Speekselkliersteen sialolithiase

Speekselkliersteen (sialolithiase)

Sialolithiase is een aandoening van de speekselklieren die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van steentjes in de speekselklieren of hun afvoergangen. Deze steentjes, sialolieten genaamd, zijn ophopingen van calciumzouten die ontstaan rond bacteriën, lichaamsvreemde voorwerpen of rond celmateriaal, dat door het lichaam afgebroken is. Sialolithiase treedt het meest op in de speekselklieren van de onderkaak, want de afvoergangen van deze klieren maken scherpe bochten waardoor stagnatie in de afvoer van afvaldeeltjes in de hand wordt gewerkt.

Digitale zorg: mede mogelijk gemaakt door je zorgverzekeraar

Mensen houden van service en gemak, ook in de zorg. Veel zorgverzekeraars voorzien in die behoefte door digitale zorg aan te bieden. Uit onderzoek van Medicinfo blijkt dat het aanbieden van digitale zorg op afstand invloed heeft op de keuze voor een zorgverzekering. Biedt jouw zorgverzekeraar in 2020 ook zorg op afstand aan?

Lees hier wat de voordelen zijn van digitale zorg op afstand

Oorzaken

Ontsteking, plaatselijke irritatie door lichaamsvreemde voorwerpen en bepaalde medicijnen die het speeksel beletten weg te vloeien, zijn factoren waarvan wordt aangenomen dat ze tot steenvorming kunnen leiden. De precieze oorzaak van speekselkliersteentjes is echter nog onbekend. Deze steentjes komen vooral voor in de afvoergangen van de speekselklieren in de onderkaak, die een heel bochtig verloop hebben. Hierdoor vloeit het speeksel trager weg, wat het risico op speekselophoping in de afvoergang met zich meebrengt. Bovendien is de concentratie calcium in het speeksel van deze onderkaakklieren hoger dan in dat van de andere klieren, wat steenvorming in de hand kan werken.

Verschijnselen

Het meest voorkomende verschijnsel van speekselkliersteentjes is een vrij lichte tot hevige pijn, in het bijzonder net vóór, tijdens en na het eten. Dit komt doordat de speekselaanmaak op die ogenblikken wordt bevorderd, terwijl het speeksel niet kan wegvloeien vanwege de aanwezigheid van een steentje in de afvoergang. Hierdoor ontstaat druk in die gang en dat leidt tot zwelling en pijn. In sommige gevallen veroorzaken speekselkliersteentjes in het geheel geen verschijnselen en zijn ze alleen te voelen als een hard knobbeltje in de speekselklier of de afvoergang.

Diagnose

De diagnose van speekselkliersteentjes kan worden gesteld op grond van de medische voorgeschiedenis, een lichamelijk onderzoek en bijvoorbeeld röntgenfoto’s. Op gewone röntgenfoto’s zijn speekselkliersteentjes niet altijd te zien. In dat geval kan sialografie uitkomst bieden. Daarbij wordt eerst een kleurstof in de afvoergang van de speekselklier gespoten. Met behulp van röntgenstralen is dan te zien of de speekselstroom al dan niet vrij kan afvloeien. Ook echografie en computertomografie (CT) kunnen worden gebruikt voor het opsporen van speekselkliersteentjes.

Behandeling

Als ze aan de oppervlakte liggen, kunnen de kleinste steentjes handmatig worden verwijderd. De persoon in kwestie moet dan eerst op zuurtjes zuigen om de speekselaanmaak te stimuleren, waarna het steentje met de vingers de afvoergang uit wordt gemasseerd. Grotere en/of diep liggende steentjes moeten operatief worden verwijderd door de afvoergang open te snijden. Als een steentje diep in het weefsel van de speekselklier is ingebed, of als er meerdere steentjes zijn, kan het nodig zijn de speekselklier geheel of gedeeltelijk te verwijderen. Lithotripsie is een nieuwe behandelmethode waarbij de steentjes door geluidsgolven worden vergruisd. In het recente verleden is ook van endoscopie gebruikgemaakt om speekselkliersteentjes op te sporen en te verwijderen.

Complicaties

Als het speeksel niet vrij kan wegvloeien, bestaat het risico op infectie en kan zich pus ophopen in de afvoergang, waardoor zich een abces kan vormen. Langdurige aanwezigheid van speekselkliersteentjes kan verzwering van de afvoergang veroorzaken en in een aantal gevallen leiden tot het ontstaan van abnormale verbindingen (fistels).

Meer informatie

Brown, J.E. (2002), ‘Minimally invasive techniques for the treatment of benign salivary gland obstruction’, Cardiovascular and Interventional Radiology, vol. 25, no. 5, September-October, pp. 345-351, Available: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12455528?dopt=Abstract

Bull, P.D. (2001), ‘Salivary gland stones: diagnosis and treatment’, Hosp Med, vol. 62, no. 7, pp. 396-399, Available: www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11480125&dopt=Abstract.

Greenberg, S.M. (1997), ‘Salivary gland disease’, in: Burkett’s Oral Medicine, Diagnosis and Treatment, eds M.A. Lynch, V.J. Brightman and M.S. Greenberg, 9th edn, Lippincott-Raven publishers, Philadelphia.

Shafer, W.G., Hine, M.K. and Levy, B.M. (1993), A Textbook of Oral Pathology, 4th edn, W.B. Saunders Company, Philadelphia.