Maandverband en tampons

Maandverband en tampons

Tijdens je ongesteldheid wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten. Via je vagina verlies je bloed, vocht en stukjes weefsel, soms ook stolseltjes. Om te voorkomen dat je kleding en je bed vies worden, kun je maandverband of tampons gebruiken.

App de Dokter: altijd online bereikbaar

Geen zin in gedoe met inloopspreekuren en wachtkamers? Download App de Dokter en krijg binnen 1 uur antwoord.

Heb je een vraag over je gezondheid?
- Bijvoorbeeld over koorts die maar niet over gaat? 
- Een raar plekje op je huid? 
- Of een ingewikkelde bijsluiter? 

Chat met een medisch deskundige via App de Dokter. Gewoon vanaf je bank. 

Download App de Dokter

Maandverband

Maandverband is dun (enkele millimeters dik) en daardoor niet zichtbaar onder je kleren. Het bestaat uit een aantal lagen. Het bovenste laagje is van zacht materiaal gemaakt en heeft openingen waardoor het bloed naar de kern kan stromen. De kern bevat materiaal dat heel veel vocht kan opnemen. De onderkant is van plastic zodat er geen bloed doorheen kan en heeft een plakstrip waarmee je het verband in je ondergoed kunt plakken. Zo blijft het goed op z’n plek zitten.

Soorten en maten
Er zijn veel verschillende merken maandverband en elk merk heeft meestal ook nog een aantal varianten. Welk merk en welke variant het beste bij jou past is een kwestie van uitproberen. Op de verpakking kun je zien hoe goed het maandverband bloed opneemt; meestal wordt dat aangegeven met druppeltjes. Hoe meer gekleurde druppeltjes, hoe meer bloed het maandverband op kan nemen. Als je veel bloed verliest, kun je het beste de variant met de meeste gekleurde druppeltjes kiezen. Als je niet zo veel bloed verliest, kun je een andere variant kiezen.
Voor de nacht zijn er speciale varianten te koop. Deze maandverbanden zijn meestal breder en vooral langer. Dat is handig want doordat je ’s nachts in bed ligt en draait, stroomt het bloed verschillende kanten op.
Veel meiden vinden maandverband met ‘vleugeltjes’ fijn; dat is maandverband waar aan de zijkanten twee extra stukjes zitten die je om het kruisje van je onderbroek kunt vouwen. Deze vleugeltjes beschermen extra tegen doorlekken en ze houden het maandverband beter op de plaats.

Maandverband wisselen
Gemiddeld moeten meiden hun maandverband elke vier uur wisselen. Maar tijdens de hevigste dagen van de menstruatie kan het zijn dat je je veel vaker moet verschonen; bijvoorbeeld elk uur. Als je te lang wacht met verschonen, kun je doorlekken. Ook kunnen vervelende geurtjes ontstaan. Het gebruikte maandverband mag je niet door de wc spoelen want dan ontstaan verstoppingen Je kunt het maandverband in een zakje doen (soms hangt dat in wc’s, je kunt ze ook kopen) of in het zakje van je volgende maandverband. In de meeste wc’s staan prullenbakken of speciale hygiënecontainers waar je het ingepakte verband in kunt doen.

Tampons

Tampons bestaan uit een zacht laagje aan de buitenkant en hebben een kern van materiaal dat veel vocht kan opnemen. Een tampon moet je inbrengen in je vagina. Het bloed wordt dus al opgevangen voordat het je lichaam heeft verlaten.

Soorten en maten
Er zijn veel verschillende merken tampons en elk merk heeft meestal ook nog een aantal varianten. Welk merk het beste bij jou past is een kwestie van uitproberen. Op de verpakking kun je zien hoe goed de tampon bloed kan opnemen; meestal wordt dat aangegeven met druppeltjes. Hoe meer gekleurde druppeltjes, hoe meer bloed de tampon op kan nemen. Als je voor het eerst tampons gaat gebruiken, kun je het beste de kleinste variant kiezen. Als je merkt dat deze tampon te klein is (doordat hij niet goed blijft zitten of heel snel doorlekt) kun je een maatje groter proberen. Veel meiden hebben genoeg aan het formaat mini of normaal maar er zijn ook meiden die super of superplus moeten gebruiken.

