Nietoperatieve behandeling van een botbreuk

Niet-operatieve behandeling van een botbreuk

Een niet-operatieve behandeling wordt ook wel een niet-invasieve of conservatieve behandeling genoemd. Een conservatieve behandeling van een botbreuk omvat drie stappen:

Digitale zorg: mede mogelijk gemaakt door je zorgverzekeraar

Mensen houden van service en gemak, ook in de zorg. Veel zorgverzekeraars voorzien in die behoefte door digitale zorg aan te bieden. Uit onderzoek van Medicinfo blijkt dat het aanbieden van digitale zorg op afstand invloed heeft op de keuze voor een zorgverzekering. Biedt jouw zorgverzekeraar in 2020 ook zorg op afstand aan?

Lees hier wat de voordelen zijn van digitale zorg op afstand

  • Eventueel verschoven botstukken weer op één lijn brengen (repositie of ‘zetten’).
  • Stabilisatie van de botstukken tijdens het genezingsproces (fixatie).
  • Revalidatie voor herstel van de normale functie.

Repositie van botbreuken zonder operatieve ingreep wordt gesloten repositie genoemd. Een breuk wordt niet-invasief gestabiliseerd door een spalk of gipsverband, of door eraan te trekken om ze weer in de juiste stand te zetten (tractie).

Indicatie

Omdat dit veiliger is, wordt in de meeste gevallen conservatieve behandeling overwogen alvorens een operatie uit te voeren. Daarnaast worden complicaties als infectie - die zich soms bij een operatie voordoen - voorkomen.

Conservatieve behandeling verdient de voorkeur als behandeling in geval van:

  • Minimaal verschoven botbreuken.
  • Breuken bij kinderen en bij personen voor wie een operatie riskant is vanwege ouderdom of een zwakke gezondheid.

Conservatieve behandeling wordt niet aanbevolen in geval van:

  • Een gecompliceerde breuk (dit is een breuk waarbij de botstukken door de huid heen steken).
  • Een breuk waarbij de uiteinden sterk verschoven zijn.
  • Een breuk waarbij ook gewrichtsoppervlakken zijn aangedaan.
  • Een breuk waarbij zich zenuwen of bloedvaten tussen de botfragmenten bevinden.

Uitvoering


Repositie

Bij repositie worden de botstukken in de lengterichting uit elkaar getrokken. De fragmenten worden vervolgens in de juiste positie gebracht.

Voor gesloten repositie van bepaalde breuken moet soms gedurende enige tijd een constante trekkracht (tractie) worden uitgeoefend om de botstukken uit elkaar te trekken en ze weer in de juiste stand te zetten. Dit geldt met name voor gevallen waarin de door de spieren uitgeoefende kracht op de botstukken zo sterk is, dat repositie door manipuleren alleen niet mogelijk is.

Na repositie van een breuk moeten de delen tijdens de genezing op hun plaats worden gehouden en gestabiliseerd.

Stabilisatiemethoden
De niet-operatieve stabilisatiemethoden zijn onder meer continue tractie, een gipsverband en een functionele spalk.

  • Tractie als stabilisatie is met name zinvol voor een arm- of beenfractuur, maar dit wordt nog maar zelden toegepast omdat andere manieren de voorkeur hebben. Langs het bot wordt een trekkracht uitgeoefend met behulp van de zwaartekracht (zoals met een slinger), of met een koord of tape vastgeplakt op de huid of met pennen aan het bot bevestigd. Stabilisatie met continue tractie maakt ziekenhuisopname vaak noodzakelijk, maar heeft het voordeel dat gewrichtsbewegingen mogelijk zijn.
  • Vaak wordt een gipsverband aangelegd om de fractuur te stabiliseren. Het gipsverband kan worden opengeknipt als er zwelling ontstaat. Een gipsverband maakt goede stabilisatie van de botbreuk mogelijk. Maar wanneer gewrichten door het gips omgeven zijn, kunnen deze niet worden bewogen waardoor ze verstijven.
  • In geval van een functionele spalk wordt er een gipsverband aangebracht waarbij de gewrichten vrij blijven. De gipsdelen worden dan door middel van scharnieren met elkaar verbonden, waardoor beweging mogelijk wordt. Deze methode is niet zo star als een volledig gipsverband. Daarom wordt een functionele spalk toegepast na een eerste stabilisatieperiode met tractie of een volledig gipsverband, wanneer de breukvlakken weer aan elkaar aan het groeien zijn.

Pijnstillers kunnen worden gebruikt om de pijn en ontstekingsverschijnselen te verlichten die zich bij een botbreuk voordoen. Een belangrijk aspect van de niet-operatieve behandeling van botbreuken is revalidatie met oefeningen, fysiotherapie en/of oefentherapie. Oefeningen helpen zwelling tegen te gaan, houden de gewrichten soepel en herstellen de spierkracht en normale functie.

Complicaties

Vroege repositie binnen 12 uur na het letsel gevolgd door stabilisatie, draagt bij aan een gunstige uitkomst met minimale complicaties. Dit komt doordat de weke delen in de 12 uur na het letsel gaan opzwellen. Daardoor wordt het moeilijker om de botfragmenten terug te zetten.

Mogelijke complicaties na behandeling van een botbreuk:

  • Vertraagde genezing (consolidatie) of mislukte genezing (pseudoartrose). De genezing verloopt bij ouderen vaak traag door de leeftijd.
  • Een afwijkende stand bij een niet goed gelukte repositie. Hierdoor groeien de uiteinden van de botstukken aan elkaar zonder dat ze op één lijn staan.
  • Een spalk kan druk uitoefenen op de zenuwen en spieren. Dit kan leiden tot pijn en zenuwuitval, waardoor tintelingen, krachtsverlies, functieverlies kunnen voorkomen.
  • Infectie door het gips. Dit is mogelijk bij botbreuken als de huid beschadigd is (open botbreuk).
  • Als gevolg van langdurige immobilisatie van het aangedane lichaamsdeel kan het na behandeling voorkomen dat het nabijgelegen gewricht verstijft en de weefsels tijdens het genezingsproces verkleven. Om dit te vermijden, worden vroegtijdige mobilisatie en fysiotherapie aanbevolen.
  • Posttraumatische dystrofie waarvan de oorzaak niet bekend is.

Meer informatie


Informatie over de behandeling van botbreuken
www.ziekenhuis.nl/gebroken-botten
www.rodekruis.nl/botbreuk
www.orthopedie.nl/botbreuken