Zwangerschapshormonen

Zwangerschapshormonen

Als vrouw ben je al gewend dat de hoeveelheid hormonen in je lichaam wisselt. Het gebeurt elke menstruatiecyclus weer. Tijdens je zwangerschap vinden nog grotere veranderingen plaats. Deze veranderingen zijn nodig om je zwangerschap in stand te houden en je lichaam voor te bereiden op de bevalling en op borstvoeding. De hormonen worden geproduceerd door de placenta , je eierstokken en twee kliertjes in je hersenen (de hypothalamus en de hypofyse ). Hormonen die een rol spelen zijn bijvoorbeeld oestrogeen, progesteron, HCG, HPL, prolactine en oxytocine.

Digitale zorg: mede mogelijk gemaakt door je zorgverzekeraar

Mensen houden van service en gemak, ook in de zorg. Veel zorgverzekeraars voorzien in die behoefte door digitale zorg aan te bieden. Uit onderzoek van Medicinfo blijkt dat het aanbieden van digitale zorg op afstand invloed heeft op de keuze voor een zorgverzekering. Biedt jouw zorgverzekeraar in 2020 ook zorg op afstand aan?

Lees hier wat de voordelen zijn van digitale zorg op afstand

Oestrogeen

Oestrogeen wordt geproduceerd door de placenta.Het stimuleert de groei van je baarmoeder, de ontwikkeling van de bloedvaten en de groei van de melkklieren in je borsten .

Progesteron

In het begin van je zwangerschap wordt progesteron aangemaakt door het gele lichaam (corpus luteum) in je eierstok. Na een aantal weken wordt dit overgenomen door de placenta. Deze overname wordt de luteal-placental shift genoemd. Progesteron dat de placenta produceert wordt doorgegeven aan je baby, die er weer een ander hormoon van maakt. Verder voorkomt progesteron dat je baarmoeder sterk samentrekt. Aan het einde van de zwangerschap neemt de productie van progesteron af, zodat je baarmoeder wel kan gaan samentrekken.

hCG

hCG (humaan choriongonadotrofine) wordt aangemaakt in de placenta en wordt ook ‘het zwangerschapshormoon’ genoemd. Het is al enkele dagen na de bevruchting in je lichaam aanwezig. Het stimuleert de productie van progesteron. Bij de zwangerschapstest is hCG het hormoon dat aantoont dat je zwanger bent. Het veroorzaakt de eerste zwangerschapsverschijnselen, zoals misselijkheid en moeheid . Het hCG-gehalte is maximaal bij ongeveer tien weken zwangerschap en neemt dan af, maar blijft aanwezig tot twee dagen na je bevalling. hCG lijkt sterk op het geslachtshormoon LH (luteïniserend hormoon). Zodra HCG wordt geproduceerd neemt de productie van LH af.

HPL

HPL (humaan placentair lactogeen hormoon) wordt geproduceerd door de placenta en is vanaf vier weken zwangerschap aanwezig. Het voorkomt dat je lichaam de zwangerschap uitstoot. Verder speelt het een rol bij de suikerstofwisseling en remt het een ander hormoon, prolactine, dat de borstvoeding stimuleert. Zolang HPL aanwezig is, wordt er dus geen of weinig borstvoeding aangemaakt.

Prolactine

Prolactine wordt geproduceerd door de hypofyse. Het hormoon speelt een rol bij de ontwikkeling van de melkkliertjes in je borsten. Het heeft ook invloed op de samenstelling, het volume en de afgifte van de moedermelk.

Oxytocine

Oxytocine wordt geproduceerd door de hypothalamus. Tijdens je zwangerschap worden de afgifte en de werking ervan beperkt door de hoge progesteronspiegels. Rondom je bevalling neemt de hoeveelheid progesteron af en neemt de invloed van oxytocine toe. Oxytocine speelt een rol bij de samentrekkingen (weeën) van je baarmoeder rondom de bevalling en bij de samentrekking van de kleine spiertjes rondom de melkkanaaltjes in je borsten, waardoor de melk naar buiten wordt geperst. Na de bevalling wordt de afgifte van oxytocine sterk gestimuleerd wanneer je baby uit je borst drinkt.

Overige hormonen

De hypothalamus produceert ook het gonadotrofine-releasing hormoon (GnRH) en de corticotrofine-releasingfactor (CRF). De hypofyse produceert menselijk groeihormoon (HGH) en adrenocorticotrofine (ACTH). Daarnaast maakt je lichaam ook andere stoffen aan, zogeheten peptiden, die bijdragen aan het welbevinden van jou en je baby.