Verloop vagina
Al vanaf je eerste menstruatie kun je tampons gebruiken. Voordat je er een gaat inbrengen, is het belangrijk dat je weet waar de ingang van je vagina precies zit en hoe de vagina verloopt. Als je op je bed gaat liggen, kun je met een spiegeltje de ingang van je vagina zien. Het is de middelste van drie openingen. De opening die het meest aan je buikkant ligt, is de urinebuis; daar plas je door. De opening het meest aan de rugzijde is je anus, waar de ontlasting doorkomt. Het verloop van je vagina kun je voelen door met een vinger naar binnen te gaan. Probeer zittend op het toilet maar eens hoe ver je naar binnen kunt gaan met je wijsvinger. De vagina loopt iets schuin naar achteren (richting je rug).
Als je een tampon wilt inbrengen, kun je dat op twee manieren doen: met je vinger of met een inbrenghuls. Wanneer de tampon vol is, kun je hem weer verwijderen.

Tampon inbrengen met je vinger

Een tampon inbrengen met je vinger gaat het handigst wanneer je op het toilet zit of op je hurken. Veel vrouwen vinden het prettig om te staan met een been op de grond en een been op het toilet of de badrand.
Voordat je de tampon pakt, was je je handen. Dan haal je de onderkant van het plastic er af. Je geeft een rukje aan het touwtje en zet de top van je wijsvinger tegen de onderkant van de tampon. Door ook het touwtje vast te houden, voorkom je dat de tampon van je vinger valt. Met je andere hand haal je nu de bovenkant van het plastic weg. Je neemt de houding aan die je het fijnst lijkt en spreidt dan je schaamlippen. Je brengt nu met je wijsvinger de tampon naar de ingang van je vagina. Dan duw je hem zachtjes naar binnen. Als de tampon en je hele middelvinger in je vagina zijn, zit de tampon diep genoeg. Je kunt je vinger er nu weer uithalen. Als het goed is, voel je de tampon niet zitten. Het touwtje laat je uit je vagina hangen. Was daarna nog een keer je handen.

De eerste keer
De eerste keer dat je een tampon inbrengt, is meestal een heel gestuntel. Doe het daarom thuis en neem er de tijd voor. Sluit je bijvoorbeeld op in de badkamer. Het inbrengen van een tampon gaat het makkelijkst wanneer je flink bloed verliest. Het bloed maakt de vaginawand gladder waardoor de tampon gemakkelijker naar binnen glijdt. Breng daarom je eerste tampon bij voorkeur in op een dag dat je flink bloedt. Als je eenmaal weet hoe het moet, dan lukt het ook op de dagen dat je minder bloedt.
Het voor de eerste keer inbrengen van een tampon kan wat pijnlijk zijn. Dat kan komen doordat de vaginawand nog strak is of doordat het maagdenvlies misschien een beetje beschadigd wordt (een tampon kan je overigens niet ontmaagden). Maar meestal komt het doordat je te gespannen bent en onbewust de spieren rondom je vagina aanspant. Probeer je daarom te ontspannen als je de tampon inbrengt. Soms helpt het wanneer je heel zachtjes perst (alsof je moet poepen) op het moment dat je de tampon inbrengt.

Als het je niet lukt om een tampon met je vinger in te brengen, dan kun je proberen of het met een inbrenghuls wel lukt. Lukt het dan ook niet, dan kun je altijd hulp en advies vragen aan bijvoorbeeld je moeder, een vriendin of de huisarts.

