Hoefijzernier

Hoefijzernier

Bij een hoefijzernier zijn de ondereinden van de twee nieren (de nierpolen) midden in het lichaam met elkaar vergroeid. Hierdoor vormen de twee nieren een U-vormig of hoefijzervormig geheel. In een enkel geval kunnen ook de bovenste nierpolen samengroeien. Een hoefijzernier bevindt zich over het algemeen iets lager in de buik dan normale nieren en komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Digitale zorg: mede mogelijk gemaakt door je zorgverzekeraar

Mensen houden van service en gemak, ook in de zorg. Veel zorgverzekeraars voorzien in die behoefte door digitale zorg aan te bieden. Uit onderzoek van Medicinfo blijkt dat het aanbieden van digitale zorg op afstand invloed heeft op de keuze voor een zorgverzekering. Biedt jouw zorgverzekeraar in 2020 ook zorg op afstand aan?

Lees hier wat de voordelen zijn van digitale zorg op afstand

Oorzaak

Een hoefijzernier is een aangeboren afwijking.

Verschijnselen

Doordat bij een hoefijzernier de twee onderste nierpolen samengroeien is de stand van de urineleiders (ureters) wat afwijkend. Dit kan het normaal afvloeien van de urine belemmeren. Hierdoor is de persoon in kwestie vatbaar voor steeds terugkerende urineweginfecties en wordt steenvorming in de hand gewerkt. De meeste mensen met een hoefijzernier hebben echter hun leven lang geen klachten. In het geval van steenvorming en steeds terugkerende urineweginfecties kan er echter sprake zijn van koorts, pijn in de lendestreek en een branderig gevoel bij het plassen.

Diagnose

Heel dikwijls wordt een hoefijzernier ontdekt omdat iemand vanwege een andere aandoening wordt onderzocht of een check-up krijgt. De aanwezigheid van een hoefijzernier wordt bevestigd door onderzoeken als echografie, computertomografie (CT) en intraveneuze pyelografie (IVP). Aan de hand van deze onderzoeken kan ook de aanwezigheid van nierstenen aan het licht worden gebracht. Bij urineweginfecties moet een urine-onderzoek worden gedaan om een definitieve diagnose te kunnen stellen en te bepalen welk micro-organisme de infectie veroorzaakt.

Behandeling

Behandeling van een hoefijzernier vindt alleen plaats als er complicaties optreden of als de nieren zijn beschadigd. Mensen met een hoefijzernier hebben zeker antibiotica nodig als zij een urineweginfectie hebben, omdat ze veel vatbaarder zijn voor complicaties tengevolge van urine-infecties. Grote nierstenen moeten operatief worden verwijderd (percutane nefrolithotomie). Kleinere stenen kunnen op verschillende manieren worden behandeld zoals door vergruizing of door verwijdering tijdens een kijkoperatie. Als een nier ernstig is beschadigd moet het aangetaste deel operatief worden verwijderd (gedeeltelijke nefrectomie).

Prognose

Een hoefijzernier kan leiden tot complicaties zoals steeds terugkerende urineweginfecties, nierstenen en een gestuwde nier (waternier of hydronefrose). Uit onderzoek is verder gebleken dat het risico op kanker (Wilms-tumor) bij een hoefijzernier groter is dan bij normale nieren.

Gezien het wereldwijde tekort aan donororganen, wijzen de meeste chirurgen het gebruik van hoefijzernieren ten behoeve van transplantatie niet af. Bovendien zijn de resultaten die geboekt worden bij de transplantatie van hoefijzernieren dezelfde als bij de transplantatie van normale donornieren.

Meer informatie

Informatie van de artsen van E-medicine
www.emedicine.com

Bauer, S.B. (1998), Anomalies of the Kidney and Ureteropelvic Junctions, in: Walsh, P.C., Retik, A.B., Vaughan, E.D. Jr, (eds) Campbell’s Urology, 7th ed, W.B. Saunders Company, Philadelphia.

Fowler, C. (2000), The Kidneys and Ureters, in: Russell, R.C.G., Williams, N.S. and Bulstrode, C.J.K. (eds) Bailey and Love’s Short Practice of Surgery, 23rd ed, Arnold, London.

Neville, H., Ritchey, M.L., Shamberger, R.C. et al (2002), “The Occurrence of Wilms Tumor in Horseshoe Kidneys: A Report from the National Wilms Tumor Study Group (NWTSG),” Journal of Pediatric Surgery, vol.37, no.8, pp.1134-1137.

Stroosma, O.B., Schurink, H. and Kootstra, G. (2002), “Current Opinions in Horseshoe Kidney Transplantation”, Transplantation International, vol.15, no.4, pp.196-199.