-blok en een 3e graads AV-blok.

1e graads AV-blok:
Bij deze vorm wordt de prikkel in de AV-knoop alleen vertraagd. Een 1e graads AV-blok geeft geen verschijnselen en is meestal onschuldig. Het is alleen te zien op een ECG en wordt dan ook vaak bij toeval ontdekt. Mensen met een 1e graads AV-blok hebben mogelijk een verhoogd risico op ritmestoornissen (boezemfibrilleren ) en een 3e graads blok. Daarom worden ze regelmatig gecontroleerd.

2e graads AV-blok
Bij deze vorm wordt de prikkel in de AV-knoop wisselend doorgegeven aan de kamers. Daardoor klopt het hart onregelmatig en is de hartslag vaak vertraagd. Dit hoeft niet altijd tot klachten te leiden. Maar het kan verschijnselen als duizeligheid, moeheid en wegrakingen geven.

3e graads AV-blok
Bij deze vorm wordt de prikkel in de AV-knoop helemaal niet meer doorgegeven aan de kamers. Het wordt daarom ook wel een totaalblok genoemd. Meestal ontstaat er een vervangend, traag ritme in de kamers (30 tot 40 slagen per minuut). De pompfunctie van het hart is bij een 3e graads AV-blok minder effectief. Dit blok kan dan ook tot verschillende klachten leiden:

  • duizeligheid.
  • moeheid.
  • bewustzijnsverlies.
  • pijn op de borst.
  • verwardheid (vooral bij ouderen).
  • klachten van hartfalen , zoals benauwdheid.

Een 3e graads AV-blok moet altijd behandeld worden.

Diagnose

Op grond van de klachten en het lichamelijk onderzoek kan de arts een AV-blok vermoeden. Op een ECG is een hartblok vast te stellen. Er wordt daarna aanvullend onderzoek gedaan naar de mogelijke oorzaken.

Behandeling

Een 1e graads AV-blok hoeft niet behandeld te worden. Bij een 2e graads blok hangt het af van de klachten. Wel vindt regelmatig controle plaats. Medicijnen die negatief inwerken op de prikkelgeleiding worden vervangen of er wordt mee gestopt. Een 3e graads blok wordt behandeld met een pacemaker.

Complicaties

Als een 3e graads blok behandeld wordt, zijn de vooruitzichten prima. Onbehandeld kan het leiden tot levensgevaarlijke ritmestoornissen en hartstilstand.

Als mensen het bewustzijn verliezen, kunnen ze ernstige verwondingen oplopen als ze vallen.

Meer informatie

Informatie van de Hartstichting
http://www.hartstichting.nl

Website van de Hart&Vaatgroep, van en voor mensen met een hart- of vaatziekte
http://www.hartenvaatgroep.nl/

Website van Hartpatiënten Nederland
http://www.hartpatienten.nl/

(Engelstalige) informatie van de website van Medscape from WebMD (USA)
http://emedicine.medscape.com

Cheng S., Keyes M.J., Larson M.G., et al (2009), ‘Long-term Outcomes in Individuals with a Prolonged PR Interval or First-Degree Atrioventricular Block’, Journal of the American Medical Association; vol. 301, no. 24, pp 2571-77.

Dretzke J., Toff W.D., Lip G.Y.H., Raftery J., Fry-Smith A.(2009), ‘Dual chamber versus single chamber ventricular pacemakers for sick sinus syndrome and atrioventricular block’, the Cochrane Library.