Tampon inbrengen met een inbrenghuls

Naast gewone tampons kun je tampons kopen met een inbrenghuls. Hierbij zit de tampon in een kartonnen hulsje. Aan de onderkant zit een tweede kartonnen hulsje dat een stukje verder uitsteekt. Uit dit hulsje komt het touwtje van de tampon. Er zijn ook plastic inbrenghulzen te koop, die je meerdere keren kunt gebruiken.
Om een tampon met een inbrenghuls in te brengen, kies je een gemakkelijke houding. Sommige vrouwen staan het liefst met een been op de toiletpot of de badrand. Anderen zitten het liefst gehurkt of liggen op hun rug in bed.
Voordat je de tampon met inbrenghuls uit de verpakking pakt, was je je handen. Pak de bovenste huls aan de onderkant vast; meestal staat daar een aanduiding of zitten er ribbeltjes. Spreid met je andere hand je schaamlippen en plaats dan de bovenkant van de huls tegen de opening van je vagina. Dan duw je de huls zachtjes naar binnen. Als je vingers waarmee je de huls vasthoudt tegen je vagina komen, zit de inbrenghuls diep genoeg. Nu duw je de tweede huls in de eerste. De tampon wordt nu uit de eerste huls in je vagina geduwd. Als je de huls helemaal hebt ingeduwd, kun je de hulzen weer uit je vagina halen. Als het goed is, blijft de tampon in de vagina achter. De hulzen kun je in een wc-papiertje wikkelen en in de prullenbak gooien. Was daarna nog een keer je handen.


Tampon verwijderen

Als een tampon vol is, zakt hij naar beneden en begin je hem te voelen. Het is dan tijd om het uit je vagina te halen. Maar ook alls de tampon niet vol is, mag je hem niet onbeperkt laten zitten. Het beste kun je hem na zes uur verwijderen, maximaal na acht uur. Het verwijderen van een tampon is niet moeilijk. Je gaat op het toilet zitten en zoekt het touwtje. Soms hangt het naar beneden, het kan ook tussen je schaamharen of je billen zitten. Als je het niet kunt vinden, kun je met je vingers naar de ingang van je vagina gaan. Het touwtje komt daar naar buiten. Als je het hebt gevonden, volg je het touwtje totdat je aan het uiteinde bent. Dan pak je het touwtje stevig beet. Probeer je spieren te ontspannen of pers een klein beetje (alsof je moet poepen). Trek dan rustig de tampon eruit.
Heel soms is het touwtje weg. Het zit in de vagina of is afgebroken. Dat is niet erg. Wacht nog even met het verwisselen van je tampon totdat hij vol is. Hij zal dan vanzelf naar beneden zakken. Als je de tampon begint te voelen, kun je op het toilet gaan zitten of op je hurken. Probeer de tampon naar buiten te duwen (alsof je moet poepen). Met je vingers kun je een beetje je vagina binnengaan totdat je de tampon kunt pakken en hem eruit kan halen.

Niet door het toilet
Sommige vrouwen spoelen de gebruikte tampon door het toilet. Het is beter om hem te verpakken in een wc-papiertje en in een hygiënebox te doen of in een prullenbak. Anders raakt het toilet verstopt.

Naar de huisarts

Er is een aantal situaties met betrekking tot het gebruik van tampons waarin je naar de huisarts moet:
- Je krijgt een tampon met een afgebroken touwtje er echt niet meer uit
- je denkt dat je per ongeluk twee tampons hebt ingebracht en je krijgt er maar eentje uit
- je bent met een jongen naar bed geweest terwijl je de tampon nog in had en nu krijg je hem er niet meer uit
- je hebt verschijnselen die kunnen passen bij TSS (toxisch shock syndroom)

Wat is TSS (toxisch shock syndroom)
TSS is een heel zeldzame maar ernstige aandoening die in principe bij iedereen voor kan komen. De meeste patiënten zijn jonge vrouwen (15-25 jaar) die ongesteld zijn en een tampon hebben gebruikt. De aandoening wordt daarom ook wel de tamponziekte genoemd.
Bij TSS is er een bacterie (de stafylococcus aureus) in het bloed terechtgekomen. Deze bacterie leeft bij veel mensen op de huid en veroorzaakt geen klachten. Tijdens het inbrengen van een tampon kan de bacterie in de vagina en vandaar uit in het bloed terechtkomen (daarom is het zo belangrijk om voor het inbrengen je handen te wassen).
Symptomen van TSS zijn plotselinge hoge koorts, overgeven, diarree, uitslag die op zonnebrand lijkt, duizeligheid en flauwvallen. Als je deze symptomen hebt, moet je meteen je tampon verwijderen en naar een huisarts gaan. Vertel dat je ongesteld bent en dat je tampons gebruikt. Als je dat doet, kan de aandoening bijna altijd genezen worden met onder andere antibiotica.