Ovulatiepijn

Ovulatiepijn

Rondom de eisprong (ovulatie) kan er pijn ontstaan in de buik. Dit wordt ovulatiepijn of middenpijn genoemd.

Chat met een verpleegkundige

Twijfels of u naar de dokter moet? Of hebt u een korte vraag over uw gezondheid? Chat direct met een verpleegkundige via de app van CZ.

  • Gezondheidsadvies via chat
  • Start een chat en stel meteen uw vraag
  • Stuur een foto mee van uw klacht
  • Uw gegevens zijn veilig en blijven vertrouwelijk
  • 7 dagen per week bereikbaar (ook ’s avonds)
  • Bekijk een overzicht van al uw gesprekken

Download app de verpleegkundige

Oorzaak

In de eierstokken (ofwel ovaria; enkelvoud: ovarium) zitten eicellen die ieder apart zijn opgeslagen in een soort blaasje. Een eicel en blaasje samen heten een follikel. Normaal gesproken rijpt er een eicel per maand. De follikel groeit tot deze openbarst. Dan zal de eicel vrijkomen in de eierstok. Dit proces heet de eisprong.

De ovulatie begint vaak halverwege de menstruatiecyclus , ongeveer op de veertiende dag na de eerste dag van de menstruatie. Bij het openbarsten van de follikel kan er een kleine hoeveelheid bloed en follikelvloeistof vrijkomen. Dit kan pijn veroorzaken in de buik.

Symptomen

Ovulatiepijn zit meestal aan één kant van de onderbuik en het bekken. Er zitten twee eierstokken in de onderbuik, de een links en de ander rechts. Daardoor kan de pijn van kant wisselen. Hoewel het logisch lijkt dat eierstokken netjes om de beurt links en rechts actief zijn, is dat niet altijd zo. Daarom zit de pijn soms maar aan één kant omdat op dat moment maar één eierstok actief is.

Vaak is er sprake van een milde pijn, maar in sommige gevallen is de pijn erg heftig. De pijn duurt vaak minuten tot uren, maar soms verdwijnen de klachten pas na 1 tot 2 dagen. Soms is er ook sprake van een beetje vaginaal bloedverlies (ovulatiebloeding).

Diagnose

Voor het stellen van de diagnose zijn de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de vrouw en een lichamelijk onderzoek belangrijk. Een ovulatietest voor het vaststellen van het tijdstip van de ovulatie kan onderdeel van de diagnose zijn. Hierbij worden de hormoonspiegels van progesteron en luteïniserend hormoon (LH) gemeten. De hoeveelheid van deze hormonen stijgt namelijk rond de eisprong.

Deze hormoonschommelingen zorgen ook voor verandering van de basale temperatuur (de temperatuur van het lichaam in rust). Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een basale-temperatuurcurve . Daarvoor moet de patiënt elke ochtend in bed de temperatuur opmeten en opschrijven. Tijdens de ovulatie stijgt de basale temperatuur in een aantal uren ongeveer 0,3 Celsius. Bij de menstruatie daalt de temperatuur weer naar de normale waarde.

Om het ovulatieproces verder te beoordelen, kan echoscopie van de eierstokken nodig zijn. Deze methode is bovendien nuttig voor het opsporen en beoordelen van mogelijke afwijkingen in de follikelrijping. Deze methode is vooral van belang als er problemen zijn om zwanger te worden.

Behandeling

Er bestaat geen specifieke behandelmethode voor ovulatiepijn. De pijn gaat vanzelf weer over. Bij heftige pijn kunnen soms pijnstillers gebruikt worden, zoals paracetamol of ibuprofen.

Ook orale anticonceptiemiddelen (‘de pil’) kunnen worden voorgeschreven om de pijnklachten te verminderen. Deze middelen zorgen ervoor dat er geen ovulatie plaatsvindt.

Prognose

Ovulatiepijn is goed te behandelen. Het heeft vaak geen gevolgen voor het dagelijks leven of de vruchtbaarheid van de vrouw.

Meer informatie

Informatie van de U.S. National Library of Medicine over ovulatiepijn (Engelstalig)
www.nlm.nih.gov/medlineplus/ency/article/001503.htm

Informatie over de ovulatie
www.thuisarts.nl/zwanger-worden/ik-wil-zwanger-worden

Informatie over de ovulatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap
www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-subfertiliteit

Informatie over de basale-temperatuurcurve
www.amc.nl/web/Zorg/Patient/Patienteninformatie/Basale-temperatuurcurve-BTC.htm

Belangrijke bronnen

Heineman et al. Obstetrie en gynaecologie. De voortplanting van de mens. Vijfde druk. Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen, 2004.